De preek van dominee Cornelius Pieter Schrevelius (1682-1716), vertaald door en met een inleidende verklaring van Bernard Mandeville, heeft tot dusver nauwelijks aandacht gekregen. Het voorblad met het geëtste handschrift van Bernard Mandeville wordt hier met de Engelse transcriptie en de Nederlandse vertaling ervan voor het eerst gepubliceerd.
Cornelius Pieter Schrevelius werd op 26 mei 1682 gedoopt in Leiden. Zijn vader Pieter Schrevelius overleed kort daarop. Zijn moeder, Petronella van Hoeck (1646- voor 1716), hertrouwde in 1685 met Johannes Geselle (1657-1720), uit Den Haag, chirurgijn, uit de remonstrantse tak van de Geselles. (Vgl. Gens Nostra, 58, nr 7/8, 2003, p. 390). Diens broer Willem Geselle, woonde in Leiden en Pieter Schrevelius was getuige geweest bij de doop van Willems zoon Dirk in 1680.
Wanneer Schrevelius naar Engeland is gegaan, tijdelijk of definitief, is niet bekend. Maar al in 1702 schreef hij een gedicht met als titel Lijktranen op het ontijdig afsterven van Sijn Majesteit Wilhem de III : Koning van Engeland, Schotland, Vrankrijk, en Yerland, beschermer des geloofs, &c. &c. In den Heere ontslapen den 19 maart 1702. Dit gedicht en ook zijn Loftriomph, uitgebazuint over de roemrugtige en heerlijke daden van den [...] oorlogsheld Johan Curchil, prins en hertog van Marlborough, (1705) zijn in Leiden gedrukt, maar verwijzen naar een Engelse context. Schrevelius schreef ook De klugtige schoenlapper, of De nieuwe hondeslager(1702).
Dominee Schrevelius trouwde met de Leidse Susanna Isabella Bul, kleindochter van Henrick Bul. In 1709 werd in Colchester hun zoon Petrus Theodorus, “en uijt de naem van al de ouderlingen stont Abraham Vool, oudste ouderling, gedoopt in Alzaints Church, den 25 dec.” In 1710 bezocht Allart de la Court zijn “Neeff Cornelis Schrevelius” in Colchester. In 1711 werd Schrevelius naar Londen beroepen. Maar op 24-04-1714 vertrok hij als predikant naar Oost-Indië, waar hij op 28-11-1716 overleed. (Zijn halfbroer Jacobus Geselle was hiervan in juli 1718 blijkbaar nog niet op de hoogte. Vgl. Gens Nostra, a.w., p. 392)
Tussen Colchester en Bernard Mandeville bestaat nog een ander verband. De zuster van zijn moeder, Maria Verhaer, was getrouwd met Paulus Leupen (1636-1679), zoon van Petrus Leupen of Leupenius, predikant en bekend Nederlands taalkundige (1607-1670). Deze schoonvader van zijn tante was in Colchester geboren.
De betekenis van deze vertaling, of zoals Bernard Mandeville zegt, deze “onderneming”, lijkt op het eerste gezicht binnen zijn oeuvre gering te zijn. De preek zelf is immers niet van hem. De inhoud van de preek, die 30 bladzijden telt en t.z.t. in het Nederlands zal worden vertaald, getuigt van een Nederlands Hervormde, dus geen Calvinistische of gereformeerde gezindheid. De preek spoort inhoudelijk met de eigen godsdienstige kleur van Bernard Mandeville en de waardering die hij ervoor uitspreekt heeft zeker ook daarmee te maken. Als vertaler geeft hij aan dat hij van het origineel is afgeweken, maar alleen een vergelijking tussen het origineel, dat niet bekend is, en de vertaling kan uitwijzen of deze afwijking relevant is.
Dat de arts Bernard Mandeville in Engeland met Nederlanders contacten onderhield, is bekend. Ook kende hij medische beroepsgenoten in Nederland en Engeland, en misschien zo ook Schrevelius’ stiefvader. De gezondheid die hij de ouderlingen en diakenen van de Nederlandse gemeente in Colchester toewenst, staat misschien toch niet helemaal los van de toevoeging M.D. (Doctor of Medicine) aan zijn initialen.
Waar Bernard Mandeville de vertaling heeft gemaakt, is niet bekend. Maar hij is vermoedelijk toch wel wat langere tijd in Colchester op bezoek zijn geweest en de preek zelf gehoord hebben. In zijn bundel Wensen voor een peetzoon (1712) komt een gedicht voor met de titel: Een brief aan mr. Asgil, geschreven in Colchester.
John Asgill (1659-1738) had in 1700 een pamflet gepubliceerd, genaamd An Argument proving, that, according to the Covenant of eternal Life revealed in the Scriptures, Men may be translated from hence to eternal Life, without passing through Death. Dit werd nog in 1700 in het Nederlands onder de titel:
Bewys van 't eeuwig leven, zonder de tydelyke dood. Zynde een stelsel, dat men tot het eeuwig leven in de H. Schriften geopenbaard, van hier kan werden overgebragt, zonder gestorven te zyn: hoewel de menschelyke natuur van Christus sterven moest.
Wegens dit pamflet werd hem in 1703 het lidmaatschap van het Ierse parlement ontnomen. En op 18 december 1707 werd het in het kader van een particulier financieel conflict als handvat gebruikt om hem uit het Engelse parlement te verwijderen.
Het gedicht Een brief aan mr. Asgil, geschreven in Colchester van Bernard Mandeville is waarschijnlijk dus net als de vertaling van de preek in het voorjaar van 1708 geschreven. Om een indruk te geven van zijn commentaar op de ontheffing van Asgill als parlementslid volgen hier enkele fragmenten uit het gedicht.
(…)
Inderdaad ben ik bijna van jouw kerk.
Ik hou ook van mijn ziel en lichaam.
Zij konden het beide tot nu toe goed met elkaar vinden,
En ik beken dat ik niet graag wil
dat zij van mijn hart zouden scheiden,
Maar het plezierig zouden vinden in de lucht op te stijgen
In het gezelschap van mijn dierbare lijf.
(…)
Ik ben erg gemakkelijk voor mij zelf,
Maar wee degenen die de poen hebben.
Wie zal de geheime klappen onthullen
Wanneer de geraamten weg zijn? Veronderstel
Iemand is tienduizend pond per jaar waard,
Gaat met zijn zoon een luchtje scheppen.
Zeg eens, Sir, waar is je vader heen gegaan?
In de koets van Asgil, antwoordt de zoon.
(…)
Ik verbaas me hoe een man met verstand,
De fatale gevolgen over het hoofd zag.
Een koopman die plotseling wordt vermist,
Misschien vermoord, en zij huilen als krokodillen,
Hij is naar de hemel gegaan; weerleg het alsjeblieft,
Als zij het lichaam kunnen wegmoffelen.
Zeker, als mensen wanneer zij dood zijn,
Ons konden berichten wat er gebeurd is,
Zouden we er een enige zekerheid over hebben,
Zoals je hier vandaag op zee uitvaart,
Dan hebben we misschien met de volgende post het nieuws
Dat je bent aangekomen in Hellevoetsluis.
(…)
Dood moet openbaar zijn, of waarom anders
worden de buren geroepen wanneer mensen sterven,
Wat betekenen de doodsklok,
Schouwers en het lawaai van de begrafenis,
Anders dan dat degenen die blijven leven, zeggen
Dat de overledene een eerlijke kans heeft gehad.
Een PREEK, gehouden in Colchester,
Voor de
Nederlandse gemeente,
Op 1 februari 1708.
Door de Eerwaarde C. Schrevelius, zijnde zijn eerste of introductie preek nadat zijn verkiezing.
En in the Engels vertaald door B.M. M. D.
Aan de ouderlingen en diakenen van de
Nederlandse gemeente in Colchester.
Heren,
De algemene bijval die deze preek zo terecht heeft ontmoet toen hij in het Nederlands werd gehouden, was het voornaamste motief dat mij tot deze onderneming heeft gebracht. Ik ben mij ervan bewust dat u in veel passages niet die uitdrukkingskracht zult aantreffen, die u hoorde,toen hij vanaf de kansel werd uitgesproken. Maar het was onmogelijk de levendigheid en geest van het origineel overeind te houden; ten eerste, omdat de kalme teem nooit in enige vertaling behouden kan blijven; ten tweede, omdat er heel veel energie zit in de kunstige compositie van woorden waartoe geen enkele taal, tenminste van die in Europa bekend zijn, in staat is, behalve het Grieks en het Nederlands. Daar zij op het ernstige verlangen van de meesten van u werd begonnen, draag ik haar geheel aan u op; en u gezondheid en geluk toewensend verblijf ik,
Uw nederige dienaar, B.M. M.D.
Bernard Mandeville, Proza-16
Preek
in
Colchester
A SERMON
Preach’d at Colchester,
To the
Dutch Congregation,
On February 1, 1708.
By the Reverend C. Schrevelius; being his first or
Introduction sermon after his being Elected.
And Translated into English by B.M. M.D.
To the Elders and Deacons of the
Dutch congregation at Colchester.
Gentlemen,
The General Applause this Sermon so deservedly
met with, when it was preached in Dutch,
was the chief Motive, that put me on this Underta-
king. I am conscious that in many places you will
not find that strength of Expression, which you heard
when it was pronounced from the Pulpit; but it was
impossible to keep up in the Life and Spirit of the Origi-
nal, first, because the Calmy Drawls can never be
entirely preserv’d in any Translation; secondly, be-
cause there is a great Energy in the Artful Composition
of Words which no Languages, at least, such as are
known in Europe, are capable of, but the Greek and
Dutch. As it was began at the earnest desire of most of
You, so I wholly Dedicate it to You; and wishing you
Health and Happiness, I remain,
Your Humble Servant, B.M. M.D.
Allsaints Church Colchester