Bernard Mandeville,

 

 

 

PROZA

 

 

PROZA-LINKS:

 

1.   De maagd ontmaskerd.

2.   Lucinda en Artesia in The Female Tatler (De vrouwelijke kakelaar).

3.   De onheilen die van een Whig regering te vrezen zijn.

4.   Vrije gedachten over godsdienst, kerk en volksgeluk.

5.   De fabel van de bijen, Particuliere zonden, publieke weldaden: De Opmerkingen.

6.   De oorsprong van de zedelijke deugd.

7. Een rechtvaardiging van het boek.

8. Essay over menslievendheid en armenscholen, fragment.

9. Op zoek naar de aard van de samenleving, fragment.

10. Bescheiden verdediging van publieke bordelen.

11.Oorzaken van de vele terechtstellingen in Tyburn.

12. Brief over georganiseerde misdaad

13. Mensen spreken niet om begrepen te worden (De fabel van de bijen, deel II)

14. Verhandeling over de hypochondrische en hysterische ziekten.

15. De oorsprong van de eer en het nut van christelijkheid.

16. Brief aan Dion.

17. Een preek in Colchester.

18. De moderne Riverius.

19. Schooloratie.

20. Natuurfilosofische dissertatie.

21. Medische dissertatie.

 

 

 

Er bestaat geen Nederlandse inleiding tot het gehele oeuvre van Bernard Mandeville. Misschien maar goed ook. Het handigste commentaar is zeker een zorgvuldige vertaling van zijn werk, en de beste inleider is Bernard Mandeville zelf.  Afgezien van een beknopt overzicht van zijn proza wordt het woord aan de schrijver zelf gegeven. Lees zijn Voorwoorden c.q. de vervangende fragmenten.

Een korte beschouwing over het proza van Bernard Mandeville.

Bernard Mandeville was arts, meer in het bijzonder psychiater. Zijn eerste werken (1685, 1689, 1691) die verband houden met zijn  universitaire studie, zijn in proza. In literair opzicht is hij aanvankelijk dichter en pas in 1709 stapt hij (weer) over naar proza, waarbij hij vaak maar niet altijd voor de vorm van dialogen kiest. Deze keuze is begrijpelijk omdat de dialoogvorm inherent is aan zijn therapeutische behandelwijze.

 

Hij schreef in een periode die ligt vóór de opkomst van de psychologische roman in de 18e eeuw. Enerzijds sluit hij met zijn moderne psychologische dialogen of samenspraken en schetsen ook aan op de klassieke en renaissancistische traditie van samenspraken, zoals bijvoorbeeld Erasmus. Anderzijds loopt hij vooruit op de komst van de psychologische roman. Deze letterkundige vorm van woord en weerwoord is nadien als zelfstandige kunstvorm in de gewone leesboeken uit de mode geraakt, maar feitelijk is zij natuurlijk nog steeds bepalend voor toneel en film.

Bernard Mandeville beheerst de dialoogvorm op een wijze die bewondering afdwingt.  En behalve deze dialogen zijn er uiteraard zijn essays. Ook hierin steeds weer meesterlijke beschrijvingen van levensechte scènes om zijn zienswijzen te illustreren.

Waarover hij het inhoudelijk ook heeft, zijn optiek kenmerkt zich altijd door een empiristische kijk, een behoefte om zo expliciet mogelijk te zijn en om de aandachtige lezer te vermaken.

1. De trilogie van De Fabel van de Bijen.

1.1. De fabel van de bijen, Particuliere ondeugden, publieke weldaden

Het gedicht De Morrende Korf zou nu vrijwel vergeten zijn als Bernard Mandeville er geen driedelige toelichting en verdieping aan had gewijd. Het eerste deel van deze trilogie heet De Fabel van de Bijen en heeft de intrigerende ondertitel Particuliere ondeugden, publieke weldaden. Het verschijnt in 1714, negen jaar na de Morrende Korf, en bevat Opmerkingen, d.w.z. het is feitelijk een bundel essays. Tussen de Morrende Korf en de Opmerkingen bevindt zich een afzonderlijk essay, getiteld Een onderzoek naar de oorsprong van de zedelijke deugd, dat ook bedoeld is om het gedicht nader toe te lichten.

 

Elke Opmerking behandelt een bepaalde dichtregel uit de Morrende Korf. Dit geeft aan het boek een karakter van een rapsodie, waarvan Bernard Mandeville zegt : “Het werd voor het vermaak van inactieve mensen geschreven en beoogd voor ontwikkelde mensen, wanneer zij vrije tijd hebben en amusement wensen. En daarom zou het een onredelijk verzoek zijn aan zakenmensen, of mensen die iets anders te doen hebben, om te vragen zo’n onsamenhangende rapsodie helemaal te lezen; tenminste de auteur zelf moet niet zo onbescheiden zijn dit te verwachten.”

 

Deze eerste versie van De fabel van de bijen baarde destijds geen enkel opzien. Maar dit verandert als hij weer negen jaar jaar, in 1723 publiceert, de tweede versie publiceert. Daaraan heeft hij twee essays toegevoegd, An essay on Charity and Charityschools en A Search into the Nature of Society. In het eerste essay over menslievendheid en armenscholen behandelt hij de schijnheiligheid van de organisatoren van en deelnemers aan zogenaamde ‘goede doelen’ en ook de schadelijke psychologische, sociale en economische gevolgen van deze hooghartige, egoïstische ‘menslievendheid’.

 

Dit is tegen het zere been van alle idealistische betweters. Omdat ze zijn empiristische analyse niet kunnen ontzenuwen, nemen ze drie aloude methodes te baat. De eerste is Bernard Mandeville, d.w.z. zijn uitgever, voor het gerecht aanklagen; de tweede, hem als een liederlijk persoon of duivel voorstellen - en dat terwijl Bernard Mandeville in zijn persoonlijke gedrag een waardige opvolger van Dirk V. Coornhert met zijn ‘levenskunst, dat is zedekunst’ was - en de derde, hem doodzwijgen.

 

1.2. De fabel van de bijen, deel II.

In 1729 komt Bernard Mandeville met De fabel van de bijen, deel II, echter zonder de ondertitel van het eerste deel. Dit boek is vertaald als Mensen spreken niet om begrepen te worden (2007). Feitelijk behandelt hij hierin, gebruik makend van de dialoogvorm, het probleem hoe je jezelf de empiristische manier van kijken en nadenken eigen kunt maken die aan het eerste deel van De fabel van de bijen ten grondslag ligt. Tegelijk verdiept hij bepaalde zienswijzen. Het heeft niet het brokkelige karakter van het eerste deel. In 1740 worden beide delen door de Franse censuur verbrand en in 1745 door paus Pius VI op de Index gezet.

 

1.3. Een onderzoek naar de oorsprong van de eer en het nut van christelijkheid bij oorlog.

Tenslotte verschijnt in 1732, zevenentwintig jaar na De Morrende Korf, het derde deel van de Fabel van de Bijen, maar de naam is nu anders, namelijk Een onderzoek naar de oorsprong van de eer en het nut van christelijkheid bij oorlog. (An Enquiry into the Origin of Honour, and the Usefulness of Christianity in War). Dit is ook weer opgebouwd uit dialogen en in alle opzichten een vervolg op deel II.

 

De Fabel van de Bijen was, met name het eerste deel, een bestseller en is een longseller. Het eerste deel van De Fabel van de Bijen is pas in 1985 voor het eerst in het Nederlands vertaald, echter, wat toch merkwaardig is, zonder de twee essays die juist de meeste ophef veroorzaakten.

 

De Engelse teksten van deze trilogie zijn op het internet beschikbaar.

 

1.4. De brief aan Dion.

Bij de trilogie hoort eigenlijk ook het allerlaatste werk van Bernard Mandeville uit 1732, omdat het als een samenvatting van en inleiding op zijn Fabel van de Bijen kan worden beschouwd. Het heet A Letter to Dion, Occasion'd by his Book call'd Alciphron, or the Minute Philosopher. (Een brief aan Dion, naar aanleiding van zijn boek geheten Alciphron of de Minne Filosoof.)

 

Dion is de schuilnaam van George Berkeley, 1685-1753, en de volledige titel van diens boek is Alciphron or The Minute Philosopher. In Seven Dialogues. Containing an Apology for the Christian Religion against those who are called Free-Thinkers. (Vertaald door Mattheus de Ruuscher onder de titel De knibbelaar of De gewaande vrijdenker. : Behelzende een verdediging van den Kristelijken godsdienst, tégen de zogenaamde vrijdenkers.)

 

Zijn reactie naar aanleiding van Dion’s werk is in 70 bladzijden feitelijk een samenvatting van de hele trilogie. Het bevat geen voorwoord. Daarom is een fragment gekozen.

 

N.B. In 1732 hield Bernard Mandeville zich dus nog  met de fabel van de bijen bezig. De eerste keer dat hij de vergelijking met de bijen gebruikte was al 43 jaar eerder, namelijk in zijn dissertatie Disputatio Philosophica de Brutorum Operationibus van 1689.

 

2. Medisch werk. Zeer substantieel en belangwekkend zijn de medische werken van  Mandeville.

Dit begint in 1685 met zijn schooloratie De Medicina Oratio Scholastica publice habita, cum e Schola Erasmiana ad Academiam promoveretur, waarin hij uiteenzet waarom hij arts wil worden. In 1689 volgt zijn filosofische (= natuurwetenschappelijke) dissertatie Disputatio Philosophica de Brutorum Operationibus, over de dierlijke functies. Twee jaar later wordt zijn medische dissertatie gepubliceerd,  Disputatio Medica Inauguralis de Chylosi Vitiata, over slechte chijlvorming (indigestie).

 

In 1706 verschijnt het medische standaardwerk Riverius Reformatus or the modern Riverius van François de La Calmette, dat in 1713 wordt heruitgegeven. Mandeville heeft dit uit het Latijn vertaald.

 

Zijn eigen specialisatie als internist-psychiater is de basis voor zijn A Treatise of the Hypochondriack and Hysterick Passions, Vulgarly Call'd the Hypo in Men and Vapours in Women, dat in 1711 verscheen en waarvan in 1730 de verbeterde en uitgebreide tweede versie uitkwam met als titel A Treatise of the Hypochondriack and Hysterick Diseases.

 

3. De overige werken.

3.1. Vanuit een optiek van vrouwen.

3.1.1. De ontmaskerde maagd. Bernard Mandeville schreef zijn eerste twee prozawerken vanuit een optiek van vrouwen. Zijn eerste werk is The Virgin Unmask'd; or Female Dialogues betwixt an Elderly Maiden Lady and her Niece on Several Diverting Discourses on Love, Marriage, Memoirs and Morals &c of the Times uit 1709. (De maagd ontmaskerd, of vrouwelijke dialogen tussen een oudere ongetrouwde dame en haar nicht over verscheidene vermakelijke verhandelingen betreffende liefde, huwelijk, biografieën en zeden enz. van deze tijd.)  Zie het Voorwoord.

 

3.1.2. De vrouwelijke kakelaar. Zijn tweede werk heet The Female Tatler, by ’A Society of Ladies’ (De vrouwelijke kakelaar, door ’een genootschap van dames’), maar dit is niet als een boek geschreven. Het is een bundeling van 32 bijdragen die hij in de periode 1709-1710 als ’Lucinda’ en ’Artesia’ voor The Female Tatler heeft geschreven, een ’essay periodical’ (essayistische periodiek), die ontstond als een reactie op een ander essayistisch blad, The Tatler. In plaats van een voorwoord zijn hier de bijdragen genummerd 62 en 64 opgenomen.

 

3.2. Vrije Gedachten.

1720. Free Thoughts on Religion, the Church and National Happiness. 386 bladzijden. Dialogen. Dit boek werd door Justus van Effen in het Frans vertaald en in 1723 verscheen er al een Nederlandse vertaling, getiteld: Onpartydige gedachten over de godsdienst, de kerk en des volks geluk. Zie het Voorwoord. Ook dit boek is in 1745 op de R.K. Index geplaatst.

 

3.4. Engelse politieke actualiteit.      

1714. The Mischiefs that Ought Justly to be Apprehended from a Whig-Government.

De onheilen die terecht van een Whig-regering gevreesd moeten worden is een kleine verhandeling in de vorm van één dialoog. Zij heeft geen voorwoord. Daarom is een fragment gekozen.

 

3.5. Openbare bordelen.

1724.  A Modest Defence of Publick Stews: or, an Essay Upon Whoring as it is now Practis'd in these Kingdoms. Met deze bescheiden verdediging van openbare bordelen, of een essay over de hoererij zoals deze nu in deze koninkrijken wordt bedreven reageert Bernard Mandeville, net zoals 20 jaar geleden, op de Societies for the Reformation of Manners. Zie het Voorwoord.

       

3.6. Misdaadbestrijding

1725. An Enquiry into the Causes of the Frequent Executions at Tyburn: and a Proposal for some Regulations concerning Felons in Prison, and the Good Effects to be Expected from Them. Een onderzoek naar de oorzaken van de veelvuldige executies in Tyburn, en een voorstel voor enkele regelingen betreffende misdadigers in de gevangenis, en de goede effecten die hiervan te verwachten zijn. Zie het Voorwoord.

 

Aanbevolen publicaties over het werk van Bernard Mandeville

 

F.B. Kaye, Introduction bij zijn uitgave van The Fable of the Bees, 1924.

Richard I. Cook, Bernard  Mandeville, 1670-1733, Criticism and Interpretation. 1974.

Irwin Primer, Mandeville Studies, New explorations in the art and thought of dr. Bernard Mandeville. (1975).

Hector Monro, The Ambivalence of Bernard Mandeville. (1975).

Louis Schneider, Paradox and Society. (1987).

 

N. Westendorp Boerma, Bernard Mandeville. Mens en Maatschappij jrg. 6 /1930, blz.1-11 en 134-152.