EPITAPHIUM MARIAE II

 

‘Grafdicht van Maria II’

Epitaphium Mariae II

  (‘Grafdicht van Maria II’)

 

Epitaaf of grafdicht door Bernard Mandeville, na de aanhef bestaande uit vier regels in het Latijn.

 

Uit de aanhef blijkt dat het koningin Maria II (1662-1694) betreft, de echtgenote van koning-stadhouder Willem III. Zij stierf op 28 december 1694 en werd op 5 maart 1695 begraven.

 

De tekst luidt:

 

EPITAPHIUM

 

Augustissimæ heroinæ MARIÆ II.

magnæ Brittanniæ, Galliæ, & Hibernæ,

Reginiæ

 

Anglorum Mater, Batavum spes, Gloria Sexus,

Prudens, æqua, Sagax, pulchra, Benigna, gravis,

Conjugis, & Populi lachrymis in marmora versis,

Hic tegitur, generis magna Stuarta decus.

 

B.D. MANDEVILLE. Med. Doct.

 

 

Het is toegevoegd aan de Engelse vertaling van een Latijnse lijkrede, die in 1695 door Petrus Francius is uitgesproken in de Oude Kerk te Amsterdam op de dag van de begrafenis van koningin Maria.

 

Dit grafdicht is door Mikko Tolonen (Finland) ontdekt en staat op blz. 24 van de volgende Engelse vertaling:

 

Petrus Francius, An oration of Peter Francius, upon the funeral of the most august princess Mary II. Queen of Great Britain, France and Ireland,

London, 1695.

 

De oorspronkelijke titel van de lijkrede van Petrus Francius luidt:

Oratio in funere augustissimae ac potentissimae Magnae Britanniae, Franciae, et Hiberniae reginae Mariae..., habitae Amstelaedami in templo begico veteri XV Martii, ipso exequiarum die. Gedrukt te Amsterdam (1695).

 

De rede werd in 1695 ook in het Nederlands vertaald, getiteld: Lykreden over het afsterven van Maria...Koninginne van Groot-Britannie. Gedrukt te Amsterdam.

 

De Engelse vertaling is ook opgenomen in A collection of the funeral orations, pronounc’d by publick authority in Holland upon the death of the most serene and potent princess, Mary II· Queen of Great Britain, &c.

 

Of Mandeville de vertaling van de lijkrede van Francius voor zijn rekening heeft genomen of daarbij betrokken is geweest, staat niet vast. Ook niet of hij het initiatief ertoe heeft genomen. In dat geval zou hij de Latijnse oratio hebben kunnen krijgen van zijn vader, die na februari 1693 in Amsterdam woonde

 

De ondertekening van het grafdicht is zodanig, dat Mandeville, die pas ongeveer anderhalf jaar in Engeland was, er de bedoeling mee zou kunnen hebben gehad om zijn naamsbekendheid als dokter te vergroten. Dat geneesheren en chirurgijns voor hun praktijk adverteerden, was destijds gebruikelijk in Engeland.

 

Ook kan er een openlijk verzet in worden gezien tegen het ‘Royal College of Physicians’, waarvoor Mandeville op 17 november 1693 had moeten verschijnen wegens het zonder vergunning - d.w.z. het niet hebben van een Engelse opleiding tot arts - uitoefenen van een medische praktijk, een verwijt waarvoor Mandeville ongevoelig was wegens het hogere niveau van zijn Nederlandse opleiding als arts in vergelijking met de Engelse opleiding. Vergelijk in dit verband ook zijn kritiek op dit College - ‘een zwakzinnige troep’ in termen van Mandeville - in de zaak van dokter Groenevelt. Opgemerkt moet worden dat Mandeville nooit door het ‘Royal College of Physicians’ als arts is erkend.