Een opheldering over de ware auteur van twee schandelijke smaadschriften, enzovoort.

 

Vertaling van

Anon. (Bolingbroke), An Account of the true Author of two infamous Libels, entitled I. A Letter from count Sinzendorf etc. to Mr. De Palm, late Resident, etc. dated from Vienna, Febr. 20. N.S. 1727. II A Memorial presented by Mr. De Palm, etc. With an Appendix, containing the said Libels, with proper remarks, etc. London. Printed for J. Smith near the Exchange, MDCCXXVII.

 

N.B.  Appendix is niet vertaald. Zie hiervoor het origineel op deze website.

 

Waar, wanneer of hoe deze grote man werd geboren, komt er niet op aan, maar dat hij werd geboren is hoogst zeker. Volgens sommigen kwam hij uit de stad Devent in de provincie Groningen, en omdat hij van een adellijke familie was, Johan Willem Baron van Ripperda genoemd. Hij had de godsdienst van het land, waarvan de God goud is, en, omdat hij een ware aanbidder was, ging hij op bedevaart naar dat deel van de wereld waar dit het meest hof houdt, want hij ging naar Spanje zoals de mohammedanen naar Mekka en de ijverige papisten naar Loretta gaan.

Wat de uiterlijke vormen van de godsdienst betreft, die de mensen Protestant, Papist, Turks, Joods, Vrijdenker, enzovoort noemen, beschouwde hij ze zoals andere ministers dit doen en vond ze slechts verschillende gewaden om dezelfde afgod op te tooien en op te pronken. De liefde voor goud was bij hem het enige ware katholieke geloof, aangezien hiervoor de mohammedaanse derwisj en joodse rabbijn hun wet verklaren. Hiervoor gaat de jezuïet naar China voor nieuwe geloofsgenoten, en laat de Zweden met hun koper in het duister zitten. Hiervoor gaan de godvruchtigen voor meer profijtelijke schattingen te keer tegen de tienden. Hiervoor vaart deken B...y naar de Bermuda's, en laat hij de wilde Ieren in de steek voor beter handelbare Indianen; hiervoor verlaat een failliete barbier of valet onder het voorwendsel van godsdienst Frankrijk, en krijgt in Engeland de waardigheid van een markies met een jaargeld. Hoe mensen dus ook verschillen in hun wijze van aanbidding, hij wist heel goed dat Turkse en Presbyteriaanse, Quakerse en Paapse, Dissenterse en Anglicaanse leraren allen overeenstemmen in het uitroepen van -- Groot is de Diana van de Efeziërs!

     Doordat hij aldus alle dingen had herleid tot hun eerste beginselen en had ontdekt dat het primum mobile goud was, besloot hij, door zichzelf meester te maken van de bron van dat metaal, de heerschappij te krijgen over de rest van de wereld. Wat kleine hinderpalen belemmerden hem op de weg naar deze roemrijke onderneming, godsdienst, eer, geweten, vaderlandsliefde, eerlijkheid, faam en vele andere boemannen, enkel loze namen en illusies, maar deze weerstond hij even gemakkelijk als Aeneas de samendrommende geesten in zijn afdaling naar de hel, het rijk van Plutus.

     Bij het uitvoeren van dit plan werd hij groot door bankroet en door zijn vlucht voor de Justitie in Holland, wat hem tot een staatsdienaar in Spanje maakte. Daar ruilde hij als Diomedes in de Ilias van Homerus koper voor goud. Verzekerdheid voorzag in het gebrek aan bekwaamheid en omdat hij een Nederlander was, concludeerden de Spanjaarden dat hij natuurlijk een rekenmeester moest zijn. Hij werd daarom benoemd tot president van de Financiën of, zoals wij het zouden noemen, minister van Financiën. En toen hij eenmaal de baas was geworden van de arcanum magnum, of filosofische steen, zette hij dit in Wenen om in Rijn- en Tokayer wijn, en door zijn krachtdadige argumenten en nog krachtdadiger wijn, gevoegd bij het gewicht van Spaanse dubloenen, overreedde hij het keizerlijk hof om een verdrag toe te stemmen dat voor henzelf uiterst voordelig was.

Wat de bijzonderheden betreft van hoe hij op dit hoogtepunt van de macht kwam, zullen we ons niet aanmatigen iets meer te zeggen dan dat er door de dood van vele ministers met grote bekwaamheid en echte verdienste een schaarste volgde en bij gebrek aan geschiktere personen gebruik werd gemaakt van louter een financier.

In zijn jeugd was hij een republikein en een patriot, omdat hij in een staat leefde waarin een patriot een rijk makende roeping was. Maar toen zijn onverzadigbare gierigheid te groot werd om door een vrij volk gehard te kunnen worden, vluchtte hij voor een schuilplaats zelfs naar een tirannie. Een patriot was toen voor hem een scherts, en niemand was zo zeker ervan met zijn afkeer te maken te krijgen als de partij waaruit hij gedeserteerd was. Vrijheid en eerlijkheid, aan het voorwendsel waarvan hij zijn eerste aanzien in de wereld te danken had, was het voornaamste onderwerp van zijn spotternij. En de enige  twist onder zijn bewind was of voor banen schurken dan wel zotten het geschiktst waren. Door deze begaafdheden en de eer dat hij allianties had gesloten die voor Spanje in hoge mate nadelig waren, werd hij bevorderd tot eerste minister. In deze positie werd hij brooddronken van de macht en omdat hij de Spaanse raadgevers kon koeioneren of omkopen, dacht hij dat heel Europa voor zijn hoofdknik moest buigen en haar lot aan zijn vastberadenheid schuldig moest zijn.

Hij werd zo in vervoering gebracht door de vleierij die dit toppunt van macht vergezelt, dat hij zichzelf echt inbeeldde datgene te zijn waarvan zijn flikflooiers hem poogden te overtuigen. Hij stelde zich zelfs voor een redenaar te zijn en sprak vaak in gebroken Nederlands zijn menigte van hovelingen heftig toe en was zwak genoeg om blij te zijn met hun goedkeuring, wanneer een klein beetje nadenken hem zou hebben laten zien, dat het de financier was, en niet de redenaar, wiens bonte redevoeringen zo overtuigend waren.

 

Wat voor ongelijke partij deze kwade minister met despotische macht voor ons hoogst voortreffelijke en wijze bestuur was, heeft zijn korte vlam van glorie en plotselinge ondergang wel uitgemaakt. De wijsheid, rechtschapenheid, naarstigheid en onvervalstheid van degenen van wie wij het geluk hebben te zien, dat ze door onze hoogst genadige soeverein gebruikt worden, overwonnen spoedig de sluwheid, list, ijdelheid en valsheid van deze zuivere Nederlander. In één ding toonde hij inderdaad zijn wijsheid. Want hij merkte bijtijds hoe zeer zijn ondernemingen zijn sterkte te boven gingen, want door de vorst te verkopen die hem had vertrouwd, hij dacht zijn vrede met de Britse natie te sluiten, en door ons betaald te worden voor het verraden van de Spanjaarden, omdat hij van hen steekpenningen had gekregen als beloning voor zijn verraad jegens zijn eigen land.

 

Dit toont de wijsheid en behendigheid van degenen aan het hoofd van de zaken, aangezien zij weten hoe ze zelfs de voornaamste ministers van buitenlandse naties tot hun instrument en loontrekker kunnen maken. Maar dit, hun voorzichtige behandeling, werd in enige mate gedwarsboomd door de trucs van die machiavellistische dienaar van de duisternis, om niets ergers over hem te zeggen, kardinaal Alberoni, die ontdekt dat de genoemde Ripperda bezig was eerlijk te worden en in ons belang te komen, en dat hij het was die voorkwam, dat Gibraltar vroeg in de lente werd belegerd en verhinderde, dat het Spaanse geld naar Duitsland werd overgemaakt, wat de keizerlijke troepen in staat zou hebben gesteld in Silezië ten strijde te gaan.

 

Doordat Alberoni aan de hoven van Wenen en Madrid een verslag uitbracht van zijn ontdekkingen, en het eerste hof bij het andere hof had geklaagd over het niet-betalen van het geld dat tussen hen was bedongen, ontbood de koning van Spanje de hertog van Ripperda en zei hem dat hij hem ontsloeg als president van de raad van financiën, waarop hij antwoordde, met de onbeschaamdheid die specifiek is voor mensen die zichzelf nuttig vinden, dat hij, aangezien zijne majesteit hem ongeschikt vond voor die positie en dat deze voor hem een te zware last was, daarmee verlof vroeg om al zijn andere werkzaamheden neer te leggen en door een algeheel ontslag onmiddellijk ontlast te worden van de moeite van elke aanwezigheid aan het hof. De koning geloofde hem op zijn woord en toen hij zich had teruggetrokken, gaf hij opdracht tot een besluit, dat in de raadsboeken diende te worden opgenomen, dat hierop neerkwam, namelijk

"Dat het zijne majesteit, uit zijn grote goedheid, behaagde om op verzoek van hertog van Ripperda aan de genoemde hertog te vergunnen al zijn werkzaamheden neer te leggen en hem uit zijn dienst te ontslaan; en hem verder, gelet op zijn vroegere trouw, levenslang per annum een pensioen te geven van drieduizend dubloenen, aan hem uit te betalen in Madrid of enig andere plaats die hij zou vaststellen".

 

Toen deze opdracht aan de hertog van Ripperda bekend was gemaakt, ging hij de koning bedanken voor zijn goedheid, maar toen hij van het hof terugkwam, stapte hij, in plaats van naar huis te gaan, in de koets van de ambassadeur van Holland en gaf opdracht naar het huis van kolonel Stanhope, de ambassadeur van Engeland, te rijden. Zodra de koning over zijn toevluchtsoord werd geïnformeerd, gaf hij een detachement van zijn garde het bevel om het huis van Stanhope te omsingelen, die daarop de koning verzekerde dat hij verantwoordelijk zou zijn voor de persoon van de genoemde hertog, die, sindsdien, als streng bewaakte gevangene is opgesloten in het kasteel van Segovia, en  er is opdracht gegeven hem wegens hoogverraad te vervolgen. Zo zie je de fatale gevolgen van eerzucht, gierigheid en corruptie. Want ook al kunnen fortuin en sluwheid ervoor zorgen, dat boeven een tijdlang kunnen zegevieren, zij schitteren en verdwijnen vaak slechts als de bliksem; wat het lot was van deze minister, want er liggen slechts drie jaar tussen zijn opgang en zijn ondergang.

 

We zouden in ons verslag van deze gevallen minister nog meer in detail kunnen treden, als we er niet beducht op zouden zijn dat er gedacht wordt dat we, onder de naam van de hertog van Ripperda, enkele van onze eigen grote mannen zouden beschrijven. Want schurken van alle landen hebben een soort verwantschap en lijken zowel in hun uiterlijke vorm als hun gemoed vaak op elkaar. Maar dit is zo'n volleerde staatsman, dat we naar de vorige eeuw moeten terugkijken voor zijn gelijke, en zelfs daar kunnen we er nauwelijks drie vinden die hem evenaren. Er zijn velen die tamelijk dicht bij hem komen, maar niemand die zovele van zijn voortreffelijke eigenschappen bezit als twee grandes die samen floreerden, de een beroemd om verraad en apostasie, en de ander opmerkelijk wegens grenzenloze eerzucht, onverzadigbare gierigheid en het toppunt van ondankbaarheid. Deze laatste lijkt inderdaad het meest op hem, en had de hertog van Ripperda zich met dezelfde kalmte en voorzichtigheid tevreden gesteld om zijn begeerte voor rijkdom en macht te verzadigen, dan zou hij even lang geregeerd hebben, evenveel schenkingen van landerijen en paleizen hebben gekregen en misschien ook met de grootste praal en pracht ten laste van de schatkist zijn begraven.

 

De grondregels van deze staatsman zij zeer opmerkelijk en lijken heel veel op die van de godvruchtige auteur van De fabel van de bijen, die, zo zegt men ons, uit het zelfde land komt en dezelfde godsdienst heeft als onze hertog, wat inderdaad niet onmogelijk is, aangezien lucht en klimaat soms hetzelfde effect hebben op zowel het gemoed als het lichaam van mensen, en we merken dat die landen die het meest beroemd zijn om monsters, niet minder bekend zijn om de verscheidenheid van godsdiensten.

 

Zijn eerste beginsel was, dat de mensen van nature boeven zijn, en  zo veronderstellen we dat hij zichzelf eronder schikte als een van de partij, en, als een gevolg hiervan, zegt hij ons dat de laagste en meest hatelijke eigenschappen de meest noodzakelijke volmaaktheden zijn van een groot man of een beschaafd heer. Het is daarom niet te verwonderen dat de beau monde hogelijk het zojuist genoemde Nederlandse systeem bewondert. Ook al zouden we zijn zedenkunde moeten beoordelen aan de hand van zijn poëzie, dan hoeven we geen criticaster te zijn om ze erg armzalig te vinden en goed passend bij het blaadje van een halve penny, waarin zij voor het eerst verschenen. En we moeten het wel eens zijn met de schrijver als hij zegt dat hij niet de geringste opzet had om geestig te zijn. De rest van de beginselen en stelregels van deze heer zijn zodanig van hetzelfde slag als die van zijn landgenoot dr. M., dat de slimmen en beaux daarvan al wel op de hoogte moeten zijn, en de nieuwsgierigen kunnen hun toevlucht zoeken bij de schrijver.

Zo is de man en zo zijn zedenkunst, die echt de auteur was van die Schandelijke smaadschriften, getiteld, enzovoort, ook al menen sommigen dat hij wordt geholpen door een bepaalde lord die nu in Madrid is, over wie niets meer hoeft te worden gezegd dan dat hij een schande voor ons land is.

 

Wat de opmerkingen betreft die in onze titel werden beloofd, hebben we inderdaad zulke gemaakt die gepast waren. Want wat voor een beter antwoord kan er worden gegeven aan zulke grove, valse en onbeschaamde smaadschriften dan door het karakter van hun auteur bloot te leggen. Kan men betamelijk redeneren met degenen die zich vrijpostig veroorloven de majesteit van een leugen te beschuldigen, die een dapper en wijs volk vertellen dat zij dwazen en ezels zijn, en die onder schoonschijnende voorwendselen pogen tweedracht te zaaien tussen de beste koning en de gelukkigste onderdanen in de hele wereld?

 

 

Noten (nog in te voegen)

 

'Author', auteur, betekent hier de veroorzaker, schepper.

(Anon: hoogstwaarschijnlijk Henry St John,1st Viscount Bolingbroke, 1678-1751. Is Horatio.) An Account of the true Author of two infamous Libels, entitled I. A Letter from count Sinzendorf etc. to Mr. De Palm, late Resident, etc. dated from Vienna, Febr. 20. N.S. 1727. II A Memorial presented by Mr. De Palm, etc. With an Appendix, containing the said Libels, with proper remarks, etc. London. Printed for J. Smith near the Exchange, MDCCXXVII.

Zie voor Ripperda, Sytze van der Veen, Een Spaanse Groninger in Marokko, De levens van Johan Willem Ripperda (1682-1737) (2007).

Deventer zal bedoeld zijn. Ripperda werd geboren in Oldehove of Groningen.

Loreto, bedevaartplaats in Italië.

Berkeley

Fr. Knecht, dienaar.

'Pension'.

Islamitische.

Vgl. Kramnick, blz.19, juncto noot 44.

Handelingen 19:28. Vgl. Thomas Gordon, The craftsmen: a sermon or paraphrase upon several verses of the 19th chapter of the Acts of the Apostles. Composed by the late Daniel Burgess(1720), blz. 24.

Eerste beweger.

Virgilius, Aeneid, ii.

Myth. God van de rijkdom. In de Divinia Comedia van Dante is Plutus de wolfachtige demoon van rijkdom die op het vierde niveau van de hel vertoeft.

In 1715 vertrok hij naar Spanje, als gezant van de Republiek. Hij trad later in Spaanse dienst. Vgl. Sytze van der Veen, a.w., blz. 77-99.

Diomedes ruilde zijn koperen wapenuitrusting tegen de gouden van Glaucus.

Grote geheim.

Philosopher-stone, steen der wijzen. Vgl. Carl Wennerlind, Credit-Money as the Philosopher's Stone: Alchemy and the Coinage Problem in Seventeenth-Century England, History of Political Economy, Volume 35, Annual Supplement, 2003, pp. 234-261.

'Pistoles'; Spaanse gouden munt.

Hof van keizer Karel VI in Wenen.

De Oostenrijkse Habsburgers, het keizerlijk hof.

Verwijst weer naar zijn vertrek uit de Republiek naar Spanje.

'Finances' in de tekst, moet waarschijnlijk 'financer' zijn.

Vgl. Sytze van der Veen, a.w. blz. 349, noot 17, blz. 609.

'Aan het hoofd van de staatszaken'.

Waarmee het sluwe politieke bedrijf om macht en rijkdom te vergaren, wordt bedoeld. Kramnick, p. 19 juncto noot 44.

Gulio Alberoni (1664-1752), Italiaanse kardinaal en staatsman in dienst van Philips V van Spanje, maar toen weer terug in Italië. Over de rol van Alberoni vgl. Sytze van der Veen, a.w., blz. 258 juncto noot 1 blz. 587.

Over deze rol spreekt Van der Veen niet, maar wel vermeldt hij op blz. 359-60 de reactie van Alberoni op de val van Ripperda.

Waarschijnlijk citaat uit een brief van de Engelse gezant in Spanje, Stanhope, aan de Engelse minister van buitenlandse zaken, de hertog van Newcastle.

William Stanhope, 1st earl of Harrington (c. 1683-1756).

Want door de koning met geweld uit het huis van de Stanhope gehaald.

Waarschijnlijk wordt bedoeld Thomas Cardinal Wolsey (c.1471 –1530).

Waarschijnlijk wordt bedoeld George Villiers, 1st Duke of Buckingham (1592-1628)

Ironisch, in de zin dat goud God is.

Monsters. Vgl. Kramnick, blz. 20-1.

Bedoeld wordt het financiële systeem van banken en kredieten.

Vgl. het voorwoord van The Fable of the Bees, in De wereld gaat aan deugd ten onder (2006), blz. 19.

Vgl. het voorwoord van The Fable of the Bees, in De wereld gaat aan deugd ten onder (2006), blz. 20.

Mandeville.

Philip Wharton, eerste hertog van Wharton (1698-1731). Over hem vgl. Sytze van der Veen, a.w., blz. 273; 341-3.

Ref. Moral Grumbling Hive.

 

 

 

 

 

Verzameld Werk, deel IV

 

 

 

Een opheldering over

de ware auteur

van

twee schandelijke smaadschriften

 

 

 

Anon. (Bolingbroke), An Account  of the True Author of

two Infamous Libels (1727)

 

Johan Willem Ripperda

1682-1737