Medische dissertatie over slechte chylificatie1 (1691)

(‘Disputatio pro gradu’)

Literatuur.

Zeer belangrijke bron van informatie:

Gerhard Wiesenfeldt, Leerer Raum in Minervas Haus, Experimentelle Naturlehre an der Universität Leiden, 1675-1715. KNAW Amsterdam, 2002.

 

Titel:

Disputatio Medica Inauguralis de Chylosi Vitiata quam annuente divina gratia ex auctoritate Magnifici Rectoris D. Wolferdi Senguerdii [Wolferd Senguerdius] L.A.M. Phil. et J.U. Doct. Illiusque in Illustri Academia Lugd.-Bat. Profess. Ordinarii, celeberrimi, etc. necnon Amplissimi Senatus Academici Consensu et Almae Facultatis Medicae Decreto pro gradu doctoratus, summisque in Medicina Honoribus ac Privilegiis rite et legitime consequendis, Publico examini subjicit Bernardus de Mandeville, Rotter.-Bat, ad diem 30. Mart. Hora locoque solitis.

                          Lugduni Batavorum, apud Abrahamum Elzevier Academiae

                          Typograph. 1691.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opdracht:

Doctissimo expertissimoque D.D. Michaëli de Mandeville [Michael de Mandeville, zijn vader] M.D. apud Roterodamenses practico felicissimo, parenti meo ad aras filiali amore prosequendo ut et Illustri admodum facundissimoque Viro D.D. Sebastiano Schepers [Sebastiaen Schepers, pensionaris van Rotterdam, ontslagen in 1692] J.U.D. Civitatis Roterodamensis Syndico et a Secretis dignissimo, propter amorum erga me, semper colendo. Se et hasce theses inauguralis D.D.D. Bernardus de Mandeville Auctor et respondens.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

I

Toen ik over de keuze nadacht van een specifiek onderwerp om daarop te promoveren, door dit te verklaren en te verdedigen in een openbare dissertatie, eiste de aanmaak van deficiënt chijl2 meer aandacht op dan enig ander thema, zowel omdat de kwaal overal uitermate gewoon is als omdat vele ziekten die ernstiger zijn, hun oorsprong ontlenen aan deze bron van onheilen.

II

Gebrekkige chylificatie wordt door praktiserende artsen3 echter onderverdeeld in drie gebieden en dit zijn de volgende: bradypepsia of ‘langzame digestie’, ‘verminderde’ misschien; apepsia of ‘totaal gemis van digestief vermogen’; en ‘dyspepsia’ of ‘moeilijke digestie’. Wat de etymologie van deze termen betreft, zij zijn afgeleid van het Griekse woord ‘pepsia’ - coquo in het Latijn- en aan de eerste ervan is toegevoegd ‘brady’ of ‘langzaam’. Toegevoegd aan de tweede is ‘a’ of ‘geen’ - en aan het derde het lidwoord ‘dys’ dat in samenstellingen ‘slecht’, ‘met inspanning’ of ‘met moeite’ betekent. Deze drie gebreken van de maag zijn allemaal bekend onder één naam - indigestie.

 

III

 Maar voor we aan de verklaring van die zieke toestanden van de chylosis4 toekomen, denk ik dat het niet irrelevant zou zijn eerst haar natuurlijke toestand te onderzoeken. Voedsel dat genuttigd is, gekauwd met de tanden en gemengd met saliva5 die uit de klieren in de mond vloeit en doorgeslikt door de spieren van de aesophagus6, wordt naar de maag gebracht. Daar wordt het omgezet in een papachtige vloeistof die chijl wordt genoemd, en daarom wordt het hele proces chylificatie genoemd en wordt dit, in overeenstemming met het feitelijke proces, door de Ouden ‘digestie’ genoemd, door de modernen ‘fermentatie’.

                                            

IV

Volgens hun eigen verklaringen geloofden de Ouden dat een bepaalde warmte, aangeboren aan de maag, de primaire oorzaak is van deze chylificatie. Maar omdat we zien dat vissen voedsel verteren zonder warmte, honden botten verteren en kippen kiezel verteren, moeten we concluderen dat warmte een onvoldoende verklaring vormt voor deze gang van zaken. Wie kan, vraag ik u, wat met een proces beginnen dat louter uit een beweging bestaat en uitsluitend in graad verschilt, om daarmee de diversiteit te verklaren van het digestieve proces bij praktisch elke diersoort, zelfs die met hetzelfde voedsel worden gevoed? Iedereen erkent dat tortelduiven moeiteloos helleborus7 verteren en honden nuttigen glas van antimonium8 zonder te hoeven braken. Op grond hiervan is het glashelder dat de oorzaak van de spijsvertering bij een mens één ding is en bij een hond een ander, zelfs als ze hetzelfde voedsel krijgen. Bovendien is bij koortsen, wanneer door het hele lichaam de warmte sterk is toegenomen en de eetlust is bedorven, de digestie ook totaal afwezig of blijkt deze ten minste in hoge mate verzwakt te zijn.

 

V

Precies het tegenovergestelde geldt aan de andere kant bij vraatzucht. In dit geval is de eetlust reusachtig en de digestie snel, maar de warmte is op dat moment slechts minimaal gestegen. Tot slot, van alle zuren wordt gezegd dat ze koud zijn, maar toch stimuleren zij de eetlust en bevorderen ze de digestie. En ook wordt duidelijk bewezen door het geval van de meeste hypochonders, van wie de maag, hoewel deze geacht wordt koud te zijn, vaak hartstochtelijk naar voedsel smacht en dit haastig verteert, dat deze digestie niet wordt voortgebracht door warmte. Op grond van dit alles concludeer ik dat voldoende bewezen is dat warmte niet de primaire oorzaak van deze activiteit is.

 

VI

Aangezien de ‘vermogens’ intussen overal definitief zijn verworpen, rest ons slechts het beginsel van de fermentatie te steunen en te zeggen dat er zich in de maag een bepaald sap bevindt die, net zoals bakkersgist, het voedsel omroert en dit transformeert door middel van die fermentatie. Dit sap wordt op natuurlijke wijze met een vluchtige temperatuur als zuur gevormd en bestaat gedeeltelijk uit chijl dat hier en daar in de maagplooien blijft zitten en gedeeltelijk uit animale geesten9 die vanuit de hersens daarheen worden door vaten die in de maag uitmonden. Er waren er echter ook die meenden te weten dat de fermenterende substantie in de maag werd gebracht vanuit de milt. Maar omdat zij nooit hebben kunnen laten zien dat er buizen waren waardoor dergelijk sap vanuit de milt in de maag kon worden gebracht, verwerpen we die veronderstelling terecht.

 

VII

Dus in de maag valt dat sap de inhoud aan die hiervoor al in een bepaalde mate is fijngemalen is en door het speeksel is gewassen. Door middel van zijn zure vluchtigheid doordringt, ontbindt en prikkelt het de inhoud tot fermentatie. Op dit punt zou het mogelijk zijn vollediger te verklaren wat fermentatie is, maar hoewel ik bewust niet genegen ben dat hier uiteen te zetten (het zou te lang duren), wil ik ten minste dit ervan zeggen. Fermentatie is een interne, expansieve beweging die plaatsvindt in een geschikte vochtige, niet krappe ruimte, die begint zonder een waarneembare oorzaak en de totale of gedeeltelijke transformatie van de gefermenteerde materie oplevert. Wanneer deze fermentatie nu door natuurlijke middelen plaatsvindt, betekent dit een goede chylificatie. Aan de andere kant dus, als zij op enige manier wordt aangetast, wordt ook de ontwikkeling van de chijl geschaad en zoals de eerste goede digestie wordt genoemd, zo heet de laatste indigestie.

                                   

VIII

Deze indigestie wordt echter verdeeld in ‘acide’10 en ‘fetide’.11 ‘Acide’ komt voor wanneer voedsel verandert in een zuur sap dat niet voldoende vluchtig is geworden. Indigestie is eigenlijk gezegd ‘fetide’ als het voedsel wordt verontreinigd zodat het verandert in een verrotte vloeistof die een afschuwelijke smaak heeft en voor de voeding helemaal nutteloos is. Wat de directe oorzaak van deze defecten betreft het volgende: deze zal in de maag zelf zitten, óf zijn bedorven ferment óf een fout in het genuttigde voedsel. Aangetaste chylificatie die te wijten is aan een of andere tekortkoming van de maag, wordt veroorzaakt door alle maagziekten, zelfs met inbegrip van bepaalde secundaire maagziekten. Want de deskundigen zeggen ons dat gebreken in de chylificatie vaak ontstaan door zwaardvormig cartilago,12 wratten die aan de maag vastzitten en door de nieren die, wanneer die door stenen zijn aangetast, de maag vergiftigen door een nerveuze sympathie.13

 

IX

In de eerste plaats is het ferment van de maag slecht wanneer het niet voldoende vluchtig is, maar geheel uit zuur bestaat dat te zwaar is of dat een vreemd zuurgehalte heeft in een bedorven maag. Als we inderdaad weer naar de hypochonders kijken, wordt voedsel als het eenmaal is genuttigd, in feite gemakkelijk aangevallen door het ferment en opgelost. Omdat het ferment zo arm is aan vluchtig zout, voorziet het echter niet in datgene wat de fermentatie nodig heeft voor voedsel of wat nodig is voor goede chijl, maar integendeel, het slaagt er niet alleen niet in het minder geschikte voedsel te verbeteren maar transformeert met zijn buitensporig zwaar zuurgehalte zelfs dat voedsel dat overvloedig van vluchtige zouten is voorzien, in een excessief zure massa, waaruit in het bijzonder die indigestie ontstaat die zuur wordt genoemd.

 

X

In de tweede plaats wordt het ferment aangetast als het wordt gevormd door een verkeerde peristaltische beweging, zodat gal in de maag terugstroomt en daar het natuurlijke zuur verzwakt door middel van zijn olieachtige, vluchtige zout. Op die manier worden, als een resultaat hiervan, zijn deeltjes die anders scherp genoeg zijn om voedsel uit elkaar te laten vallen, nu omgeven door olieachtige delen van de gal en aldus stomp gemaakt. Hierdoor worden zij onbruikbaar om binnen te dringen in het voedsel dat in de maag wordt opgenomen en om dit op te lossen en te bereiden voor een voldoende fermentatie. En door die afwijking ontstaat ‘fetide’ indigestie. Nadat we de gebruikelijke aspecten van de fermentatie in het algemeen hebben behandeld, zal het voor een dokter de moeite waard zijn om zorgvuldiger die bijzondere soorten van ferment te onderzoeken die we dagelijks waarnemen. We zijn er inderdaad ruimschoots over geïnformeerd dat niet alleen bij de diverse soorten dieren maar bij iedere mens individueel die diversiteit van ferment ook opmerkelijk is, waardoor, zoals de eetlust varieert, de hele digestie van voedingsmiddelen net zo varieert. En zodat wat de ene mens hartstochtelijk wil hebben en heel gemakkelijk verteert, een ander dat afwijst of het slechts met moeite kan verteren. Hieruit volgt dat eetlust een indicator lijkt te zijn van wat genuttigd moet worden. Want in het algemeen wordt datgene wat graag wordt genuttigd, gemakkelijk verteerd,14 omdat die dingen die worden gewenst bijna altijd passend zijn voor het ferment van de maag en zij die maagvriendelijk zijn er gemakkelijker door worden opgelost dan andere en tot fermentatie worden opgewekt.

 

XI

Om die reden zegt Hippocrates ons in de Aforismen, dat het appetijtelijke gemakkelijker wordt verteerd dan het onappetijtelijke, wat zeker wordt bewezen door vrouwen, vooral zwangere vrouwen die gezwollen zijn en last hebben van weeën. Tulpius [Nicolaes Tulp, 1593-1674] vermeldt in boek 2, hoofdstuk 24, Over zwangere vrouwen, een waarneming van een vrouw die door de hele periode van zwangerschap heen 1400 ingelegde vissen verorberde zonder dat het kwaad deed. Platerus [Felix Platerus, 1536-1614] verwijst in een waarneming naar een meisje dat een ui at die daarvoor was gebruikt voor een pestbuil, ook zonder enige schade, hoewel er niet aan kan worden getwijfeld dat de ui duidelijk met vergif was geïnfecteerd. Hoe was het nu mogelijk dat die verlangde voedingsmiddelen die niet minder giftig dan walgelijk waren, door die vrouwen zonder enig kwaad werden verteerd als zij niet vriendelijk en handelbaar waren voor het ferment van de maag? Hieruit volgt dat de vertrouwdheid met voedingsmiddelen veel in deze gevallen tot stand brengt en in zoverre is het belangrijk dat de dokter hier rekening mee houdt, en Hippocrates zelf zegt dat wat alle kwalen betreft de voorkeur moet worden gegeven aan wat vertrouwd is, hoewel het slechter kan zijn, boven datgene wat niet-vertrouwd is, ook al kan dit beter zijn.

 

XII

Ik ga nu door naar een andere fout van de chylificatie, namelijk die welke ontstaat door genuttigde voedingsmiddelen. 1* Voedingsmiddelen scheppen problemen wanneer zij in een te grote overvloed tot zich worden genomen en niet gemakkelijk verteerd kunnen worden. De reden hiervoor is het feit, dat elk fermentatief oplosmiddel een noodzakelijke omvang vereist ten opzichte van het object waarop het moet inwerken. Als nu een te grote hoeveelheid voedsel tot zich wordt genomen, wordt het ferment in een zodanige mate bedolven dat het deze voedingsmiddelen niet voldoende oplost en ook niet goed doet vervliegen. Zo komt het dat voedingsmiddelen in een ongeraffineerde en zure brij veranderen wanneer zij overvloedig worden verteerd na de ontvangst van de fermentatieve, bittere substantie die echter te zwak is om fermentatie ervan te veroorzaken. 2* Teveel drinken lost het ferment op, maakt het traag door deze aan te lengen en zorgt er dienovereenkomstig voor dat voedingsmiddelen in de maag ronddrijven en zo worden zij belemmerd in hun juiste fermentatie. Een ander resultaat hiervan (iets dat niet kan worden weggelaten) is dat de vezels van de maag zo ontspannen en slap worden gemaakt dat voedsel, ook al is dit verteerd, niet gemakkelijk kan worden uitgedreven door de pyloris,15 met als resultaat dat voedsel dat te lang is vastgehouden in de maag, bedorven raakt en veel moeilijkheden veroorzaakt.

 

XIII

3* Verscheidenheid van voedsel zit de digestie dwars. Hoezeer het ferment van de maag ook het vermogen heeft om verschillende voedingsmiddelen volledig op te lossen, is het in feite niettemin zeker dat dit veel meer wordt getrokken naar het ene dan naar het andere voedingsmiddel. Dus als zure voedingsmiddelen tegelijk met zoete voedingsmiddelen tot zich worden genomen, of vette samen met magere, is het onvermijdelijk dat het ferment meer inwerkt op het ene dan op een andere, zodat de spijsvertering wordt verslechterd en vele digestieve problemen worden geschapen. Wanneer er residuale mucus16 in de maag zit, wordt datgene wat niet voldoende wordt verteerd, met moeite door de pylorus geleid, met als resultaat dat zowel de nerveuze fibrilla17 van de maag als het ferment zelf bedolven raakt onder die ruwe en zure mucilago18. Voor zover het de kwaliteit van het voedsel betreft, is het zeker dat acide indigesties worden verkregen door de nuttiging van een te grote hoeveelheid zure voedingsmiddelen en door te veel vette voedingsmiddelen ontstaan fetide indigesties. Zo veroorzaken in het algemeen ook hardere voedingsmiddelen, die moeilijker worden verteerd, schade, zoals uiteraard ook gebeurt door die welke te koud, vochtig en gashoudend zijn. Nadat we de oorzaken hebben verklaard zodat we een besef van rangschikking hebben, gaan we nu verder met de diagnostische symptomen die over het algemeen de volgende zijn.

 

XIV

De zieken die klagen over het hebben van een pijnlijke maag na een maaltijd, over de flatulentie19 ervan, over voortdurende oprispingen die 5 of 6 uur duren na de nuttiging van het voedsel, en het voortdurend herhalen van de smaak van het specifieke voedsel. Zij klagen vaker over moeilijk ademhalen wanneer zij op hun rug liggen of wandelen. Soms is het gezicht roodgekleurd, soms bestaat er geen eetlust en vooral in de ochtend bereiken grote hoeveelheden mucus20 die uit de maag naar boven komt, de mond. Bij acide indigestie zijn de oprispingen van de lijder zuur en is er veel winderigheid. Alles wat door overgeven wordt uitgebraakt, is pituïteus,21 stroperig en dik, met een zure smaak als het geproefd wordt. Bij echt fetide indigestie zijn de oprispingen stinkend en rochelend en hebben voor de zieken de smaak als van eieren, rotte vis, gebakken olie en vergelijkbare onaangename zaken. Datgene wat door overgeven wordt uitgebraakt, is vloeibaar, totaal flauw of niet erg zuur.

 

XV

Wat de prognose betreft, verkeerde digestie die uit externe oorzaken voortkomen, kan gemakkelijk worden gecorrigeerd. Ook het type dat het gevolg is van vloeistoffen die vanuit andere delen van het lichaam in de maag worden vervoerd, kan gemakkelijker worden genezen dan het type dat de oorsprong heeft in de maag zelf. Het is echter raadzaam dat de dokter hier altijd voorzichtig is in zijn prognose. Als de indigestie in feite al lang duurt, brengt zij de ernstigste gevolgen van allemaal voort. Als digestie wordt aangetast door drankzucht en het kwaad al een lange tijd voortduurt, dan valt apeptische22 waterzucht te vrezen en als dit niet vlug wordt gecorrigeerd, dan is het gebruikelijk dat er liënterie23 op volgt.

Want wanneer het ferment niet de inhoud van de maag aanvalt en deze ook op geen enkele manier geschikt maakt voor de fermentatie, dan ondergaat die inhoud beslist weinig of geen verandering. Daarnaast ontstaan uit acide indigestie koliek,24 geelzucht, diarree, dysenterie, fluxus coeliacus,25 aambeien, constipatie enz. Sterker nog, wanneer het zuurgehalte wordt vergroot en door de bloedmassa heen wordt verspreid, dan ontstaan er koortsen, zowel continue als onderbroken, scheurbuik, de ziekte van hypochondrie en vele andere van dezelfde aard. In het volgende stadium pakt dat zuur dat zich nu in een corrosieve26 staat bevindt, de gewrichten aan en brengt daarvan alle soorten arthritische27 klachten voort. Ten slotte kan het de oorzaak zijn van alle chronische ziekten waarvan men denkt dat die ontstaan uit verstoppingen van de darmen, mesenterium,28 lever en milt. Daarom wordt aangenomen dat deze verzwakte chylificatie het affect29 is waaraan, als vanuit een oceaan van ziekten, de rest van de affecten hun oorsprong ontlenen. En om die reden is haast geboden, zodat op de een of andere manier geneesmiddelen voor dit kwaad worden bereid.

 

XVI

Bij de behandeling moet in de eerste plaats het doel zijn al die onzuiverheden te verwijderen van de maag, de mucus en de in de maag achtergebleven sappen die zuur en dik zijn wegens hun lange inactiviteit. In de tweede plaats voorzover dit mogelijk is, het ferment op orde brengen en dit in de natuurlijke staat herstellen. In de grond zijn braakmiddelen passender dan iets anders en wat deze betreft dient aan antimoniale middelen de voorkeur te worden gegeven, bijvoorbeeld emetische30 wijnen met glas van antimonium, emetisch tartaricum en kwikzilver. Vloeistoffen zijn echter te verkiezen boven iets anders omdat poeders, aangezien zij vaak in de vouwen van de maag gaan liggen, leiden tot stuipachtig overgeven. Als voorbeeld kan deze formule worden geadviseerd.

 

 

Ч Crocus31 van antimonium

of glas van antimonium viii grein of x. Het is niet van belang mits aan de hoeveelheid nauwkeurig aandacht is geschonken.

Voeg Spaanse wijn ii ounce, voor sterkere patiënten iii ounce, toe.

 

Laat het een nacht lang op een warme plaats staan. ‘s Ochtends moet dit door een filterpapier worden gefiltreerd en aldus als een warme slok aan de patiënt worden gegeven. Na een uur of wanneer hij zich misselijk voelt, moet hij warm bier gemengd met boter drinken. Hieraan kan men vaak gekietel toevoegen - ganzenveren in de keel geduwd - om zo het braken gemakkelijker op te wekken. En net als met de antimoniale middelen kan dezelfde methode worden gebruikt voor de mercuriale middelen.

 

XVII

In de tweede plaats volgen de geneesmiddelen voor de maag, bijvoorbeeld wortel van de maagwortel,32 alant, kalmoes, gember, kencur, pimpernel en in het bijzonder wortels van de pyrethrum. Een paar grein hiervan gemengd met andere stomachicums33 werkt wonderwel. De belangrijkste van de basten zijn sinaasappelen, Winter’s schors34, Paracelsus’ tinctuur van aloë’s, Mynsicht’s35 maag elixer en ook het hars van het sint-janskruid. Mastiek is ook een uitstekende stomachicum. Soms moet loog worden genomen en alle versnellende middelen zoals staal, paternosterboontje, antimonie-oxide; weer in andere gevallen vluchtige substanties zoals gemalen hertshoorn, munt enz. En als voorbeeld wordt de volgende formule geadviseerd.

 

Ч Alantwortel half ounce

Mierikswortel ii drachmen

Kruiden: mint

Scheurbuikgras, van gemiddelde sterkte

Basten: sinaasappel,

Citroen, ii  drachmen van elk

Zaden van herik, i drachme

Potaszout ii scrupel

 

Wanneer deze zijn vermalen en geplet, moeten ze in een sachet worden gedaan, waarover een enkele maat wijn wordt geschonken. Laat ze in een goed gesloten drinkkan blijven en laat de patiënt 2 of 3 keer daags een slok nemen van ongeveer iii ounce, of als hij mocht terugschrikken voor een dergelijke overvloedige maat, laat hem de aloëtinctuur van Paracelsus geven of xx druppels of meer van een van de andere stomachicums met een ruime lepel wijn.

 

XVIII

Als de fout fetide indigestie is die resulteert in een bedorven eetlust en andere dergelijke symptomen, dan zijn subaciden36 zoals de sappen van granaatappels, sinaasappels en citroenen geschikt of als sterkere middelen nodig zijn, zijn distillaat van zoete zouten, zoete nitraten enz. passend. En in feite wordt deze formule in het bijzonder geadviseerd.

 

Ч  Jam van rode rozen ii drachmen

Distillaat van zoet nitraat, zoveel als nodig is,

Overvloedig toegediend.

 

Na het eten innemen, ongeveer evenveel als een kastanje qua maat, of zo ongeveer; of als druppels ingenomen, twee of drie keer per dag in bier dat zurig is gemaakt door distillaten van subaciden.

 

XIX

Wanneer echter bij deze aandoeningen de darmen erbij betrokken raken wegens viscositeit,37 dan zijn darmpurgantia soms behulpzaam en de hier volgende laxantia zijn het best

 

Ч Pillen van heilige maagbitter, agaricus38

Pillen van Rufus, halve scrupel van elk

Potaszout, iv grein.

Olie van sinaasappelschil, i druppel

 

Kook zoveel als nodig kan zijn van Paracelsus’ tinctuur van aloë’s of siroop van wormhout. Maak op de gebruikelijke manier een pil die doorgeslikt moet worden, na een maaltijd of ‘s ochtends op een lege maag. Of laat de patiënt een bolus39 opeten met ten hoogste ii heilige bitters, gevolgd door een slok bier.

 

XX

Tot slot zijn hier enkele plaatselijke aanbrengingen die af en toe uiterst goed werken en daarvoor is hier de volgende formule.

 

Ч Pulveriseer zoveel mogelijk mastieken alant als nodig kan zijn.

Spreid dit uit op een fijne huid die voldoende is om het gebied van de maag te bedekken. Roer dit met een hete stamper om er een pleister van te maken waar dan een aromatische olie overheen wordt gesmeerd zoals nootmuskaat, kaneel, kruidnagelen, enz. En leg dit op de maag.

 

XXI

Hij die meer verlangt, moet de beroemdste deskundigen lezen, waaronder de chemici niet op de laagste plaats dienen te worden geplaatst, en daaruit de effectiefste dingen halen als waartoe hij in staat is.

 

Corollaria.

Stellingen

                                                                                                                  

I

Fermentum stomachium non fluit è liene.

Het ferment van de maag vloeit niet uit de milt toe.

 

II

Calor non est primaria chylificationis causa.

Warmte is niet de principeoorzaak van chylificatie.

 

III

Chylificatio absque ferment atione peragi nequit.

Chylificatie kan niet tot stand worden gebracht zonder fermentatie.

 

IV

Dicere enim dari facultatum concoctricem aeque ridiculum est, ac dari qualitates occultas.

Zeggen dat in feite digestieve vermogens in gelijke mate zijn gegeven aan iedereen en dat zij verborgen eigenschappen hebben, is belachelijk.

 

V

Foetus in utero non respirat.

De foetus ademt niet in de baarmoeder.

 

VI

Calor est effectum motus.

Warmte is het effect van beweging

 

VII

Quies est aeque realis ac motus.

Rust is even werkelijk als beweging.

 

VIII

Bruta non sentient.

Dieren hebben geen zintuiglijk bewustzijn.

 

 

Vertaald naar de Engelse vertaling van Francis McKee.

 

Noten:

1. chijlmaking

2. Chylus, chyl.

3. Vgl. Riverius reformatus or the modern Riverius, p. 9.

4. chylificatie

5. speeksel

6. slokdarm

7. nieskruid

8. a vitreous oxide of antimony mixed with sulphide.
9. impulsen die die via de zenuwen voortplanten.
10. zuur

11. stinkend

12. kraakbeen

13. medegevoeligheid

14. Vandaar Mandevilles zegswijze:  eten en drinken is gezond als je er geen last van krijgt. En wanneer ben je gezond? Als je geen dokter nodig hebt.

15. maagportier

16. restslijm

17. fijne vezels

18. slijmachtige substantie

19. opgeblazenheid

20. slijm

21. slijmachtig

22. ontbreken van verterend vermogen

23. ontlasting van onverteerd voedsel

24. pijnkramp

25. buikloop

26. aanvretend, verwoestend

27. arthritis: gewrichtsontsteking

28. darmscheil

29. eerste waarneembare specifieke afwijking van een infectieziekte

30. braakopwekkend

31. geelachtig poeder

32. curcuma zedoaria

33. middel dat de maag prikkelt, eetlust opwekt en de spijsvertering bevordert.

34. winteraceae, tasmania

35. Adrian von Mynsicht (1603-1638)

36. stoffen met verlaagd zuurgehalte

37. kleverigheid

38. witte campernoelie

39. spijsbrok

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Medische dissertatie

 

 

 Sebastiaen Schepers

1650-1704

Wolferd Senguerdius

1646-1724