Bernard Mandeville
De oorsprong van
de eer en het nut van
christelijkheid bij oorlog
‘De uitvinding van de eer is voor de beschaafde samenleving veel gunstiger dan die van de deugd.’
Was getekend,
Bernard Mandeville
‘Mandevilles filosofische opvattingen hebben bijgedragen aan onze hedendaagse welvaart, niet in de laatste plaats in zijn geboortestad Rotterdam. We mogen gerust stellen dat de “ondeugd” zoals geďnterpreteerd door Mandeville ook vandaag de dag nog hoogtij viert. De mens doet de dingen veelal niet omwille van de deugdzaamheid, maar eerder uit eigenbelang en winstbejag. Of hij doet ze om eer en invloed te verwerven, of omgekeerd, om afkeuring en schaamte te voorkomen. Op eigen belang gericht handelen is een machtige drijfveer die zowel individuele als maatschappelijke vooruitgang stimuleert. Dat geldt ook voor landen onderling binnen organisaties als de eu.’
-- dr. Bernard Bot, voormalig Minister van Buitenlandse Zaken, in de veertiende Mandeville Lezing, 21 mei 2008
‘Lezen, die man!’
-- prof. André Hanou, hoogleraar Oudere Nederlandse Letterkunde, over Bernard Mandeville
Bernard Mandeville
De oorsprong van de eer en het nut van christelijkheid bij oorlog
Verzameld werk, deel iv
ISBN: 978 90 477 0162 0. Status: in voorbereiding; geplande verschijning: medio februari 2010.
Voor de inhoudsopgave van dit deel, zie hieronder.
Vertaald en toegelicht door Arne C. Jansen
Met inleidingen van prof. dr Hans Achterhuis en Arne C. Jansen. Hans Achterhuis (1942) studeerde theologie en filosofie. Hij schreef over Mandeville in Het rijk van de schaarste (1988) en Met alle geweld (2008).
De eer conditioneert onze menselijke natuur met ontelbare en steeds weer nieuwe trucs. Voortdurend proberen wij anderen te behagen en te bevredigen door ‘de gunstige mening die de mens over zichzelf heeft, te paaien, goed te keuren of te vergroten’, aldus Bernard Mandeville. Het beginsel van de eer is strijdig met dat van de christelijkheid. Toch slagen de geestelijken erin om met ‘die heilige speelgoedwinkel’ -- de term is van Mandeville -- ‘de mensen stompzinnig te laten geloven dat het toppunt van trots niet strijdig is met de grootste nederigheid’. En iedere politicus weet dat het altijd de moeite loont om de godsdienst in een ruzie te betrekken. De meest geriefelijke gedachte voor de mensen is immers dat ‘dat hun vijanden ook de vijanden van God zijn’.
Kern van dit boek is Mandevilles onderzoek naar de oorsprong van de eer, die het bindmiddel is van elke beschaafde samenleving, maar op gespannen voet staat met het beginsel van de christelijke leer. Diezelfde spanning is ook voelbaar in het eveneens opgenomen ‘Onderzoek naar de veelvuldige terechtstellingen in Tyburn’, waarin Mandeville zich richt tegen de even hardvochtige als corrupte praktijk in het godsdienstige Engeland van zijn tijd om de minste of geringste ongewenste gedraging als een halsmisdaad te bestraffen.
Fragment uit Bernard Mandeville,
Een onderzoek naar de oorsprong van de eer en het nut van christelijkheid bij oorlog,
in vier dialogen tussen Horatio en Cleomenes.
‘Cleomenes: Ik geloof waarlijk dat er geen betere soldaten zijn dan er zich onder de christenen bevinden. En ik geloof hetzelfde wat schilders betreft. Maar ik ben er wel zeker van dat de besten in beide beroepen vaak bij lange na niet de beste christenen zijn. De leer van Christus leert mensen niet te vechten, net zo min als te schilderen. Dat Engelsen goed vechten, is niet te danken aan hun christelijkheid. De vrees voor schande is in staat de meeste mannen dapper te maken. Soldaten worden door discipline gemaakt. Hen trots maken op hun beroep en hen bezielen met de liefde voor glorie, dat zijn de zekerste kunstgrepen om ze moedig te maken. Godsdienst heeft er niets mee te maken. De Koran beveelt zijn volgelingen te vechten en hun geloof te verspreiden met wapens en geweld, ja, die belooft het paradijs aan allen die in de strijd tegen ongelovigen sneuvelen. Toch zie je hoe vaak de Turken tegen de Duitsers de plaat hebben gepoetst, terwijl de laatsten geringer in aantal waren.
Horatio: Toch vechten mensen nooit met een grotere hardnekkigheid dan in godsdienstoorlogen. Als het niet vanzelfsprekend was geweest dat mensen door het prediken tot de strijd zouden worden aangemoedigd, zou Samuel Butler de kansel nooit de kerkelijke trom hebben genoemd.’
‘Cleomenes: Geestelijken die van mening verschillen, zijn onverzoenlijk en er nooit om bekend geweest dat ze enige tegenstander met kalmte of gematigdheid behandelen. Het is tot dusver nog nooit vertoond, dat twee geloofsgemeenschappen van christenen wel in één belang overeenstemden en van harte samengingen, behalve wanneer zij onderdrukt werden of onmiddellijk gevaar liepen schade te lijden door een voor beide gemeenschappelijke vijand.’
Geb. 300 pagina’s
Omslagbeeld: William Hogarth, The Idle ’Prentice Executed at Tyburn (1747) -- beeld van een kar met daarop de dominee met opgeheven vinger naast de ter dood veroordeelde in een carnavaleske parade naar de galg.
Oorspronkelijke titels: An Enquiry into the Origin of Honour, and the Usefulness of Christianity in War (1732); An Enquiry into the Causes of the Frequent Executions at Tyburn, and a Proposal for Some Regulations Concerning Felons in Prison, and the Good Effects to Be Expected from Them, to Which Is Added a Discourse on Transportation, and a Method to Render That Punishment More Effectual (1725); Letter to the Author of the British Journal (1725); Wishes to a Godson, with other Miscellany Poems (1712).
_*_
Nadere informatie over de inhoud
1. Een onderzoek naar de oorsprong van de eer en het nut van christelijkheid bij oorlog
> Zie ook De psychiater Bernard Mandeville over eer, twist en christelijkheid
> Zie ook Dr Mandevilles cliënt: Bolingbroke, alias Horatio
2. Een onderzoek naar de oorzaken van de veelvuldige terechtstellingen in Tyburn,
en een voorstel voor enkele regelingen betreffende misdadigers in de gevangenis, en de goede effecten die hiervan te verwachten zijn. Waaraan is toegevoegd een verhandeling over deportatie, en een methode om die straf doeltreffender te maken
> Zie ook Mandevilles ‘Tyburn’: Wrikken aan een dodelijke sleur
3. Een brief over georganiseerde misdaad en de bovenwereld