Dit noteert zijn vader Michael de Mandeville vele jaren na 1670, namelijk in of na 1688, in de familiebijbel (in Nederlands privébezit) over de geboorte van Bernard Mandeville.

15 november 1670 was een zaterdag (Juliaanse kalender). Deze geboortedatum is pas kort bekend en op 12 juli 2007 voor het eerst gepubliceerd, in Trouw en op deze website.

 

Maar zijn doopnaam is niet Bernardus, maar Barent, naar zijn grootvader Barent Verhaer, die als doopgetuige aanwezig was. Het doopregister van de Gereformeerde [= Hervormde] kerk in Rotterdam bevat op donderdag 20 november 1670 de volgende inschrijving. 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de drie kolommen van het doopregister staan de volgende namen:

Kolom 1, de dopeling: Barent.

Kolom 2, de ouders: Michael de Mandeville en JudiCK (moet zijn: Judith) Verhaer.

Kolom 3, de doopgetuigen: Pieternella v(an) Rijmsdijck, grootmoeder van vaderszijde uit Nijmegen; Barent Verhaer, grootvader van moederskant uit Schoonhoven; DO: (= dominee) Paulus Lepenius (moet zijn Leupenius of Lupenius), zijnde oom Paulus Leupenius (of Leupen) uit Cuijk, die getrouwd is met Maria Verhaer, de oudste dochter van Barent Verhaer).

 

Vader Michael de Mandeville, hij is stadsgeneesheer in Rotterdam, is bij Bernards geboorte 31 jaar oud en moeder Judith Verhaar is, op een maand na, 29 jaar.

 

In het gezin Mandeville worden in totaal vijf kinderen geboren. Slechts twee van hen blijven in leven, Bernard en Petronella Clementia. Drie kinderen overlijden zeer jong: het eerste kind, een dochter, geboren op 3 juli 1668, leefde slechts een uur en werd begraven in de Groote Kerk in Rotterdam; het tweede kind, een zoon, Emmanuel, geboren op 2 augustus 1669 en gedoopt op 4 augustus 1669 (getuigen: Barent Verhaar, Petronella van Riemsdijk en Maria Verhaar), leefde een week en werd begraven bij zijn zusje. Het vierde kind, een dochter, Petronella Maria, geboren op 7 december 1678 en gedoopt op 8 december 1678 (getuige: Maria de Mandeville), stierf na zes weken en werd begraven in de ‘Fransche’ kerk, d.w.z. de Sebastiaanskapel, in Rotterdam. 

 

Bernard is hun derde kind. Het vijfde kind is Petronella Clementia, geboren op 12 augustus 1684 en gedoopt op 15 augustus 1684 (getuigen: grootvader Barent Verhaar en grootmoeder Mensia Hamsarde, notaris Dirck Meesters en zijn vrouw Barbara Elsevier). Bernard is dan al bijna 14 jaar oud. Zij is nog geen 4 jaar oud en Bernard 17 jaar oud als hun moeder Judith op 29 maart 1688, 45 jaar oud, in Rotterdam sterft. Zij wordt op 3 april 1688 begraven in de kelder van de ‘Fransche’ kerk. Hun vader Michael overlijdt op 24 november 1699 in Amsterdam. De kleine Petronella wordt mogelijk eerst verzorgd door haar tante Maria de Mandeville (1646-1703; begraven in Amsterdam), maar als zij in 1709 met Jan van Laer uit Zwolle trouwt, woont zij in Arnhem bij haar tante Elizabeth de Mandeville (1648-1724) en deze tante verhuist met haar mee naar Zwolle. Wanneer Petronella in 1774 op 90-jarige leeftijd in Zwolle overlijdt, zijn er van haar zeven kinderen nog twee zoons in leven.

 

Bernard groeit op in een remonstrantsgezind milieu. Hij bezoekt de Erasmiaensche of Latijnsche school (zie afbeelding hieronder) in de Wijde Broedersteeg in Rotterdam.1 Van 1685 tot 1691 studeert hij ‘natuurlijke filosofie [= natuurkunde] en medicijnen aan de universiteit van Leiden. In zijn studententijd maakt hij een leer-rondreis door Europa. Zijn moeder overlijdt in 1688. In 1689 promoveert hij in de natuurlijke filosofie en in 1691 in de geneeskunde. Vermoedelijk werkt hij enige tijd bij zijn vader in Rotterdam. In 1693 wordt zijn vader uit Rotterdam verbannen; hij verhuist naar Amsterdam, ongetwijfeld met zoon en dochter.

 

Nog in 1693 vertrekt Bernard naar Engeland, aanvankelijk om de taal te leren. Voor 17 november 1693 besluit hij zich daar als arts te vestigen, gespecialiseerd in psychosomatische ziekten, en als psychiater c.q. klinisch psycholoog. Naast zijn medische praktijk is Mandeville dichter en schrijver. Hij gebruikt zijn achternaam Mandeville, een plaatsnaam, met en zonder „de”, dat hier „uit” betekent. Hij behoudt de Hollandse nationaliteit.

 

Huwelijk. Op 28 januari 1699 ondertekent Bernard Mandeville een attestatie van ondertrouw (marriage licence allegation) en op 1 februari 1699 trouwt hij met de 25-jarige Elizabeth Lawrence (ook: Laurence). Als ze op 1 februari in de parochie St. Giles-in-the Fields trouwen, wonen ze officieel al in de parochie St. Martin-in-the-Fields.

 

Kinderen. Al op 1 maart 1699 wordt hun eerste kind geboren, Michael. Hij woont later, blijkbaar ongetrouwd, in Kennington, in de parochie Lambeth. Hij wordt, 70 jaar oud, op 13 augustus 1769 begraven op het kerkhof van St. Giles, Camberwell.

Verder bereikt alleen hun dochter Penelope de volwassen leeftijd.

Penelope Mandeville, geboren op 24 augustus 1706 en gedoopt op 19 september 1706 in Bermondsey, trouwt op 14 april 1726 met John Bradnox, een wever, geboren op 2 november 1706. Zij krijgen 5 kinderen: John (1727), Bernard (1728), Elizabeth (1734), de tweeling Penelope en Judith (1739), en Ann (1741). John Bradnox overlijdt in 1741, vlak voor de geboorte van Ann. Van de andere kinderen is dan alleen Elizabeth nog in leven. Penelope Bradnox-Mandeville sterft in 1748.

 

De overige kinderen van Bernard Mandeville sterven jong: John; Petronella Clementia; Clementia; Elizabeth. Op 4 mei 1700 krijgt Mandeville, dan verhuist naar de parochie St. Giles Cripplegate “within the Freedom in Londen, een zoontje John, maar diens moeder heet Joyce. Hij wordt gedoopt op 16 mei 1700 en begraven op 13 augustus 1702, ook in Camberwell. Een dochtertje van Mandeville en Elizabeth, Petronella Clementia, vernoemd naar Mandevilles zuster, wordt geboren op 16 juli 1701 en gedoopt op 27 juli 1701, net als eerder haar halfbroertje John, in St. Giles, Cripplegate, Londen. Zij wordt op 6 mei 1702 begraven in Camberwell.  Daar worden op 28 februari 1709 resp. 25 april 1709 nog twee dochtertjes begraven, Clementia, vernoemd naar Mandevilles grootmoeder van moederskant, en Elizabeth, gedoopt op 24 december 1708 in Bermondsey (parochie St Mary Magdalen), en mogelijk vernoemd naar Mandevilles echtgenote.

 

Mandeville woont in 1706 al met zijn gezin buiten de city van Londen, eerst aan de Long Walk in Bermondsey, en later in de parochie St. Mary, Lambeth, waarschijnlijk in Kennington. Daar woont hij in ieder geval nog in 1728/1729.

Mandevilles echtgenote Elizabeth Lawrence, vermoedelijk geboren op 29 november 1674 in de parochie St Giles Cripplegate, Londen, overlijdt in april 1732. Zij wordt op 25 april 1732 begraven op het kerkhof van St. Giles in Camberwell.

De weduwnaar Bernard Mandeville overlijdt kort daarna, op zondagmorgen 21 januari 1733, in Hackney, waar hij mogelijk tijdelijk verbleef.

Zijn begrafenis op het kerkhof van Camberwell, vlakbij Kennington, wordt op 25 januari 1733 genoteerd in het register van St. Giles in Camberwell:

 

 

 

 

 

 

Overlijdensbericht in Berington’s Evening Post van dinsdag 23 januari 1733:

 

Op zondagmorgen jl. overleed in Hackney, in zijn 63ste levensjaar Bernard Mandeville, med. dr., auteur van de Fabel van de Bijen, van een Verhandeling over de hypochondrische en hysterische hartstochten en verscheidene andere bijzondere stukken, waarvan enkele in vreemde talen zijn gepubliceerd.

Hij was zeer begaafd, bezat een ongewone geest en sterk oordeelsvermogen. Hij was grondig bedreven in de kennis van de Klassieken, zeer ervaren in vele delen van de filosofie en een weetgierig onderzoeker van de menselijke natuur; welke bekwaamheden hem tot een waardevolle en onderhoudende metgezel maakten en waardoor hij terecht de waardering van verstandige en geletterde mensen kreeg.

In zijn beroep stond hij bekend om zijn welwillendheid en menselijkheid; in zijn persoonlijke hoedanigheid een oprechte vriend ; en in zijn hele levenswandel een buitengewoon rechtschapen en integere gentleman.”

 

Zie: Het testament van Bernard Mandeville

 

 

 

De naam Mandeville is ‘Germaans’

 

Veel plaats– en streeknamen in Noord-Frankrijk zijn niet Romaans van oorsprong, maar Germaans. Het wemelt er van plaatsen met ville of viller(s) erin. Ville, of viller(s) is een verbastering van het oud-duitse woord wiler dat, net als het Duitse woord Weiler, gehucht betekent, in de zin van een hoeve of hofstede. Ville is hier dus niet het Franse woord voor “stad”.

           Er zijn verscheidene plaatsen of gebieden met de naam Mandeville. Enerzijds betekent het Saksische (en ook Nederlandse) woord mande: gemeenschappelijk, ‘meent’. Mandeville betekent “gemeenschappelijk gehucht”. Anderzijds komt de combinatie van een voornaam en ville of villers vaak voor, en Mante, Mande of Manne zijn oude voornamen.

          

 

Over de afkomst van Bernard Mandeville is in de loop der tijd veel onzin geschreven. Zo is hij niet in Dordrecht geboren, maar in Rotterdam. Hij stamt niet af van Franse Hugenoten, maar was een 5e generatie Nederlander. Hij kreeg niet de Engelse nationaliteit.

 

Genealogische wetenswaardigheden

 

I. Ouders

 

Michael de Mandeville X Judith Verhaar.

 

                                              Michael de Mandeville (1639-1699), werd op 26 september 1639 in Nijmegen geboren en daar op 29 september gedoopt. Hij trouwde op 28 juli 1667 met Judith Verhaar (1642-1688). Hun huwelijk werd gesloten in Beek bij Nijmegen. Judith Verhaar werd geboren in Schoonhoven en groeide daar ook op. Haar geboortedatum is 12 december 1642 en haar doopdatum 27 december 1642. Het echtpaar Mandeville-Verhaar vestigde zich in Rotterdam.

De Mandeville was stadsgeneesheer, gasthuismeester en luitenant van de schutterij in Rotterdam en schepen van Schieland. Vermoedelijk als nasleep van zijn rol en die van zijn zoon bij het zgn. Costermanoproer werd hij in 1693 uit Rotterdam verbannen. Hij verhuisde daarop naar Amsterdam, waar overigens zijn zuster Maria en broer Johan al woonden. Daar overleed hij op 24 november 1699. Hun dochter Petronella Clementia (1684-1774), het zusje van Bernard Mandeville, trouwde op 19 november 1709 (in Oosterbeek) met Jan van Laer (1683-1762) uit Zwolle, waarheen zij dan ook verhuisde. Net zoals zijn vader Willem van Laer werd Jan later burgemeester van Zwolle.

 

II. Grootouders

 

II.1. Van vaderszijde:

 

Emmanuel de Mandeville X Petronella van Riemsdijk.

 

Emmanuel (Immanuel) de Mandeville (26 februari 1611–19 oktober 1660), geboren in Nijmegen en daar overleden, stadsgeneesheer en professor in Nijmegen, trouwde op 9 december 1635 in Grave met Petronella (Pieternella) van Riemsdijk (Rijmsdijck) (17 maart 1611 - 27 april 1675), geboren in Grave en overleden te Rotterdam. Zij was een dochter van Wouter van Riemsdijk, burgemeester van Grave, en Elisabeth van Erp. Een broer van Emmanuel, David de Mandeville (geb. 1615), gehuwd met Anna de Quay, was in 1643 arts in Grave (Rogstraat 30).

Over Emmanuel de Mandeville: zie Nieuw Ned. Biogr. Woordenboek (NNBW), deel I, blz. 1298.

Ze kregen 12 kinderen. De kinderen die niet jong overleden, waren: (2e kind) Wolter (1637-1662), ook genaamd Gualtherus, arts en professor, zie ook NNBW I, blz. 1298; (3e) Michael (1639-1699), de vader van Bernard Mandeville; (6e) Julius (1643-1694), luitenant en ondermajoor van Hulst8; (8e) Maria (1646-1703);(10e) Elizabeth (1648-1724, de tante bij wie Petronella de Mandeville in Arnhem woonde en (11e) Johan (1650-1702), opperchirurgijn bij de V.O.C.

 

 

II.2. Van moederszijde:

 

Barent Verhaer X Clementia Jans Hamsaerde.

 

Barent Verhaer (ook: Verhaar) (doopdatum 4 april 1609 - na 1689, waarschijnlijk voor 1692) werd geboren in Zaltbommel en gedoopt als Bernt. Hij was kapitein op een oorlogsschip op de binnenstromen, in ‘s lands dienst onder het Collegie ter Admiraliteijt‘ te Rotterdam. Het schip was een ’uitlegger’, een wachtschip met kanonnen.

 

Op 12 februari 1639 ging hij, officieel woonachtig in Rotterdam, in Amsterdam in ondertrouw met Maijnsge Jans Hamseerden (1619/1620- na 1684). Zij ondertekent dan zelf met Menschit Jans Hamsarda. Menschit is een vleivorm van Menske. Hamsarda betekent ‘van Hamsard’. Hamsard is ‘Hamseerden’, waarmee bedoeld wordt Hamsweerden of Hamswerd (zie kaart), thans Hamswehrum bij Emden (Oostfriesland).

 

 

 

In de archieven komt haar naam ook voor als Clementia Jans Hamsaerde, Meinsje(n) Jans, Meynsge, Meintje van Hamsaarde of Hamsard. Zij woonde officieel in Stavoren. De vader van Meinsje was Jan Atis. Hij was vermoedelijk een Friese schipper of marinecollega van de Verhaers. (De grotere schepen van het gewest Friesland waren toen geplaatst onder de admiraliteit van Rotterdam.) Ten tijde van de ondertrouw in Amsterdam verbleef hij op de Brouwersgracht.

 

Barent en Meinsje trouwden in Stavoren of Rotterdam. In 1640 verbleven zij in Amsterdam, waar hun oudste dochter Maria werd geboren en op 2 februari 1640 werd gedoopt, waarbij zijn zuster ‘Judit Verhaer in plaats van Captyn Commandeur Duijmaff’, zijn vader, als getuige optrad. Daarna woonden zij in Rotterdam in de Houttuijn, en vanaf 1642 (in 1672 aan de ‘Westzijde van de Haven’), in Schoonhoven, waar Verhaar later ook burgemeester was. Zijn vrouw was in 1684 als Mensia Hamsarde getuige bij de doop van Petronella Clementia, het zusje van Bernard Mandeville.

 

Hun kinderen waren Maria (1640- na 1700?)2, Judith (1642-1688); Alette (1646-1671); Johannis (1648-?; schepen in Schoonhoven in 1690), Dirck (1650-1672)3 en mogelijk nog een dochter die met een Middelbeeck trouwde. (Eén van de getuigen bij de doop van zoon Johannis was overigens Johan van Riemsdijk uit Grave, ’der convoyen en licenten in de Grave’, die Barent Verhaer al in 1639 en mogelijk veel eerder kende. Deze Johan van Riemsdijk was een broer van Bernard Mandevilles grootmoeder Petronella (Pieternella) van Riemsdijk.

        

N.B. Via Barent Verhaar is Bernard Mandeville verwant aan bekende Geneefs-Italiaanse families die oorspronkelijk uit Lucca kwamen: Diodati, Burlamacchi enz. en ook aan Daniel en Jean Le Clerc. [Uitvoeriger in Mensen spreken om niet begrepen te worden, noot 165. Het daar genoemde archief van Benjamin Burlamachi bevond zich op de zolder van het Elizabeths Gasthuis in Haarlem en is bij besluit van G.S. van Noord-Holland van 16-01-1907 overgedragen aan het GA Amsterdam.]

 

 

III. Overgrootouders.

 

III.1. Stamlijn vader:

 

Michael de Mandeville X Maria van den Rade.

 

Michael de Mandeville (1576- 4 oktober 1635), waarschijnlijk geboren in Leeuwarden, bezocht de middelbare school in Leeuwarden. Hij werd in 1595 als student medicijnen ingeschreven aan de universiteit van Franeker en studeerde af in 1597.4 In 1600 trouwde hij (bij de ondertrouw in Leeuwarden Michael Manderwyll genoemd) in Franeker met Maria van den Rade (10 juli 1577- 5 juli 1636), geboren in Antwerpen of Brugge. Maria was een dochter van Gillis van den Rade (Aegidius Radaeus) en Magdalena Brouwers.

 

Radaeus is de bekende protestantse boekdrukker; hij verhuisde in 1569 van Gent naar Antwerpen, vandaar in 1576 naar Brugge, om in 1577 weer naar Antwerpen terug te keren. In 1586 verhuisde hij van Antwerpen naar Franeker. Aegidius Radeaus, de boekdrukker, werd op 3 juni 1592 ingeschreven in het album van de universiteit van Franeker. Hij overleed in maart 1615. Zijn zoon Aegidius werd op 25 maart 1594 als student ingeschreven. Een zuster van Maria, Anna vande Rade, trouwde met Vibrandus Revius, arts en rector in Franeker.

 

Michael en Maria verhuisden spoedig van Franeker naar Nijmegen, waar Michael eerst de functies van rector van de Latijnse school (een Latijnse publicatie van hem uit 1601 betreffende het reglement van deze zgn. Apostolische school te Nijmegen, gedrukt door zijn schoonvader Aegidius Radaeus, vermeldt als zijn naam Michael a Mandewylle) en van stadsgeneesheer uitoefende, vanaf 1608 alleen die van stadsgeneesheer. Pas in 1617 werden hij en zijn kinderen burgers van Nijmegen.

 

Hun kinderen waren: Johannes (1601-1657), Aegidius (1604-1636), Daniel (1617-1618), Sara (1609- voor 1617), Immanuel, de grootvader van Bernard Mandeville, Salomon (1617-1618), David (1615- na 1643), Anna (1617-na 1643), Salomon (1620-voor 1673) en Michael (1622-?)

 

Vanaf 1621 tot zijn dood door de pestepidemie, was Michael de Mandeville schepen van Nijmegen. Hij was remonstrantsgezind en bevriend met de vooraanstaande remonstrantse predikanten Godefridus Paludanus, in 1617 getuige bij de doop van zijn dochter Anna, en Joannes Narsius te Grave. Het genoemde schoolreglement bevat een gedicht van 16 regels in het Latijn Apostrophe ad urbem Noviomagensem, een toespraak op de stad Nijmegen. Over Michael de Mandeville: zie NNBW, I, 1298.

 

Broers van Michael de Mandeville zijn Bernardus (geb. 1578) en Nicolaas de Mandeville. Ook zij bezochten de Latijnse school in Leeuwarden en studeerden in Franeker. Hun achternaam varieert van Manderwyll tot Manderwijl, Mandevylle, Mandewyl en Manderwyl.

 

De Naamlijst Advocaten van het Hof van Friesland vermeldt Bernardus in 1601 als Dr. Mandevil, Bernardus (Mandewyl). Op 18 januari 1603 wordt hij benoemd tot rector van (de Latijnse school te) Grave.5 In september 1609 wordt hij aangesteld als dominee in Nederasselt en Balgoij (gelegen tegenover Grave), maar hij wordt in 1610 niet toegelaten tot de pastorie aldaar. Maar in 1609 wordt hij ook benoemd als predikant van de drie Friese dorpen Gauw, Goënga en Offingawier, en deze functie oefende hij uit tot zijn dood op 3 oktober 1649. Begraven in Goënga.
 
Nicolaas heeft in Leeuwarden op ’t Vliet gewoond. Hij studeerde rechten. Mogelijk is hij de Nicolaus Johannisz die op 7 mei 1708 werd benoemd tot notaris te Leeuwarden. Van zijn hand is Proverbia Salomonis carmine expressa, Arnhem, 1619.6 Twee Latijnse gedichten (uit 1624) bevinden zich in het archief van Tresoar in Leeuwarden, namelijk Fortunata Venus, een huwelijksgedicht voor Henricus van Rhala (1591-1640; zie NNBW, X, 806) en Anna van Duerkop, en Exequiis maxumi viri D. Ioannis Henrici a Rhala, een lijkdicht op Joannes Henricus van Rhala, de vader van Henricus. Hij stierf in of voor 1656. Zijn nalatenschap valt ten deel aan kinderen van wijlen Brechte Hanses en aan Foeck Hanses, dochters van een Johannes, die een zoon van Bernardus zou kunnen zijn.

 

 

III.2. Stamlijn moeder:

 

III.2.1. Dirck Willems Verhaar, genaamd Duymaff (1568-1641) X Maria Aerts (? - 1628);

X (2e) Catharina van der Ameyden.

 

‘Duymaff’ (niet de eerste of enige met deze naam) was kapitein en ‘commandeur over de schepen van oorloghe gelegen in Maes en Waal’ bij de Admiraliteit van Rotterdam en woonde waarschijnlijk eerst in Zaltbommel, en vanaf 1617 meestal in Rotterdam, maar ook nog op de schans van Voorne.

In 1597 was hij mede-beramer van de (mislukte) aanslag op Venlo.7 Hij werd de commandant op de Maas. ‘De stad Grave verzocht op 31 maart 1606 aan prins Maurits of het schip van oorlog, gevoerd door kapitein Duymaff, tot convooi tussen deze stad en de schans Voorne mocht dienen, teneinde de doortocht van vijandelijke schepen te beletten, en een tol te heffen van alle opwaarts en nederwaarts voorbij zeilende schepen, waarop prins Maurits beloofde, bij de Admiraliteit te zullen bewerken, dat ten spoedigste aan dit verzoek zou worden voldaan’. In 1628 was hij kapitein op een ’uitlegger’, met 6 kanonnen, 40 bemanningsleden en van 40 lasten. Hij bleef actief in dienst tot zijn overlijden in 1641 (graf nr. 240 in de Groote- of Sint Laurenskerk in Rotterdam).

Hun kinderen waren Anthonie (ook kapitein bij de Admiraliteit, in 1625 wonend in Zaltbommel, in 1628 kapitein van de ‘Papegeij’), Ryckert (geb. 1601, voorlezer, vertrokken met het jacht ‘Delfshaven’ naar Oost-Indië in 1630; leefde nog in 1651), Judith (trouwde eerst met Anthonie Schick, kamerbewaarder bij de Admiraliteit; daarna met Anthonie Braesem; als weduwe van hem vertrok ze naar Alkmaar), Catharina (Zaltbommel, 28 september 1607-1650; trouwde in 1641 met Johannes Cromstrijen - geb. 1604 - uit Zierikzee, later burgemeester van Alkmaar), Barent (geboren in Zaltbommel en daar op 4 april 1609 als ‘Bernt’ gedoopt; grootvader van Bernard Mandeville), Christina (als Corstijntgen gedoopt op 9 juli 1611 in Zaltbommel, overleden in 1677; trouwde met Nicolaes de Vries, luitenant op een binnenschip van admiraal Tromp, die in 1643 door de Admiraliteit als kapitein werd benoemd in plaats van de overleden Duymaff) en Aert (woonde in Amsterdam).

Zijn vrouw kwam vermoedelijk uit Delwijnen/Kerkwijk (Bommelerwaard). Zij overleed in 1628 en Duymaff hertrouwde in 1632 met Catharina van der Ameyden.

 

III.2.2. Jan Atis X N.N.

De waarschijnlijk Friese ouders van Meinsje Jans Hamsarda, de echtgenote van Barent Verhaer, woonachtig in Stavoren.

 

IV. Betovergrootouders stamlijn vader

 

Jan (Joannes) de Mandeville / Jean de Manteville X Anna de Mandeville

 

Op basis van recent onderzoek, dat op een aantal essentiële punten nog geverifieerd moet worden, kan worden aangenomen dat Mandevilles betovergrootvader van vaderskant een Jan de Mandeville c.q. Jean of Jehan de Manteville was, een van de militairen van de familie De Mandeville / De Manteville in het Staatse leger, die in de zestiende eeuw vanuit de Zuidelijke Nederlanden naar de Noordelijke Nederlanden trokken en langdurig in Groningen en Friesland verbleven. Zie verder Mandeville Van Zuid naar Noord in Nederland.

 

 

Noten

1. Leraren aan de Erasmiaanse school in de tijd dat Mandeville deze bezocht:

Rector: Isaac Gruterus, tot november 1680; Joannes Sylvius (Jan van den Bosch), vanaf januari 1681.

Conrector: Joannes Sylvius; Jacobus Henricius vanaf 24 maart 1681.

Praeceptoren (leraren): Jacobus Henricius tot 24 maart 1681; Wilhelmus Hovius; Wilhelmus Jansonius Ipolaen (Ypelaer); Jacobus Rijsoort, tot juli 1680; Reijnier Helt, 1680-1683; Petrus (Pieter) Rabus, vanaf 1681; Maternus Harwich, vanaf 1683.

 

Mandeville ging vanaf de Erasmiaanse school meteen naar de Leidse universiteit. Hij volgde geen lessen aan de zgn. Illustere School te Rotterdam. Deze Illustere School, waaraan de namen van Jurieu en Bayle verbonden zijn, was een vage, kortdurende calvinistische onderneming, die uiterst weinig leerlingen trok en door remonstrantsgezinden werd gemeden.

 

2. Maria Verhaar trouwde in 1662 met dominee Paulus Leupenius (Leupen, Lupenius) (1636-1679), die in Leiden gestudeerd had onder de professoren Coccejus en Hoornbeek en vanaf 1661 dominee in Cuyk was. Hij was de oudste zoon van Petrus Leupenius (Leupen; Lupenius) (1607-1670), dominee en grammaticus, schrijver van o.a. Aanmerkingen op de Neederduitsche Taale (1653).  Maria Verhaar hertrouwde op 23 november 1687 te Beugen met Anthony Verspreet, ‘lantschrijver en vendumeester van het Land van Cuijck’.

 

3. De dood van Dirk Verhaer in 1672.

Uit: Leven en bedrijf van Willem Henrik (1677), door Arnoldus Montanus (predikant te Schoonhoven, die Verhaer, ook woonachtig in Schoonhoven, persoonlijk moet hebben gekend), blz. 409-417; Bladwijzer D.

 

[409] Margetekst: 20 juli 1672: [De Franse maarschalk] Turenne voor Bommel, belegerd, opgeëist.

Onder menigte tenten lagen ze op de uiterwaarden, wanneer omtrent avond een trompetter de stad opeist en gevolmachtigden tot dadiging [onderhandeling met de vijand tot capitulatie]. Stadsvoogd Van Leeuwen, magistraat, krijgs- en burgerbevelhebbers gaven ten antwoord: Zij hadden geen genegenheid iemand naar het Franse leger af te schikken; waren bezig met tegenweer.

De Roomsgezinde edellieden Benting en Barreveld lieten zich vinden bij die de trompetter uitleiden; verzochten ingelaten; hadden voor te staan tot dienst der stad. 't Werd toegestaan.

[410] Margetekst: Vreemde handel met Aspremont.

De ondergraaf Asprement voegde zich bij dit gezelschap; eiste uit Turennes naam Bommel op. Hij ontving manhaftig antwoord. Men had geen gedachten tot overgave; maar wel het uiterste af te wachten. Hierop toont Aspremont een kaart waarin Bommels sterkten en gebrekkelijkheden der zelve naar het leven afgemaald stonden: het gebrek aan stormpalen en palissaden, ondiepe grachten, schaarsheid van bezetting en oorlogsbehoeften, vermolmde rolpaarden. Was het geen tijd, sprak hij, zulk een plaats over te geven? Deze redenen maakte hij zo lang tot een trompetter hem spoedig afhaalde.

Margetekst: Trouweloosheid der Roomsgezinden

Naderhand is uitgelekt, hoe Pausgezinden door een heimelijkheid in de muur bij het Oranje-bolwerk, nu en dan des nachts gekropen, alle toestand overbriefden.

[411] Margetekst: Heldendaad van hopman Barend Verhaer.

Het geschut der stad, zeer onbruikbaar, kon niet bereiken ‘s vijands leger op de uiterwaard van Gameren onder tenten neergeslagen. Weshalve de overheid aan hopman [kapitein] Barend Verhaer, met zijn uitlegger, kort boven Bommel voor anker, verzocht de Fransen tussen Haaften en Gameren te beschieten. Twintig burgers stapten tegelijk scheep met handbussen en haken van het raadhuis. Zo gewis trof Verhaer, dat tenten over hoop stoven, mannen en paarden verminkt of dood neerploften. Tweemaal had hij nu de laag gegeven, wanneer voor de derde reis klaar, de kardoezen door gestopt buspoeder op de overloop in brand vlogen, en onder dikke smook twee matrozen nevens de onder-hopman [luitenant] Dirk Verhaer buiten boord. Een der bootsgezellen kreeg de sloep. Verhaer, ijselijk gezengd na lang gezwommen, werd tegen krijgsgebruik dood geschoten. Buiten dusdanig ongeluk en het vertrek van Stoop, door zijn matrozen gedwongen van de Kluit onder Bommel met de uitlegger af te zakken, vinniger neep had het Franse leger gevoeld. Doch hopman Verhaer, zelf gevaarlijk gebrand, had nauwelijks zo veel gezonden, die het schip stadwaarts vaarden, tussen duizend en duizend kogels. Op het aanlanden liepen vrouwen en kinderen naar de wal. Ieder mocht naar de zijne zien, of gekwetst of dood lagen. Zulk tieren baarde zodanige wanorde, dat niet weinigen haar standplaats verlieten.[Bladwijzer, D. vermeldt: Dirk Verhaer tegen krijgsgebruik doodgeschoten]

[Blz. 411-16] Margeteksten: 21 juli 1672. Brief van Turenne. Franse adel wil stormen. Onderhandeling met een Franse kolonel. Redenen tot overgave van Bommel. Gevolmachtigden aan Turenne, haar vreemd wedervaren. Reden van Turenne; antwoord op de zelve. Weder antwoord van Turenne. Loze wapenkreet voor Bommel; storm op de stad, hoe gestuit. Bedingpunten voor Bommel. 22 juli 1672. [laatste punt van de voorwaarden, waaronder de overgave plaats vond] De stadsvoogd en bezetting in zes schepen met slaande trommen en vliegende vanen naar Gorkum bijgeleid.

[416] Margetekst:  Barend Verhaer, zijn moeite met het bootsvolk.

Terwijl deze onderhandeling duurde, liepen de matrozen van de uitlegger weg. Zij wilden niet meer het leven, of arm en benen verliezen. Het land was verloren. Hopman Barend Verhaer kon in het verdrag niet ingesloten. Zo verbitterd was Turenne. Want die dag stond hem op veel gekwetsten en doden, onder welke nevens andere aanzienlijke personages Cloddere den hop werd afgeschoten, bereeds geschikt tot het stadsvoogdschap van Bommel. Verhaer dan voerde de bootsgezellen tegemoet. Wat hebt gijlieden te verwachten, als een schrikkelijke dood? Is het ongemeen noodweer, waarom niet van de nood een deugd gemaakt? Beter te vergaan op het water, dan onder de handen van ongenadige beulen. En nu God kan uitkomst geven.

Margetekst: Ontkomt met zijn uitlegger door duizend gevaar: verwoedheid der Fransen jegens hem

De redenen gelden, zij stapten binnen boord. Genoodzaakt wegens de ondiepten dicht onder de wal van het Franse leger uit te laveren. Dit gaf uit haken en vuurroeren vinnig vuur. Ontelbare kogels doornaaiden schip en zeilen. Even buiten het heir wegens dikke duister aan grond geraakt; doch bij wassend water weer vlot, en eindelijk voor Gorinchem. Belangende der Franse verwoedheid had hopman Verhaer geen ongegronde gissing. Want Adam Stang, geheel verzengd aan land gebleven, zou levend aan stukken gekapt zijn, indien niet sommige burgers getuigden dat een der bezettelingen [militair van het Bommels garnizoen] was.

 

4. Dissertatie vermeld in Paul Valkema Blouw. Typographia Batava 1541-1600. In ordinem digressit A.C. Schuytvlot. Repertorium van boeken gedrukt in Nederland tussen 1541 en 1600. A repertorium of books printed in the Northern Netherlands between 1541 and 1600. (1998), deel 2, blz. 511: 1597. Mandewijl, Michael. Theses logicae de duabus accidentium categoriis primis.

 

5. De overeenkomst tussen Grave en de rector geeft aan dat er wederzijds een opzegtermijn van drie maanden geldt. De beloning bestaat uit 300 gulden per jaar: 175 gulden per jaar als tractement, te betalen eenvierde per kwartaal; 10 gulden per jaar voor huishuur; 15 gulden per jaar voor 3 malder rogge; en 100 gulden per jaar, zijnde de helft van het schoolgeld van de scholieren. Daarbovenop komt nog het geld dat de rector eventueel van Zijne Excellentie (d.w.z. prins Maurits) kan lospeuteren, en waarvoor de stadsbestuurderen ‘hem gerne behulpelyck willen wesen’.

 

6. Het gedicht kan zijn geschreven ter gelegenheid van de bevestiging in 1619 van de Friese predikant Hiëronymus Honerbringa (Hoenerbringius) als predikant in Arnhem en kan verband houden met de uitkomsten van de Dordtse synode. Honerbringa stond verzoenend tussen de remonstranten en de calvinisten.

 

7. Omdat het niet ging om een resultaat- maar om een inspanningsovereenkomst, werd bij Resolutie van de Staten Generaal op 23 juli 1597 bepaald om aan o.a. Duymaff de gemaakte kosten te vergoeden, hem extra te belonen met duizend gulden, een extra maandelijkse toelage van twaalf gulden toe te kennen, plus een zo spoedig mogelijke bevordering tot kapitein, alles volgens hetgeen bij contract beloofd was.

 

8. In het Rampjaar 1672 en tijdens het verdere verloop van de Hollandse Oorlog of Frans-Nederlandse Oorlog (1672-1679) was, behalve Barent Verhaer en zijn zoon Dirck (zie noot 3), ook Bernard Mandevilles oom Julius de Mandeville (1643-1692) actief. Rond 1675 lag hij met zijn compagnie uit Hulst ingekwartierd in Den Bosch ter verdediging van de zgn. Oude Hollandse Waterlinie. Wat de familierelaties betreft, Bernard Mandevilles vader Michael, die op 3 april 1688 zijn vrouw Judith ten grave had gedragen, was op 9 april 1688 in Hulst getuige bij de doop van Petronella, dochter van Julius de Mandeville en zijn echtgenote Susanna Verdoel.

Bernard Mandeville,

 

zijn familie en genealogie

Bernard Mandeville [Nederlandse uitspraak: Bérnard Mándeviel] werd op 15 november 1670 in Rotterdam geboren. Zijn vader was stadsgeneesheer in Rotterdam, zijn groot- en overgrootvader waren befaamde Nijmeegse artsen. Zijn betovergrootvader was een Waalse militair van het Staatse leger, De Mandeville / Manteville, [‘De’ betekent ‘van’ of ‘uit’] die in 1569 in Groningen c.q. Delfzijl terecht kwam. Zijn moeder behoorde tot het geslacht Verhaer-Duijmaff, gerenommeerde marineofficieren in dienst van de Admiraliteit op de Maze.

         Bernard Mandeville studeerde natuurkunde en medicijnen in Leiden. In 1693 vestigde hij zich in Engeland. Hij behield de Nederlandse nationaliteit. Hij werkte fulltime als dokter en specialiseerde zich in de behandeling van psychosomatische stoornissen. Daarnaast was hij een geëngageerd en literair begaafd schrijver, stevig en geestig aanwezig in het debat en altijd respectvol  jegens tegenstanders, hoe fel die hem ook op zijn huid zaten. Hij overleed op 21 januari 1733 en werd op 25 januari begraven in Camberwell.

Bernard Mandeville

Handtekening van de ouders van

Bernard Mandeville, d.d. 6  september 1668, testament te Rotterdam.

Bernards moeder Judith Verhaar werd op 3 april 1688 begraven in de kelder van deze ‘Fransche’ kerk.

 (de St. Sebastiaanskapel in de Lombardstraat, hoek Meent).

Erasmiaensche of Latijnsche School,  Rotterdam.

Handtekening van grootvader

Barent Verhaar (1684)

De handtekeningen van de grootouders

B. Verhaer en Menschit Jans Hamsarda onder de ondertrouwacte (1639)

Deze afbeelding en die op de pagina Bibliografie geven Bernard Mandeville weer. Andere afbeeldingen zijn helaas niet bekend.

 

Onderzocht wordt of het portret op de voorpagina Bernard Mandeville voorstelt.

Doopboek Zaltbommel 1609:

Doop den 4 April Dynsdach

Gedoopt het kyndt van cap

tyn Duymaff genaemt

Bernt

De verbanning van Mandevilles vader Michael

uit Rotterdam. Dit besluit van 10 februari 1693 is niet ingetrokken.

Hierboven het handschrift van Mandevilles overgrootvader Michael, uit 1607

St Giles, Camberwell, 1750. Begraafplaats van Bernard Mandeville, zijn vrouw Elizabeth, en de kinderen Michael, Petronella, John, Clementia en Elizabeth.

‘Anno 1670 den 15 November s morgens omtrent 3 uuren is gebooren onsen tweeden Soon en is gedoopt Bernardus.’

Inschrijving huwelijksregister

St. Giles-in-the-Fields, 1 februari 1699