De Onheilen die terecht van een Whig-regering
gevreesd moeten worden.
(1714)
Een dialoog tussen Tantivy en Loveright.
Fragment.
Tant. We hadden nooit een autochtoon in Engeland voor wiens nagedachtenis de Whigs zo’n aanbidding hebben als voor die van koning Willem, door wiens toedoen zij een andere buitenlander gekregen hebben om onze koning te zijn.
Love. Die v----- erfenis ligt je vreemd op de maag.
Tant. Ja, ik geef toe dat jij bovendien andere redenen hebt om jullie Hollandse koning te gedenken. De driejaarlijkse parlementen en andere wetten die het koninklijke macht verminderden waren een product van hem. Onze koningen nu zijn niet meer dan de koningen van Sparta, die een eeuwige assemblee van de Ephori hebben om hen te beteugelen en tegen te spreken. De Whigs zijn altijd dol op vorsten die hen toelaten het prerogatief te verkleinen, dat door hun maatregelen al zo besnoeid en beknot is, dat de kroon nauwelijks waard is gedragen te worden, en een koning van Groot-Brittannië is niet veel meer dan een doge van Venetië.
Love. Als wartaal, leugens en tegenstrijdigheden overtuigende argumenten waren zou er geen woordenstrijd met de Tories zijn. Welke gelijkenis bestaat er, mag ik je vragen, tussen een koning van Groot-Brittannië en een doge van Venetië wat de macht betreft? Ik wil je niet vermoeien met de vele takken van het prerogatief van de koning waarvan een doge van Venetië helemaal verstoken is. Maar ik zal er maar enkele noemen, en je daarna toestaan zelf de terechtheid van je vergelijking te onderzoeken.
De koning heeft de macht om over de openbare inkomsten te beschikken en alle kerkelijke en burgerlijke ambtenaren te benoemen die in het koninkrijk een vertrouwenspositie of betaalde functie hebben. Hij heeft het oppercommando over de hele strijdmacht zowel ter zee als ter land, en de hele natie samen kan zonder zijn instemming geen wet maken. Wie het belang van deze bepalingen in ogenschouw neemt zal vinden, dat de macht van de soeverein buitensporig groot is en in de handen van slechte vorsten verschrikkelijk moet zijn.
Nu onze koningen met zo’n enorme macht bekleed zijn, hebben we dan geen grond monarchen te verlangen, en daar dol op te zijn, die gematigde beginselen hebben en haar niet zullen misbruiken? Telkens wanneer onze soevereinen veel over hun prerogatief hebben gesproken en ons hebben bedreigd met hun strenge voornemens dat zij geen duimbreed wilden terugwijken, is dit altijd gebeurd met een opzet om macht uit te oefenen tegen de zin van het volk in. Daarom ontstond die algemene vreugde in het hart van alle ware Britten, toen zij zagen, dat hun huidige soeverein zijn eerste zorgen concentreerde op het beveiligen van het eigendom van zijn onderdanen, in plaats van te strijden om wat aan hemzelf verschuldigd was.
Daar waar gerechtigheid en wijsheid regeren en geen ander belang dan dat van de hele natie geldt, is het geen zaak van belang of de vorst zelf een autochtoon of een vreemdeling is, en dat de ambitieuze mensen bij het spreken over de koning zo vaak het woord vreemdeling herhalen gebeurt slechts, omdat zij weten, dat dit bij onwetende en slecht opgevoede mensen een aanstootgevende benaming is. Zij spuwen straffeloos hun gal ermee, en was dus koning George in China geboren en opgevoed en zijn familie nooit met een christelijke vorst in Europa verwant geweest, dan hadden zij er geen grotere nadruk op kunnen leggen dat hij een vreemdeling is dan sommigen nu doen.
De grootmoeder van zijne majesteit, de koningin van Bohemen, was een Engelse vrouw, die naar alle waarschijnlijkheid haar kinderen op haar eigen manier heeft opgevoed. De dochter van de prinses, die de moeder van onze huidige soeverein was, is bijna veertien jaar lang de tweede erfgename van de kroon geweest en doordat zij zelf een hoge leeftijd had, en wijlen onze koningin gedurende het grootste deel van haar regeerperiode in een slechte staat van gezondheid verkeerde, heeft zijne majesteit heel veel jaren het vooruitzicht gehad dat hij de Britse troon zou bezetten.
Kan iemand menen dat een wijze vorst, die zoveel tijd heeft en telkens weer zoveel gelegenheid heeft om zelfs over de kleinste futiliteiten met betrekking tot Groot-Britannië geïnformeerd te zijn, niet de aangelegenheden van drie koninkrijken zou hebben onderzocht, die zo dichtbij en van zo’n groot belang voor hem waren, of dat hij niet het temperament en de geest zou hebben bestudeerd van een natie waarover hij naar alle menselijke waarschijnlijkheid op een zekere dag het recht zou hebben te besturen? En kan er daarom iets anders voorgesteld worden dan dat de koning al lang geleden goed onderlegd is in alles wat onze zeden, gewoonte en constitutie betreft, dat op enige manier de aandacht van een vorst waard is? Waarom is hij dan een vreemdeling?
Tant. Dat is er duidelijk. Omdat dit Groot-Brittannië is en de koning in Duitsland is geboren. Alle naties beschouwen het als een geluk door vorsten geregeerd te worden die bij hen zijn geboren en iedereen weet, dat mensen in het algemeen een meer natuurlijke genegenheid hebben voor de plaatsen waar ze geboren zijn dan dat zij voor een andere plaats kunnen hebben.
Love. Het is erg verkeerd voor particuliere mensen om de opvattingen van vorsten aan die van henzelf af te meten. Zij die in hogere kringen verkeren hebben maar zelden zulke bekrompen zienswijzen. Maar om op jouw eigen manier te argumenteren, er is geen één eigenschap die ervoor zorgt dat wij meer van dingen houden dan dat zij van onszelf zijn. Alle mensen houden van hun bezittingen.
Veronderstel dat door een man een erg mooi landgoed wordt geërfd van een familielid dat hij in zijn leven nauwelijks heeft gezien. Het landgoed is veel groter en in alle opzichten aanzienlijk beter dan dat wat zijn vader hem heeft nagelaten, en waar hij geboren is. Hij besluit er dadelijk met heel zijn gezin te gaan wonen en terwijl hij eraan komt om het in bezit te nemen, komen alle mannen en vrouwen van het platteland in hun beste kleren aanzetten om hem te ontmoeten. Zijn talrijke pachters drommen om hem heen en hoewel zij onderling ruzie maken, zijn zij allemaal eenstemmig in hun schreeuwen en toejuichingen tot hun landheer en iedereen die maar een blik van hem kan vangen acht zichzelf gelukkig. Langs de hele weg die hij naar zijn herenhuis aflegt zegenen ze hem, roepen hoera, gooien hun pet in de lucht en ontvangen hem met alle bewijzen van vreugde die mensen maar kunnen tonen, uitgezonderd hun verstand.
Zodra hij zich heeft gevestigd worden zijn pachten naar behoren betaald en telkens als hij behoefte aan buitengewone sommen heeft die voor de verbetering van het landgoed besteed moeten worden, kan hij op vrijwillige giften van zijn pachters rekenen die al zijn eisen zullen inwilligen. Denk jij dat zo’n man, die kinderen en kleinkinderen heeft van wie hij houdt, en die voor altijd zo’n bezit voor zichzelf en zijn erfgenamen heeft, dit zou gaan verwaarlozen nadat hij er was gaan wonen en het eerder tot verval zou laten komen dan indien zijn vader hem het had nagelaten? Of dat hij als hij zijn belang begreep niet evenveel het welzijn van deze pachters zou wensen en bevorderen als van degenen bij wie hij geboren was en bij wie hij nu voor goed en altijd uit de buurt is? Indien dit bij de koning het geval is, wat voor nadeel kunnen we dan krijgen van het feit dat hij een vreemdeling is?
Tant. Ik zeg nog een keer dat iedereen het meest van zijn eigen land houdt. We hadden nog nooit een vreemde vorst die over ons heerste, maar we werden altijd gekweld door zwermen uit het land waar hij vandaan kwam, en ik beken dat ik meer van Engelsen hou dan van vreemdelingen.
Love. Je werd nog nooit zo goed tegen buitenlanders afgeschermd als nu. Je hebt een wet van het parlement, waardoor alleen autochtonen een vertrouwens- of betaalde positie kunnen genieten, burgerlijk of militair, door het hele koninkrijk heen. Wat voor schade kunnen de vreemdelingen ons dan bezorgen?
De sterkte van een koning wordt door zijn volk gevormd. Dit eiland zou erg dun bevolkt zijn geweest als er zich nooit vreemdelingen bij ons hadden gevestigd. Ik weet dat ons gepeupel altijd over het binnenkomen van vreemdelingen gemopperd heeft, omdat dezen hen dwingen ijveriger en nijverder te zijn dan zij anders geweest zouden zijn. Maar wie dat als een ongeluk beschouwt, is een kortzichtige politicus.
Waar vandaan zou jij je zijden stoffen van zo’n verschillende kwaliteit, je Colchester baaien stoffen, Norwich spullen, ja, je hele wolindustrie die nu de basis van onze handel is, de rijkdom van het koninkrijk, en het levensonderhoud van de armen, hebben gekregen, als deze niet door vreemdelingen naar jullie toe was gebracht?
Maar het merendeel van de natie bestaat uit vreemdelingen. We hebben maar enkele erg oude families hier, en de voorvaders van de meesten van ons waren eens vreemdelingen, als we over vijfhonderd jaar terug kijken. We zien dat de daarop volgende generaties dit niet blijven en laat iemand komen vanuit welk land hij wil, hij kan alleen maar voor zichzelf een buitenlander zijn, zijn hele nageslacht moet, als zij hier blijven, Engels zijn, in weerwil van hemzelf.
Ik was altijd van mening en ben dit nog steeds, dat het binnenhalen van buitenlanders nooit schadelijker voor een natie gevonden kan worden dan het planten van bomen voor een familie. Zij komen eerst tot onze last, nemen de grond in beslag die anders zou kunnen worden gebruikt en leveren misschien weinig of geen winst op voor degene die ze plant. Maar zijn nageslacht verdient dan vaak tien pond voor elke zes stuivers die hij eraan uitgaf.
Wat hadden we met onze schepen aan gemoeten, het bolwerk van onze natie, als onze voorvaderen geen eiken hadden willen planten? Maar zou je de reden willen weten waarom de ambitieuze mensen, vooral de Jacobieten, altijd zo sterk tegen buitenlanders uitvaren?
De troonpretendent is inderdaad in Engeland geboren. Zij hadden altijd de hoop dat als het huis van Hannover eenmaal hatelijk was gemaakt, omdat ze buitenlanders zijn, het volk natuurlijk zijn blik ergens anders heen zou wenden. Maar indien we de vele eden en parlementswetten die tegen hem gemaakt zijn terzijde stellen, is het nauwelijks waarschijnlijk dat hij wettig is, en afgezien van wat hem verder allemaal onbekwaam heeft gemaakt om over ons te heersen, wat voor zorg zouden we ooit van hem voor zijn geboorteland kunnen verwachten? Hij die vanaf zijn jongste kindertijd onder dwepers, slaven en vleiers werd opgeleid in een land waar paperij en despotische macht triomfantelijk heersen en de benaming vrijheid niet gehoord en ook niet begrepen wordt?
Dat, zoals jij zegt, mensen in het algemeen een grotere genegenheid hebben voor de plek van hun geboorte dan iets anders komt doordat de meeste mensen worden opgevoed waar zij geboren zijn, tenminste tot zij daar enige weet van krijgen. Anders houden zij veel meer van de plaats van hun opleiding dan van hun geboorte. Want niemand kan behagen scheppen in iets waarvan hij zich niets herinnert en was hij bij ons gekomen, dan zouden we op grond van zijn geboorte hier niet op één ding kunnen hopen tegenover de duizend dingen die we door zijn opleiding in en verplichtingen aan Frankrijk hadden moeten vrezen.
Daarbij noem ik nog niet eens alles wat we terecht zouden moeten vrezen door zijn wrok tegen de natie, waarvoor hij nooit een gebrek aan plausibele redenen zou hebben door de vele resolute acties tegen hemzelf en de koning, van wie hij gelooft dat die zijn vader was.
De onheilen
die terecht van een
whig regering
gevreesd moeten worden
fragment