Bernard Mandeville
De fabel van de bijen
De ‘Opmerkingen’ bij ‘De morrende korf’,
gevolgd door ‘Een brief aan Dion’
Vertaald en toegelicht door Arne C. Jansen
Met een inleiding door Harro Maas
isbn 978 90 477 0033 3
‘De fabel van de bijen’
is op 21 mei 2008 gepresenteerd in Rotterdam.
[Foto: Ger Lugtenberg, EUR]
Dr. Bernard Bot, voormalig minister van Buitenlandse Zaken (rechts op de foto) ontvangt het eerste exemplaar van Bernard Mandeville De fabel van de bijen (2008) uit handen van prof. dr. Steven W. J. Lamberts, voorzitter van de Stichting Bernard Mandeville en rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Dr. Bernard Bot over het gedachtegoed van Bernard Mandeville,
in het kader van de 14e Mandeville-lezing van de Stichting Bernard Mandeville
N.B. De ondertitel Particuliere ondeugden, publieke weldaden (‘Private Vices, Publick Benefits’) is niet en betekent ook niet iets ongerijmds als Particuliere ondeugden leiden tot publieke weldaden (‘Private Vices make Publick Benefits’ staat er echt niet), of dat ermee frauderen, graaien of Thatcheriaans beleid wordt bepleit. Over wat dit deze ondertitel (die geen sleutel is om Mandeville te begrijpen, maar slechts een reclameslogan) wel betekent: lees in Een brief aan Dion (opgenomen in De fabel van de bijen (2008) Mandevilles eigen reactie op deze klassieke en fundamentele misinterpretatie, waarvan een recent voorbeeld hier te lezen is.
Achterflaptekst
Wie Bernard Mandeville zegt, zegt De fabel van de bijen, de
roemruchte titel van zijn misschien wel minst begrepen boek.
Hierin zet hij zich af tegen de gedachte dat als er maar vrome
paternalisten regeren, de samenleving paradijselijk wordt als
een bijenkorf. Een utopie, aldus Mandeville, die alleen maar
leidt tot ijzingwekkende armoede en armzaligheid.
Onze opvoeding zit ons behoorlijk in de weg. Kunnen of
willen we daardoor niet begrijpen dat ‘de gierigheid van
sommigen en de kwistigheid van anderen’ noodzakelijk zijn in
een beschaafde, welvarende samenleving? Particuliere
ondeugden zijn publieke weldaden, mits ze in toom worden
gehouden door goede bestuurders. Mandeville daagt ons uit
met zijn fundamentele vraag in De fabel van de bijen: ‘Wat
voor schade breng ik de mens toe, als ik hem meer met
zichzelf bekend maak dan hij daarvoor was?’
Dit hoofdwerk van Mandeville bestaat uit de zogeheten
Opmerkingen, tweeëntwintig essays die hij heeft geschreven
om zijn ‘oergedicht’ De morrende korf toe te lichten. Ook
opgenomen is het essay Een brief aan Dion, waarin hij zich
verweert tegen een aanval van de filosoof en bisschop
Berkeley, alias Dion.
‘Mandevilles Fabel bepaalt tot op de dag van vandaag
de agenda van alle sociale wetenschappers die
zich erover verbazen dat een vrije-markteconomie
niet gewoon een chaos is.’ – Harro Maas
_______________________________________________________________________________
INHOUD
‘Particuliere ondeugden, publieke weldaden’: Het hoofdwerk van
Bernard Mandeville – Inleiding door Harro Maas ... blz. 9
De fabel van de bijen, of Particuliere ondeugden,
publieke weldaden ... blz. 27
De morrende korf, of Eerlijk geworden schurken ... blz. 29
Opmerkingen A tot en met Y: een onderzoek naar de oorsprong
van de deugd... blz. 43
Index ...blz. 211
Bernard Mandeville, George Berkeley alias ‘Dion’ en de rol van de
kerk bij de slavernij – Inleiding door Arne C. Jansen ...blz. 223
De menslievendheid van de planter ... blz. 225
Voorwoord ... blz. 225
De menslievendheid van de planter ...blz. 227
Een brief aan Dion, naar aanleiding van zijn boek geheten
Alciphron, of De minne filosoof ... blz. 231
Een brief aan Dion ...blz. 233
De pamflettisten: een satire... blz. 283
De pamflettisten ...blz. 285
Verzameld werk van Bernard Mandeville: oorspronkelijke
titels per deel ...blz. 291
Noten blz. ...293
Over de vertaler en inleider blz. ...365
Dankzegging voor ’t genotene blz…. 367
Harro Maas (1958) is universitair hoofddocent in de geschiedenis en methodologie van de economie aan de Universiteit van Amsterdam. Met zijn proefschrift Mechanical Reasoning: William Stanley Jevons and the Making of Modern Economics (2005) won hij de Spengler Prize van the History of Economics Society.
Fragment uit Bernard Mandeville,
De fabel van de bijen
‘Toch hebben anderen die ook geen dwazen waren, die voorschriften ontzenuwt als onuitvoerbaar, hun noties romantisch genoemd en getracht te bewijzen dat wat deze stoïcijnen van zichzelf beweerden, elke menselijke kracht en mogelijkheid te boven ging en dat daarom de deugden waarop zij prat gingen, niets anders konden zijn dan hooghartige pretentie, vol arrogantie en hypocrisie.
Ondanks deze afkeuringen zijn het serieuze deel van de wereld en de meeste wijze mensen die sindsdien tot op de dag van vandaag hebben geleefd, het toch op de meest wezenlijke punten eens met de stoïcijnen, bijvoorbeeld dat er geen ware gelukzaligheid kan zijn die afhangt van dingen die vergankelijk zijn, dat vrede vanbinnen de grootste zegen is en geen overwinning gelijk is aan die op onze hartstochten, dat kennis, gematigdheid, standvastigheid, ootmoed en andere verfraaiingen van de geest de waardevolste verworvenheden zijn, dat geen mens gelukkig kan zijn als hij niet goed is en dat alleen de deugdzamen in staat zijn werkelijke genoegens te smaken.
Ik verwacht dat men mij zal vragen waarom ik in de Fabel die genoegens werkelijk heb genoemd die direct tegenovergesteld zijn aan die genoegens waarvan ik erken dat de wijze mensen van alle tijden ze hebben verheerlijkt als de meest waardevolle.
Mijn antwoord is: omdat ik geen dingen genoegens noem waarvan mensen zeggen dat ze de beste zijn, maar alleen die waarin zij het meest behagen schijnen te scheppen.
Hoe kan ik geloven dat het voornaamste genot van een mens zit in de verfraaiingen van de geest, wanneer ik hem altijd bezig zie met de genoegens die daaraan tegengesteld zijn en hem dagelijks daarnaar zie streven?
Jan snijdt nooit zomaar een stuk van de balkenbrij af, maar net genoeg zodat je niet kunt zeggen dat hij er niets van nam. Je ziet dat dit kleine hapje er na veel hoorbaar kauwen en knauwen bij hem in gaat als fijngehakt hooi. Daarna valt hij met een vraatzuchtige trek op het rundvlees aan en propt zich tot aan zijn strot toe vol. Is het niet irritant Jan elke dag te horen roepen dat balkenbrij zijn opperste verrukkelijkheid is en dat hij rundvlees geen rooie cent waard vindt?
Ik zou evenveel over standvastigheid en de verachting van rijkdom kunnen opscheppen als Seneca zelf en zou, voor het tiende deel van zijn vermogen, twee keer zoveel ten voordele van de armoede willen proberen te schrijven als hij deed.
Ik zou de weg naar zijn summum bonum even precies kunnen leren als ik mijn weg naar huis ken.
Ik zou de mensen zeggen dat zij om zich te bevrijden van alle wereldse verplichtingen en de geest te zuiveren, zich moeten ontdoen van hun hartstochten, zoals mensen het meubilair buitenzetten wanneer zij een kamer grondig willen schoonmaken.
Ik ben beslist van mening dat de kwaadwilligheid en hevigste slagen van het lot niet meer schade kunnen toebrengen aan een geest die op die manier ontdaan is van alle vrees, verlangens en geneigdheden, dan een blind paard in een lege schuur.
In de theorie van dit alles ben ik zeer volmaakt, maar de praktijk is heel moeilijk.
Als jij bezig was mijn zakken te rollen, van plan was het eten voor me weg te kapen als ik honger heb of maar de minste beweging maakte om mij in het gezicht te spuwen, dan durf ik niet te beloven hoe filosofisch ik mij zou gedragen.
Maar, zul je zeggen, dat ík gedwongen ben me te onderwerpen aan elke gril van mijn onhandelbare natuur, is geen bewijs dat anderen even kleine meesters over die van hen zijn.
Daarom ben ik bereid hulde te bewijzen aan deugd waar ik deze ooit tegen kom, op voorwaarde dat ik niet verplicht zal worden iets als zodanig te erkennen terwijl ik geen zelfverloochening zie, of te oordelen over het gevoelen van mensen op grond van hun woorden, terwijl ik hun leven voor me zie.’
Ontstaan van Bernard Mandevilles fabel
‘De morrende korf of Eerlijk geworden schurken’
(bron: De fabel van de bijen (2008), blz. 299-308)
____________________________________________________________
Recensies:
André Hanou: Mandeville, in Herkauwer, 14-08-2008.
Ger Groot: Wij zijn allen Gordon Gekko’s. Bernard Mandevilles ‘Fabel van de bijen’ over maatschappelijke ondeugd vertaald. nrcboeken.nl, 24-09-2008.
Ger Groot: Wij zijn allen Gekko’s geworden. Bernard Mandevilles ‘Fabel van de bijen’ over maatschappelijke ondeugd vertaald. NRC, 26-09-2008; NRC-Next 30-09-2008.
Willem Breedveld: Zonder hebzucht is het helemaal een dooie boel. Trouw, De Verdieping, 1-10-2008 (niet als recensie bedoeld).
Daan de Neef: De fabel van de bijen, VVD-website
HR.Square, Gids voor arbeidsrelaties en personeelsbeleid: De fabel van de bijen. Hebzucht en bestuur. HR.Square.be
Frank van Leersum, De fabel van de bijen, Aureon.nl, 10-11-2008.
Marinus de Baar: Zonder ondeugden staat gans het raderwerk stil. Fraaie uitgave van Mandeville’s fabel van de bijen. Trouw, Letter& Geest, blz. 11, 6-12-2008.
Alexander Rinnooy Kan en Niels Achterberg, Een fabel over hebzucht, in Jan Bos en Erik Geleijns (red.). Boekenwijsheid. Drie eeuwen kunst en cultuur in 30 bijzondere boeken. Opstellen bij de voltooiing van de Short Title Catalogue, Netherlands. Zutphen: Walburg Pers, 2009.
____________________________________________________________
P.S.
Marjolein Februari in Filosofie Magazine, april 2006, blz. 43:
‘Ik zou Mandeville nu niet te lezen willen geven aan eerstejaarsstudenten of gebruiken bij een inburgeringscursus.'