BERNARDUS LUGDA

en

Elisabeth van Hornum genaamd Schram

 

 

Medische dissertatie

Disputatio inauguralis de hydrope,

et quidem in specie de anasarca.

 

 

Universiteit van Groningen (1624)

 

 

 

Browser: Windows Internet Explorer

Bernardus Lugda

 

I. Bernard Lugda, geboren omstreeks 1600, overleden omstreeks 1655, was afkomstig uit het stadje Lügde (Lüde) of Lügda in Nedersaksen. De naam die hij eerst gebruikte, is Bernhardus Luyder of Luider (uitspraak: Lüder; betekenis hiervan is iemand uit of van Lügde). Maar volgens dhr. Manfred Willeke is zijn geslachtsnaam Knedeisen, een aanzienlijke Lügder familie .

         Hij studeerde aan de Groningse universiteit, waar hij op 26-05-1615 ingeschreven stond als Bernhardus Luydanus, Westphalus e ditione Paterbornensi.

         Als Bernhardus à Lugda (van/uit Lugda) promoveerde hij op 10-08-1624 in de geneeskunde.

         De universiteit schold Bernard in juli 1624 de promotiekosten kwijt, omdat hij al sinds de oprichting van de universiteit (1614) als student stond ingeschreven.

         Bernardus Lugda (ook à Lugda en Van Lugda) was de eerste Groningse promovendus die zich in de stad Groningen vestigde.

        

II. De titel van het proefschrift van Bernard Lugda is Disputatio inauguralis de hydrope, et quidem in specie de anasarca. Het gaat over ‘hydrops anasarca’, d.w.z hydrops (waterophoping) in het onderhuidse bindweefsel, d.i. oedeem in engere zin. 

        

III. In zijn proefschrift noemt Lugda niet zijn ouders, maar wel een aantal andere personen. Uit hun namen valt af te leiden in welke kringen Lugda blijkbaar verkeerde.

 

Hij noemt eerst het hele bestuur van het landschap Drenthe:

- Caspar van Ewsum, heer van Nienoord en Vredewold, gouverneur van Groningen en ook landdrost van Drenthe;

- de Drentse gedeputeerden Rudolf van Echten tot Echten; Johannes van Welvelde; Albert Hagewolt en Johannes Butinck; en

- de Drentse secretarissen Balthasar Lyphard en Hubertus Weinichman.

 

Vervolgens nog twee anderen, Achatius Jr Burggraaf van Dhona en Ortgies Schulte.

- Achatius van Dhona, of Dohna (1581-1647) is van hen de invloedrijkste. Hij is een topman van Frederik van de Palts, de zgn. Winterkoning, die vanaf 1620 in Den Haag hof hield. Zijn broer Christoph van Dhona is een zwager van stadhouder Frederik Hendrik, want hun echtgenotes zijn de zusters Ursula von Solms resp. Amalia von Solms.

- Ortgies Schulte, een vriend van Bernard Lugda, is senior en thesaurarius (schatbewaarder) van de Lutherse domkerk St. Petri in Bremen.

        

IV. Elisabeth van Hornum genaamd Schram.

Bernard Lugda trouwde met Elisabeth van Hornum genaamd Schram, telg uit het geslacht van Gelderse landjonkers Van Hornum genaamd Schram uit Opper-Gelre (Butgen; Büttgen).

        

Haar vader was zeer waarschijnlijk Willem van Hornum genaamd Schram, luitenant van de stadhouder Adolf van Nieuwenaar, graaf van Meurs (1545-1589) en commandant van Zwartsluis. Haar grootvader was Willem van Hornum genaamd Schram (overl. 1573), kapitein in het leger van Karel V, en haar grootmoeder Bela van Essen.

        

Haar moeder was een Van Haeften uit Wilgersdorf bij Siegen. Zij is familie van de vooraanstaande Franse hugenoot Gaspard de Coligny (1519-1572). Daardoor is zij ook verwant aan Louise de Coligny (1555-1620), de vierde echtgenote van Willem (de Zwijger) van Oranje, hun zoon stadhouder Frederik Hendrik, hun kleinzoon stadhouder Willem II en hun achterkleinzoon koning-stadhouder Willem III.

 

V. Het echtpaar Lugda kocht in 1635 een woning aan de oostzijde van de Lamme Huingestraat, nu de Akerkstraat, in Groningen.

 

VI. Zij waren van ca. 1626-1660 ook eigenaar en verpachter van de hofstede (‘plaats’) van het ‘stadsgoed’ in Noordlaren dat toen ‘Lugda-plaats’ werd genoemd. Deze hofstede met gracht en singel eromheen lag noordoostelijk van het huidige ‘Meerlust’, Koningsteeg 3, Noordlaren (zie kaart en schets).

 

VII. Hun kleindochter Maria Catrina Elisabeth Lugda was de dochter van Johan Wilhelm Lugda (Jan Willem Lugda), die rond 1672-1675 diende in de compagnie van Frans Wilhelm Ripperda, en (vermoedelijk) Agneta Hartgers (of Van Hargers).

 

VIII. Maria Lugda was weduwe van Bernardus Bonifacius van Dam, met wie ze in 1706 was getrouwd, toen zij op 09-11-1719 in Groningen trouwde met de weduwnaar Jacobus Vrijmoedt of Vriemoedt.

Hij was op 05-12-1713 getrouwd met Geesien Jurriens, weduwe van Jacob Assuerus, met wie Geesien op 25-03-1697 was getrouwd.

Jacobus Vriemoedt sloot zijn derde huwelijk op 15-01-1733 met Geertje Jans van Emmelencamp.

 

XI. De ouders van Jacobus Vrijmoedt waren Lubbert Peters Vrijmoedt uit Roden en Abeltje Jacobs (Reneman) uit Groningen, getrouwd op 11-01-1677. Lubbert moet voor of in 1692 overleden zijn.

 

X. Generaties vanaf Jacobus Vrijmoedt en Maria Lugda zijn:

 

1e. Hun enig kind Johan Lodewijk Vriemoet, geb. Groningen 28-12-1725, trouwde op 04-11-1756 met Elizabeth Vossema (geb. Groningen 10-02-1729), dochter van Johannes Vossema en Annegien Jans. Vriemoet overleed voor 1764. Elizabeth hertrouwde op 08-04-1765 met Jannes Vos. Zij overleed in Groningen op 15-02-1791.

 

2e. Hun enig kind Jacobus Lubbers Vriemoet of Vrijmoedt, geb. Groningen 06-04-1760, ovl. Groningen 12-05-1804, trouwde op 22-05-1788 met Neeltje Steenbergen, geb. Groningen 26-03-1761, ovl. 31-10-1826. Haar ouders waren Ede Egberts (Steenbergen) en Marijke Daniels.

 

Zij kregen 7 kinderen.

 

- Elisabeth Vriemoet, gedoopt 15-03-1789;

 

- Johan Lodewijk Vriemoet, 15-08-1790/19-11-1846, trouwde met Wilmina Telgens;

 

- Ede Egberts Steenbergen Vriemoet, 15-12-1793/20-01-1872, trouwde met Albertje van Dijk, 1800/29-01-1865; hun nazaten dragen de familienaam Vriemoedt.

 

- Elisabeth Vossema Vriemoet, 15-11-1795/27-08-1827 (trouwde met Johan Christiaan Diedrich, ook Diederik of Diderik);

 

- Karel Vriemoet (zie hierna 3e);

 

- Jannes Hindriks Vossema Vriemoet, 29-03-1801/31-01-1835;

 

- Jacoba Lubberdina Vriemoet, 07-10-1804/18-05-1842 (trouwde met Roelof Geerts Kunst).

 

3e. Karel Vriemoet, geb. Groningen 05-07-1798, trouwde op 03-11-1842 in Groningen met Geesjen Ottes Engelsman, geb. Veendam 16-01-1815.

Haar ouders waren de schipper en stuurman Otto Remmelts Engelsman (Veendam 1782-op zee 1851) en Geessien Hindriks van der Veen (Veendam 1790-Veendam 1866). (Otto Engelsman, toen wonend in Oude Pekela, overleed ‘aan een beroerte’ op 23-11-1851 aan boord van het kofschip “Vrouw Margaretha” van Harm H. Nieboer uit Oude Pekela, dat met een lading vlas van Rostock op weg was naar België. Op genoemde datum - de winter was vroeg ingevallen, er was een zware ijsgang en een hevige noordwesterstorm - liep het schip Cuxhaven binnen, ‘met verlies van anker en ketting’. Engelsman werd begraven in Cuxhaven-Döse).

Karel Vriemoet overleed op zondag 12-09-1847 in Groningen. Zijn lijk werd zondagsmiddags gevonden in de Steentilpoortergracht en zijn vrouw Geesjen Engelsman, ‘die in hoogst zwangeren staat verkeerde en bedenkelijk ziek was’, overleed op maandag 13-09-1847 om half zeven.

 

4e. Hun enig kind Neeltje Vriemoet werd op 09-05-1844 in Groningen geboren. Ze was ruim 3 jaar toen ze wees werd.  Zij werd door haar oom Ede Egberts Steenbergen Vriemoedt op 12-05-1851 ingebracht in het Roode of Burgerweeshuis in Groningen. Daar ging zij uit op 01-05-1866. Ze verhuisde toen van Groningen naar Veendam.

 

Op 12-03-1868 trouwde Neeltje Vriemoet in Veendam met Geert Kuiper, geb. Veendam 20-05-1842, ovl. Veendam 08-06-1883. Haar oom, de zeekapitein Hindrik Ottes Engelsman was haar getuige.

Geert Kuiper (koopman, commissionair, landbouwer, voerman) en Neeltje Vriemoet - die op 21-09-1912 in Veendam overleed - kregen 5 kinderen, te weten:

 

5a - Jan Kuiper (18-11-1868/30-01-1952), x Ensien Meijer.

Hieruit: Neeltje Kuiper (1892) x Egbert Wind; Koeno Gradus Kuiper (1896) x (1e) Antje Hensema;x (2e) ?; Geert Johannes Kuiper (1905) x Grietje Boven.

 

5b - Carel Frederik Kuiper (16-07-1871/05-06-1931), x Lammechien Kluin. Hieruit: Neeltje Johanna Kuiper (1901) x Willem Frederik Brandt.

 

5c - Luppina Johanna Kuiper (31-05-1873/13-03-1958), x

Anne Hazekamp. Hieruit: Roelf Hazekamp (1900) x Alina Dolfin; Geert Johannes Hazekamp (1902) x Maria Martin; Anna Pieterdina Hazekamp (1904) x Eeuwke Ede Bazuin; Jan Hazekamp (1906) x Antje Anna Helena Jansen; Neeltje Luppina Hazekamp (1910) x Hendrik Jansen.

 

5d - Johanna Gezina Kuiper (09-07-1875/12-02-1943), x

Caspar Henricus Hovingh. Hieruit: Jacob Hovingh (1905) x Grietje Jager; Neeltje Johanna Hovingh (1907) x Jan Mathijs Blaauw; Geert Jan Hovingh (1909) x Trijntje Maike Klein.

 

5e - Hendrik Johan Kuiper (19-01-1880/02-05-1958), x (1e ) Elizabeth Elsiena Prummel. Hieruit: Geert Jan Kuiper (1909) x Annie Schreuder; X (2e) Hester Maartje Westmijze.

 

Familiewapen

Van Hornum (of Horrem)

genaamd Schram 

Schuinbalk van linksboven

 naar rechtsonder in keel (rood),

 op schild in zilver (wit).

 

Men zegt: hoe eenvoudiger een wapenschild, des te ouder.

Kneschke (1867) schrijft over Schramm genannt Horrem, Horrem genannt Schramm:

Altes, rheinländisches Adelsgeschlecht aus dem Stammhause Horheim, dem heutigen Horrem b. Hemmersbach unweit Bergheim im Cölnischen. Dasselbe sass noch 1563 zu Horrem und ist dann erloschen.

 

Hiernaast hetzelfde wapen met helmteken (cimier), beschreven als:

une tête et col de chien braque, aux armes de l’écu (Kop en hals van een jachthond, met wapenschild)

Bernardus Lugda

1: Lugda-plaats; 2: gracht;

3: singel; 4: Meerlust.

2

3

4

1

Tekstvak:

Uit:

Anton Fahne von Roland,  Geschichte der Kölnischen, Jülichschen und Bergischen Geschlechter (1853), II, blz. 184.

De bekende geschiedschrijver Pieter Christiaensz Bor (1559-1635), in zijn Oorsprongk, begin, en vervolgh der Nederlandsche oorlogen, beroerten en borgerlyke oneenigheden’ (1621), 19e boek, blz. 498, bij het jaar 1584, noemt:

Willem van Hornem toe genaemt Schram (zie de tekst hiernaast, regel 6 en 5 van onderen)

 

Bor baseerde zich op het Journaal van Splinter Helmich.

 

Voor deze tekst zie: Journaal van Splinter Helmich, soldaat en later hopman in dienst van den lande, van 1572 tot 1589 / medegedeeld door R. Fruin, in: Kroniek van het Historisch Genootschap te Utrecht 31 (1875) 159-281

 

Jan Kuiper

Carel Kuiper

Luppina Kuiper

Johanna Kuiper

Hendrik Kuiper

Neeltje

Kuiper-Vriemoet