Bernard Mandeville

Mensen spreken niet om begrepen te worden

(2007)

 

         Het hoofdbestanddeel van dit boek is de integrale vertaling van Mandevilles The Fable of the Bees, Part II (1729) onder de titel Mensen spreken niet om begrepen te worden.

         Hieraan is toegevoegd  de vertaling - ca. 30 bladzijden - van Mandevilles A Vindication of the Book, from the Aspersions contain’d in a Presentment of the Grand Jury of Middlesex and An Abusive Letter to Lord C. (1723).

         Het boek is voorzien van een Inleiding en de op deze website te lezen beschouwing Dr. Mandeville, een meesterbrein door F.A. Hayek is als narede opgenomen.

         Het telt 466 bladzijden.

 

         INHOUD

1.      Inleiding -- door Arne C. Jansen

2.      Mensen spreken niet om begrepen te worden

         De fabel van de bijen, deel II (1729): een onderzoek naar de oorsprong van beleefdheid,

         in zes dialogen tussen Horatio en Cleomenes

         Voorwoord

         Eerste dialoog

         Tweede dialoog

         Derde dialoog

         Vierde dialoog

         Vijfde dialoog

         Zesde dialoog

         Index

3.      Een rechtvaardiging van het boek, tegen de laster vervat in een aanklacht van de Grand-Jury van Middlesex en een scheldbrief aan Lord C. (1723)

4.      Narede: Dr. Mandeville, een meesterbrein -- door F.A. Hayek

         Noten

ISBN: 978 90 5637 908 7

Uitgever: Lemniscaat, Rotterdam. 2007

 

 

 

 

            

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verzameld Werk, deel II

 

 

 

Bernard Mandeville

 

 

Mensen spreken

niet om begrepen

te worden

 

 

 

 

 

 

LEMNISCAAT

Nacht van de Filosofie, 31 maart 2007

Midas Dekkers (links) ontvangt van Arne C. Jansen het eerste exemplaar van Mensen spreken niet om begrepen te worden. In het midden Ellen ter Gast die Midas Dekkers interviewde over Bernard Mandeville.

 

Mensen spreken niet om begrepen te worden

 

Recensies

 

Rob Hartmans, Natuurlijke neigingen. De Groene Amsterdammer, 13-04-2007.

Carel Peeters, Radicaal van hart en hoofd. Vrij Nederland, 28-04-2007.

Gerry van der List, Het nut van egoïsme; Verzameld werk laat zien welke boeiende gedachten de invloedrijke Rotterdamse arts Bernard Mandeville drie eeuwen geleden verkondigde. Elsevier, 5-05- 2007.

Mensen spreken niet om begrepen te worden. Trends, financieel-economisch magazine, 3-05-2007.

Bernard Mandeville, Mensen spreken niet om begrepen te worden. De Tijd, 9-06-2007

Bernard Mandeville, Mensen spreken niet om begrepen te worden. Vrijpostig, 11-06-2007

Peter Henk Steenhuis, De herontdekking van een filosoof. De eigenzinnige arts Bernard Mandeville begint in Nederland aan een tweede leven. Trouw, 12 juli 2007.

Overleven in de bijenkorf, Friesch Dagblad, 22 oktober 2007

Jaap Reiding over Bernard Mandeville: Mensen spreken niet om begrepen te worden, in Concept, online tijdschrift voor literatuur en tijdskritiek, 24 november 2008.

 

         Uit de aanbiedingsfolder van Lemniscaat:

‘Wat! Spreken mensen niet om begrepen te worden?’ schampert Horatio tegen zijn vriend Cleomenes. Hoe kan hij dat nou zeggen, nadat ze al bijna zes dialogen lang met elkaar gesproken hebben? Ja en nee, reageert Cleomenes. Natuurlijk willen we wel dat de bedoeling overkomt van de woorden die we uitspreken: we willen verstaan worden. Maar tegelijkertijd willen we niet zodanig begrepen worden dat anderen doorzien wat onze échte gedachten en gevoelens zijn.

           De schrijver van de dialogen tussen Horatio en Cleomenes is de arts en filosoof Bernard Mandeville (1670-1733), van wie vorig jaar De wereld gaat aan deugd ten onder verscheen.

           De ironie van de geschiedenis wil dat Mandeville zelf vaak verkeerd begrepen werd – niet alleen in de achttiende eeuw, maar tot op de dag van vandaag. En dat terwijl hij wars was van elke ideologie en zich steeds weer op feiten baseerde, op waarneming en ervaring, en geen centimeter verder ging dan wetenschappelijk verantwoord was.

           Daarin was hij de mensen van zijn eigen tijd – en ook velen van nu – ver vooruit.

 

           Wat Horatio en Cleomenes elkaar over de taal en het spreken te zeggen hebben, maakt deel uit van hun debat over een uitermate belangrijk probleem: Zijn wij mensen van nature geschikt om met elkaar samen te leven, of zijn wij van alle diersoorten daartoe het slechtst uitgerust?

           Volgens Cleomenes, het alter ego van Mandeville, is het laatste het geval. De mens is niet sociaal maar sociabel, dat wil zeggen: hij kan alleen met veel inspanning tot samenleven worden gebreideld. Hij is als een wild paard, maar dan met iets meer hersens en daardoor sluwer.

 

           ‘Een werkelijk groot psycholoog, als dit niet een te zwakke term is voor deze kenner van de menselijke

natuur.’ – F.A. Hayek in ‘Dr. Mandeville, een meesterbrein’, opgenomen in Mensen spreken niet om begrepen te

worden

 

Een stukje uit een dialoog:

Cleomenes: Ik stel me voor dat de natuur, ter vergroting van de zorg van schepselen om zichzelf te behouden, aan hen een instinct heeft gegeven waardoor ieder individu zichzelf hoger taxeert dan zijn reële waarde. Dit is wat ons zo verzot maakt op de goedkeuring, voorkeur en instemming van anderen: zij versterken en bevestigen ons in de gunstige mening die we over onszelf hebben. Het is niet onwaarschijnlijk dat deze grote voorkeur die schepselen voor hun eigen individu hebben, het principe is waarop de liefde voor hun soort is gebouwd. Soort zoekt soort en ik durf te zeggen dat de kerkuil liever zijn eigen roep hoort dan die van een nachtegaal.

Horatio: Montaigne schijnt zo ongeveer dezelfde mening te hebben gehad toen hij zich voorstelde dat als beesten de Schepper zouden moeten schilderen, zij hem helemaal naar hun eigen soort zouden tekenen.   

 

Nacht van de Filosofie, 31-03-2007.

Korte inleiding door Arne C. Jansen, voorafgaand aan het interview van de bioloog en filosoof Ellen ter Gast met de bioloog Midas Dekkers.

 

Dames en heren,

Bernard Mandeville was een Nederlandse arts. Hij leefde van 1670-1733, en woonde vanaf zijn 23ste in Engeland. Hij was gespecialiseerd in psychosomatische ziekten.

 

Mondiaal gezien is de wetenschappelijke draagwijdte van de literair begaafde Mandeville bijzonder groot. Hij geldt als de ontdekker van de samenleving; zijn analyse van het menselijk functioneren is subliem; en één van zijn spin-offs is dat hij Charles Darwin mogelijk heeft gemaakt.

 

Om de mensen te kunnen begrijpen, ontleedt Mandeville hen, en zichzelf, tot op het bot. Eerst onderzoekt hij de oorsprong van de deugd, die een kouwe kont blijkt te hebben; daarna, in dit nieuwe boek, de oorsprong van de beleefdheid, de enige band waardoor wij kunnen samenleven; en tenslotte de oorsprong van de eer en het nut van christelijkheid bij oorlog.

 

Mandeville behandelt algemene vraagstukken zoals hij patiënten behandelt. Citaat: ‘Ik ga direct naar de bron, de menselijke natuur zelf, en zoek naar het zwakke punt of het mankement bij de mens dat door die uitvinding wordt verholpen of gecompenseerd.’

 

De fundamenten van de mens en zijn manier van samenleven die hij blootlegt, zijn zelfvoorkeur en beleefdheid. Voeg hieraan toe wat Mandeville abstract redeneren noemt, dan heeft u zijn behandelingskader. Een korte toelichting.

 

Zelfvoorkeur.

Alle schepselen worden gedreven door zelfvoorkeur (self-liking). Citaat: ‘Ieder mens mag zichzelf liever dan hij een ander kan mogen’. Dat pikken we niet van elkaar. Dus het is erop of eronder.

Wie wint, voelt zich opperbest. Wie verliest, voelt zich minderwaardig of waardeloos, met de psychosomatische klachten van dien.

Omdat een mens een vat vol tegenstrijdigheden is, wordt de zelfvoorkeur vaak deels wel en deels niet bevredigd.

Onze zelfvoorkeur is sterker dan onze angst voor de dood. En zij verklaart zelfmoord.

 

Hoe kunnen we het met elkaar uithouden, met deze bende van ‘zelfvoorkeuren’?

Niet door geweld, noch door deugd, geloof of Balkenende, maar door beleefdheid.

 

Beleefdheid.

Mensen die opgroeien in samenlevingen, worden gepolijst in en door beleefdheid (politeness), dat zijn de zeden, gewoonten, gebruiken, omgangsvormen; hun aangeleerd en opgelegd door opvoeding en bestuur. Maar deze beleefdheid bestaat feitelijk uit trucs die -- in de loop van miljoenen jaren -- door ervaring succesvol zijn gebleken om de exhibities van onze zelfvoorkeuren in toom te houden en te verhullen.

 

Het breidelen van de uitingen van onze zelfvoorkeur gebeurt met beloningen en bestraffingen, informele en formele, en vooral in vormen die imaginair zijn en niets kosten, namelijk van eer en schaamte. Op dit punt is er geen absurditeit waaraan de mens niet gewend kan raken. 

Samenleven is niet anders mogelijk dan door paaien, dreigen, verdoezelen en klatergoud, of het nu om godsdienstigheid, politiek of uw familie gaat.

 

Abstract redeneren.

Citaat: ‘De mens is een rationeel schepsel, maar hij is niet met rede begiftigd als hij ter wereld komt en ook kan hij zich later, wanneer het hem uitkomt, niet opeens in de rede hullen, zoals hij een kledingstuk kan aantrekken.’

De rede is een bekwaamheid om abstract te kunnen redeneren, die je kunt aanleren, maar velen bakken er weinig van. Het is wetenschappelijkheid, of zindelijk denken. Vrouwen zijn er gewoonlijk beter in dan mannen.

Abstract betekent alles weglaten wat we niet weten. De enige kennisbron is het leven zelf. Boeken en leermeesters dus niet. Geloof of ideologie heeft niets met weten of gedrag te maken. [NB. Mandeville was een gelovig christen!] Onze intelligentie is te beperkt om ons bestaan te kunnen begrijpen. Onpartijdigheid is het moeilijkst bij wat het belangrijkst is, namelijk zelfonderzoek.

En dat is zo belangrijk, omdat veel van wat we door onze opvoeding vanzelfsprekend vinden, onredelijk is.

Onredelijk betekent dat het door de zeef van abstract redeneren valt.

En onredelijk is ongezond! Emotioneel, geestelijk en/of lichamelijk; voor jezelf en/of voor anderen.

Terwijl gezondheid het hoogste goed is.

 

Dames en Heren,

Mensen zijn van nature niet sociaal, maar sociabel. In ons hart zit een niet te stillen stokebrand, onze ‘zelfvoorkeur’, waarop en waarom uiteindelijk alles draait.

 

Willen we kunnen samenleven, dan moeten de uitingen van deze motor drastisch getemperd worden, door opvoeding en bestuur.

Maar dit kan heel wat minder onredelijk, dus minder ziekmakend.

 

De leeuw is het favoriete dier van Mandeville, van Dekkers is het de kat. Mandeville was geen slechte bioloog en Dekkers is - denk aan zijn ‘Lichamelijke oefening’- geen slechte therapeut. Wat zij vooral gemeen hebben, is die verkwikkende wetenschappelijkheid. 300 jaren zitten ertussen, maar ze zijn ‘two of a kind’.

-*-

 

Uit: Rob Rombouts, Het Parool, 2 april 2007, p. 13

 

De mens is niet beter dan de olifant

Filosofienacht met grote gedachten en klein leed

 

Botsende meningen. Terwijl ondervraagster Ellen ter Gast - je bent filosoof of niet - bleef benadrukken dat de mens zich vanwege zijn denkkracht ontwikkelt en de wereld vooruit helpt, volhardde bioloog Midas Dekkers. "De mens is een van de vele dieren met eigenaardige eigenschappen. Net als een olifant of giraffe. Een mens kan denken. Olifanten kunnen zeggen dat ze beter zijn omdat ze een slurf hebben."

Dekkers is pleitbezorger van de Nederlandse filosoof Bernard Mandeville (1670-1733), die stelde dat de mens een egoist is die meer van zichzelf houdt dan dat hij ooit van een ander kan houden. De samenleving functioneert bij de gratie van valse beleefdheid, paaien, dreigen en geld. Het eigenbelang staat voorop en in ieder mens huist een stokebrand. "Ik denk niet dat oom Bernard met zijn ideeën een graag geziene gast op verjaarspartijtjes was," aldus Dekkers.

Dekkers kijkt op dezelfde manier naar mensen als Mandeville. "Niet luisteren naar dat geleuter, gezever, gedraai en gekonkel maar kijken wat mensen doen. Taal is voor het liegen. Om de waarheid te zeggen heb je geen taal nodig. Zet de het geluid van de televisie uit en je komt meer te weten dat te luisteren naar dat geleuter. Mandeville wist dat al terwijl de televisie nog niet eens was uitgevonden!"

Maar dankzij de wetenschap leven mensen langer, een prestatie van de menselijke denkkracht, probeerde Ter Gast nog eens. "En nu loopt iedereen zijn eigen kinderen in de weg!" aldus Dekkers. "Vroeg dood gaan is een goede eigenschap van de natuur. De dood is de prijs die we betalen voor seks. Een hoge prijs maar dan heb je ook wel wat."

Was het feit dat mensen seks niet alleen bedrijven voor de voortplanting maar ook voor het plezier ook geen verworvenheid van het menselijk brein, wilde Ter Gast weten. Dekkers: "Wat denk je dat apen de hele dag doen? En heus niet alleen voor de voortplanting. Seks is een bindmiddel en een middel om spanning weg te nemen."

U bent een nihilist, wierp de filosofe de bioloog voor de voeten. "Ik geloof in vooruitgang."

Dekkers niet. "Je kunt met denkkracht ontwikkelingen niet sturen. Er zijn nog evenveel of misschien meer oorlogen dat eeuwen geleden. Mensen zijn nog steeds even gelukkig of ongelukkig. Even slim. Er is geen richting. Als er morgen geen bomen meer zijn met hoog hangende bladeren loopt een giraffe voor gek met zijn lange nek."

 

Nog zoiets. De hoogmoed, de eigendunk van de mens. "Soms kom ik mensen tegen die zeggen een heel ander mens te zijn geworden. Door fitness, yoga of de Nacht van de Filosofie. Mandeville zei het al: de mens is niet maakbaar. Dat komt inderdaad negatief over. Wat zitten we hier dan te doen?"