Aesopus in ’t pak,
of een verzameling fabels,
geschreven in bekende verzen.
(1704)
Het voorwoord tot de lezer.
Voorwoorden en gravures worden gewoonlijk veel voor hetzelfde doel gebruikt, om op gang te komen en om uit te leggen. De laatstgenoemde zijn, omdat ze te duur zijn, tamelijk achterhaald in een tijd waarin er een overvloed van mooie dingen, naast boeken, te koop is.
Maar door een kwalijke gewoonte zijn de eerste zo noodzakelijk geworden, dat een boekdeel er zonder even gebrekkig zou uitzien als wanneer de titelpagina er zelf aan ontbrak.
Hoewel het moeilijk is, zou ik gedwongen zijn tegen mijn lezer te praten, of ik iets tegen hem te zeggen heb of niet. Ja, wat erger is, iedereen denkt dat een mens hier guller met zijn bekwaamheid en kennis zou moeten zijn dan ergens anders. Hier zouden ze willen dat hij zijn manier van doen laat zien en daarom versieren de meeste schrijvers hun voorwoorden alsof het triomfbogen zouden zijn. Er is geen leeg stukje aan te zien en zij worden van boven tot beneden bezaaid met zinnebeelden en aardige spreuken, doorspekt met oordeelkundig stukjes Latijn, ook al zouden ze deze lenen van de dominee van de gemeente.
Dit zijn, zeg ik, de feestmalen waar zij van houden om ons vol te stoppen met geestigheid en fraaie taal, ook al laten zij ons daarna voor altijd wegkwijnen. Dit zorgt ervoor dat sommige ervan op een rijk stuk filigreinwerk boven de deur van een lege salon lijken.
Maar ik ben vastbesloten dat mijn portiek bij de rest van het huis zal passen en aangezien alles er binnenin eenvoudig is, zal aan de buitenkant niets gegraveerd of verguld worden.
Bovendien heb ik een hekel aan vormelijkheid, beste lezer, en mijn hele plicht aan u is u te laten weten, dat ik enkele fabels in verzen heb geschreven volgens de bekende manier van een groot man in Frankrijk, Monsieur de la Fontaine. Ik heb mijzelf aan strikte aantallen [lettergrepen] gehouden en geprobeerd ze vrij en natuurlijk te maken. Als ze anders blijken te zijn, dan spijt me dit.
Twee van de fabels zijn mijn eigen vinding, maar ik ben er zo verre van er meer van te houden, dat ik denk dat ze de slechtste van het stel zijn. En om voor mezelf niet onbeleefd te zijn verberg ik hun namen. Ontdek ze maar, en prima verder.
Ik zou kunnen wensen dat ik u van iets had voorzien dat uw kostbare tijd waardiger is. Maar aangezien u niets zult vinden dat erg leerzaam is, is er ook weinig om uw hoofd over te breken.
Bovendien wens ik dat iedereen ze in dezelfde uren leest als waarin ik ze schreef, dat wil zeggen toen ik niets anders te doen had. Indien er enkelen zijn die deze kleinigheden leuk vinden, ga ik er misschien mee door. Zo niet, dan zult u geen last hebben van meer ervan. En dus het ga u goed, lezer.
Aesopus in ‘t pak
Voorwoord
De eerste uitgave.