Een Onderzoek naar de Oorsprong van Zedelijke Deugd.

(1714)

 

De Inleiding.

 

Een van de belangrijkste redenen waarom zo weinig mensen zichzelf begrijpen, is, dat de meeste schrijvers mensen altijd leren wat ze zouden moeten zijn, en zich er bijna nooit druk over maken hun te vertellen wat ze werkelijk zijn. 

        Wat mij betreft geloof ik, zonder enige plichtpleging jegens de hoffelijke lezer, of mijzelf, dat de mens (afgezien van huid, vlees, beenderen enz. die duidelijk voor het oog zijn) een samenstel is van verschillende passies, die hem allemaal, naar gelang ze worden geprikkeld en op de voorgrond treden, om de beurt beheersen, of hij wil of niet. Het onderwerp van het voorafgaande gedicht [De Morrende Korf] is geweest aan te tonen [40], dat deze eigenschappen, waarvan we allemaal doen alsof we ons ervoor schamen, het grote fundament van een bloeiende samenleving zijn.

        Maar aangezien sommige passages erin schijnbaar paradoxaal zijn, heb ik in het voorwoord [van De Fabel van de Bijen] enkele verklarende opmerkingen beloofd. Om deze nuttiger te maken, leek het me juist te onderzoeken hoe de mens, die geen gunstiger eigenschappen heeft, toch door zijn eigen onvolmaaktheden zou kunnen worden bijgebracht om tussen deugd en ondeugd onderscheid te maken.

        En hier moet ik de lezer verzoeken er voor eens en altijd notitie van te nemen, dat als ik mensen zeg, ik noch Joden noch Christenen bedoel, maar de pure mens in de staat van de natuur en onwetend over de ware god.[41]

 

 

 

 

de oorsprong

van de

zedelijke deugd

 

 

Gehele essay is opgenomen in Bernard Mandeville,

De wereld gaat aan deugd ten onder (2006)

 

 

 

Inleiding van het Essay