De officiële naam van de locatie is Mandville, afgaande op het  huidige Franse kadaster en op het besluit  van 1997 om het slot aan te merken als historisch monument. Maar de naam Manteville is ook gangbaar, zoals blijkt uit de afbeelding van Le Château de Manteville hierboven en uit informatie op het internet.

 

In de onderstaande officiële beschrijving staat zowel Mandville als Manteville.

 

Domaine de Mandville à Epiez-sur-Chiers (54)

 

Catégorie: Maison forte
éléments protégés MH: jardin ; verger ; canal ; installation hydraulique ; élévation ; statue
époque de construction: 2e moitié 15e siècle ; 17e siècle
historique: Mention d' un manoir à Manteville dès 1456. En 1602, maison forte avec colombier et dépendances. En 1903-1904, d' importants travaux de restauration ont modifié l' extérieur (percement de fenêtres) , mais sans altérer les intérieurs. En 1940, un incendie détruit les intérieurs et la toiture : rénovation postérieure. Parc réalisé en trois périodes : 17e (canal et terrasse adjacente) , 19e (escalier et terrasses) et début du 20e siècle (statuaire de 1921-1922).

Propriété d'une personne privée

Date protection MH: 1997/02/13 : inscrit MH partiellement
Façades et toitures de l' ancienne maison forte ; les jardins (cad. A 644 à 649, lieudit Mandville, 650, 651, lieudit Sous le bois de Mandville): inscription par arrêté du 13 février 1997
Type d'étude: recensement immeubles MH
N° notice: PA54000008
© Monuments Historiques, 1997

 

DE MANDEVILLE / MANTEVILLE

 

In 1569 Van de Zuidelijke

 

naar de Noordelijke

 

Nederlanden

 

Bernard Mandevilles betovergrootvader van vaderskant was een Jan de Mandeville c.q. Jehan of Jean de Manteville, een militair in het Staatse leger van de Nederlanden, in casu de Zeventien Provinciën, en waarschijnlijk lid van de familie wier naam afgeleid is van de locatie Mandeville / Manteville in de toenmalige provincie Luxemburg.

 

Deze familie was een oud geslacht van landjonkers (‘ecuyers’), bestuurders en militairen, met destijds verscheidene bezittingen in en rond Luxemburg c.q. Lotharingen. In de mannelijke lijn is dit geslacht daar uitgestorven. 

Mandeville = Manteville

De naam van kapitein Mandeville, compagniescommandant te Delfzijl, wordt in de bovenstaande kwitantie uit 1572 geschreven als Manteville (zie kadertje; in deze Franstalige kwitantie wordt ook korporaal ‘Jan Clase de Viller le Rond’ vermeld. Villers-le-Rond ligt vlakbij Manteville). Ook Mandeville’s leeftijdsgenoot en kroniekschrijver Johan Rengers van Ten Post , (1542-1626), wonend op 15 km van Delfzijl, noemt hem Manteville.

 

Op de befaamde kaart van Cassini van Frankrijk (1750), hiernaast, staat het stamslot aangegeven als Mandeville, gelegen tussen Torgny (België) en Epiez sur Chiers (Frankrijk).

 

Emile Tandel vermeldt als naamkundige synoniemen: Manteville (Mandeville, Mainteville, Monteville), in Les communes Luxembourgeoises, deel VII, Table Onomastique, (1894), blz. 220.

 

In de streektaal luidt de naam Mantvelle.

Le château de Manteville

(XIVe siècle)

Detail van de kaart van Cassini 1750:

 

Mandeville tussen Torgny en Espiés

Mandeville:

Van de Zuidelijke naar de Noordelijke Nederlanden.

 

Hoe kwamen de Mandevilles in het Noorden van Nederland terecht? Hun migratie vanuit de Zuidelijke Nederlanden naar Friesland is het gevolg van de politiek-militaire situatie in de Nederlanden in de tweede helft van de 16e eeuw. Het is de tijd van het begin van de Nederlandse opstand tegen Spanje. Margaretha van Parma (1522-1586) was de landvoogdes. Haar leger, het Staatse leger van de Zeventien Provinciën, bestond uit totaal vijf regimenten. Deze militairen werden ‘Walen’ genoemd, een naam die gold voor iedereen uit de “Belgische, Vlaamse en Waalse provincies”. Verschillende Mandevilles dienden als militair in het Staatse leger, en zo ook Jan de Mandeville.

 

Een van hen was Alexandre (III) de Manteville, heer van Breux (ca 1520-1573). Deze was gouverneur van het Waalse Neufchâteau en kapitein (commandant) van een van de drie compagnieën van het zgn. eerste Waalse regiment, de garde van de landvoogdes. Dit regiment stond onder bevel van Philips van Lannoy, heer van Beauvoir (soms ook wel Beauvois genoemd), die tevens commandant van haar lijfwacht was. 

 

Alexandre de Mandeville nam als kapitein deel aan de slag bij Oosterweel op 13 maart 1567. In  Den dertiensten van Meerte, een lied uit 1567 over deze slag, die het begin van de Tachtigjarige oorlog inluidde, wordt over hem gezegd:

 

En Mandeuille sterck en boys

(En Mandeville sterk en listig)

 

In mei kreeg kapitein Alexandre de Manteville van Margaretha de opdracht om Bergen op Zoom voor haar veilig te stellen. Met een eskadron cavalerie en een compagnie infanterie kwam hij daar op 30 mei 1567 aan en bleef daar enkele maanden. 

 

Philips II had ondertussen al besloten tot verder militair ingrijpen om de opstand in de Nederlanden te bedwingen. Daarom stuurde hij de hertog van Alva met een Spaans leger. Margaretha waarschuwde meteen tegen Alva. Eind 1567 moest ze het veld ruimen. In dat jaar was Alva al begonnen met de reorganisatie van het leger. De bestaande Waalse regimenten, inclusief het eerste regiment van Philips van Lannoy, werden eind 1567 ontbonden. Alva noemde Alexandre de Manteville “capitán Mandevil” in een brief van 4 october 1567 aan koning Philips II van Spanje. In het najaar van 1567 was De Mandeville als plaatsvervanger van Lannoy commandant van de lijfwacht van Margaretha, een functie die verviel toen Margaretha in augustus 1568 uit Brussel vertrok. Hij werd benoemd tot gouverneur van het fort Charlemont in Givet en overleed in 1573.

 

Alexandre de Manteville had vier broers: Gabriel, Dominique, Gilles en Nicolas. Nicolas was ook in het leger. Hij was vaandeldrager (vaandrig) van de bande d’ordonnance (een ‘compagnie’ van het staande leger) waarover Charles graaf van Berlaymont (1510-1578) het bevel voerde. Niet uit te sluiten is dat hij in de periode 1569-1584 in de Noordelijke Nederlanden is geweest. Hij overleed voor april 1604.

 

In 1568 werd o.a. het Waalse regiment onder bevel van Caspar de Robles gevormd. Na de door het Staatse leger verloren slag bij Heiligerlee in 1568 stuurde Alva kolonel Caspar de Robles, heer van Billy (1527-1585), tot dan gouverneur van Philippeville, met zijn regiment bestaande uit vijf vendels (compagnieën) Walen vanuit Brussel naar Groningen. Robles ging in hetzelfde jaar nog weer terug naar Brussel om in 1569 met nog eens zes vendels Walen terug te keren. Alva kondigde de komst van deze vendels in januari 1569 aan de stad Groningen aan. Geworven door Gilles de Berlaymont, Robles en Londogno, kwamen ze vanuit de gebieden van Luik en Namen (Luxemburg) via de Maas naar het Noorden.

 

Hopman van een van deze zes Waalse vendels was kapitein De Mandeville / Manteville. Vanaf 1569 was hij gedurende vijf jaar commandant van de vesting Delfzijl. Bij het uitbreken van de Tachtigjarige oorlog in 1568 vat de Spaanse hertog Alva het plan op hier een nieuwe vestingstad te bouwen die Marsburg moet gaan heten. Op verzoek van de stad Groningen blijft het plan beperkt tot de bouw van een kleine versterking met vier bastions. In 1569 wordt er vanaf de Eems een mislukte aanslag op deze vesting gepleegd. In 1572 wordt de vesting uitgebreid door stadhouder Caspar de Robles. De Spaanse garnizoenen die er gelegerd zijn voorkomen dat Stad en Ommeland zich bij de opstand aansluiten. Delfzijl is dan een sterke plaats die, volgens Willem van Oranje in een brief aan zijn broer Lodewijk van Nassau, slechts met behulp van goede soldaten en artillerie is in te nemen.

 

Delfzijl was strategisch van groot belang tegenover het Oost-Friese Emden, dat een uiterst belangrijke verblijf- en uitwijkplaats voor Nederlandse ballingen en Watergeuzen was.

 

Een ultimatum van de Watergeuzen aan De Mandeville in 1572 om hem te bewegen Delfzijl over te geven, legde hij naast zich neer. Een kopie van deze brief stuurde hij aan Robles, die deze vervolgens doorzond aan Alva. In het begeleidende briefje noemt Robles hem “Capitaine Mandeville”. Niet alleen hier ontbreekt het voorzetsel “de”, maar ook in de andere ons tot dusver bekende bronnen van voor 1568 is dit vaak afwezig.

 

Kapitein De Mandeville vertrok in april 1574 met “sijn volck” (zijn compagnie) uit Delfzijl naar Leeuwarden. Hij werd in Delfzijl opgevolgd door de Spanjaard Hernando de Bustamente.

 

Via Groningen ging hij naar het stadhouderlijke Hof in Leeuwarden gegaan. Jan de Mandeville trouwde in 1574 met Anna (1553 -?). Het regiment van De Robles kwam in 1576, na diens gevangenneming en vertrek uit Leeuwarden, onder het gezag van de Staten-Generaal.

 

Onder Robles diende ook nog een broer van kapitein De Mandeville. Deze broer verbleef ook in Delfzijl. Hij werd in januari 1570 door Robles met 40 soldaten naar de Knock (bij Emden) gestuurd, waar ze een schip van de Watergeuzen buit maakten en naar Delfzijl brachten.

 

Zouden deze broers de twee zonen van Gabriel de Manteville, Jean en Ferry, kunnen zijn geweest? De genealogie van de tak van De Mandeville / De Manteville die Thomassin de Montbel heeft behandeld in zijn boekje Manteville en Lorraine (1908, reprint 2005), is niet volledig en ook niet precies genoeg om deze vraag te kunnen beantwoorden. Bovendien is er in die tijd nog een familie Manteville/Mandeville in Franche-Comté, met mogelijk een vertakking naar Lyon.

 

 

ÉPIEZ-SUR-CHIERS

JARDIN DE MANTEVILLE

route de Torgny

 

Recréés dans le goût classique entre 1905 et 1921, ces jardins sont à l’échelle de la maison forte qu’ils accompagnent. On y trouve sans ostentation à la fois de belles vues, des perspectives ponctuées detopiaires ou de vases Médicis, un verger en terrasse et une pièce d’eau qui reflète le sourire narquois d’une nymphe peu farouche. Ouv. sam. 20 et dim. 21 juin. Visite guidée à 16h. (2009).

 

Stamslot Mandeville - Manteville

bij Epiez-sur-Chiers,

aan de Frans-Belgische grens

Kaart 1600 van Ubbo Emmius (detail). Tegenover Delfzijl ligt Knock. Op deze kaart staat bovenaan Hamswerd. Dit is het plaatsje waar Bernard Mandevilles grootmoeder van moederszijde werd geboren.

Officier, vaandrig en kapitein van een Waals regiment in 1572