Bernard Mandeville M.D.
DOKTER EN PSYCHIATER

Bernard Mandeville

Bernard MandevilleBernard Mandeville

 

Bernard Mandeville

Rotterdam, 15 november 1670 - Londen, 1 februari 1733 (N.B. 21 januari 1733 'Old Style')

 

 

DE EERSTE MODERNE PSYCHIATER


‘Een van de belangrijkste redenen waarom zo weinig mensen zichzelf begrijpen, is dat de meeste schrijvers hun altijd leren wat ze zouden moeten zijn en zich er bijna nooit druk over maken hun te vertellen wat ze werkelijk zijn.’


 

 

 

 

Bernard Mandeville [op zijn Nederlands uitspreken: Bérnard Mándeviel] werd op 15 november 1670 in Rotterdam geboren. Zijn vader Michael de Mandeville was dokter en stadsgeneesheer in Rotterdam, zijn groot- en overgrootvader waren befaamde Nijmeegse artsen. Zijn betovergrootvader was een Waalse militair van het Staatse leger die in 1569 in Groningen c.q. Delfzijl terecht kwam.

Zijn moeder Judith Verhaar uit Schoonhoven behoorde tot het geslacht Verhaer-Duijmaff, gerenommeerde marineofficieren in dienst van de Admiraliteit op de Maze te Rotterdam. Het gezin behoorde tot de zogenaamde rekkelijken of remonstrants gezinden. Het waren geen calvinisten.

Bernard Mandeville doorliep de Latijnse school in Rotterdam. Direct hierop aansluitend studeerde hij geneeskunde in Leiden, waar hij in 1691 promoveerde. In 1693 vestigde hij zich in Engeland, waar hij in 1699 trouwde met Elizabeth Lawrence. Mandeville werkte fulltime als psychiater. Hij schreef als medicus. Zijn thematiek is individuele en sociale pathologie en deze is onverminderd actueel, omdat de mens als zodanig niet anders is dan vroeger. Zijn voornamelijk psychiatrische oeuvre begint in 1685 en eindigt in 1732. Als zijn belangrijkste werken gelden Een verhandeling over hypochondrische en hysterische ziekten (= depressieve klachten) en De fabel van de bijen. Mandeville was literair zeer begaafd. 

Bernard Mandeville behield de Nederlandse nationaliteit.

Hij overleed op 21 januari 1733 [volgens de Engelse Juliaanse kalender of Old Style (OS); 1 februari 1733, volgens de Nederlandse Gregoriaanse kalender of New Style (NS)] in Londen-Hackney en werd op 25 januari 1733 (OS) begraven in Londen-Camberwell.

Zijn overlijdensbericht is van belang omdat dit goed weergeeft wat voor persoon Mandeville in werkelijkheid was.

“Op zondagmorgen jl. overleed in Hackney, in zijn 63ste levensjaar Bernard Mandeville, med. dr., auteur van de Fabel van de Bijen, van een Verhandeling over de hypochondrische en hysterische passies en verscheidene andere bijzondere stukken, waarvan enkele in vreemde talen zijn gepubliceerd. 

Hij was zeer begaafd, bezat een ongewone schranderheid en sterk oordeelsvermogen. Hij was grondig bedreven in de kennis van de Klassieken, zeer ervaren in vele delen van de filosofie en een weetgierig onderzoeker van de menselijke natuur; welke bekwaamheden hem tot een waardevolle en onderhoudende metgezel maakten en waardoor hij terecht de waardering van verstandige en geletterde mensen kreeg.  

In zijn beroep stond hij bekend om zijn welwillendheid en menselijkheid; in zijn persoonlijke hoedanigheid een oprechte vriend ; en in zijn hele levenswandel een buitengewoon rechtschapen en integere gentleman.”


Eerbetoon aan Bernard Mandeville

MANDEVILLE BUILDING ROTTERDAM


Een korte schets van Mandevilles leven en werk. (Zie ook Levensloop )

Bernard Mandeville (1670-1733) was een Nederlandse dokter die in Engeland werkte en zich specialiseerde in depressies en angststoornissen. Een briljante, uiterst verstandige arts. Hij is de eerste moderne arts-psychiater. Een uitzonderlijk groot mensenkenner. Nagenoeg zijn hele literair aantrekkelijke oeuvre komt voort uit en wordt bepaald door zijn dokterschap. Zijn zorg betreft vooral de geestelijke en emotionele gezondheid van individuen en de geestelijke gezondheidszorg meer in het algemeen. Als schrijver richt hij zich niet tot zijn beroepsgenoten, maar tot de gewone lezers.  

Wie was deze geboren dokter Bernard Mandeville?  

Politieke lentes zijn vaak korte oprispingen, maar de 'Hollandse Lente' duurt wel heel lang. Van 1568 tot 1648. Het verdrijven van de tirannie van de absolute Spaanse monarchie en de opbouw en bloei van de jonge Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden is een inspirerende prestatie. En de zomer van de Republiek, die zo ongeveer begint als er in 1650 geen nieuwe stadhouder wordt benoemd, mag er ook zijn. De Gouden Eeuw, zei men achteraf. In buurlanden wordt met bezorgdheid naar de nieuwe mededinger gekeken. Hun reactie komt in 1672. Frankrijk, Engeland, Keulen en Münster verklaren in april de oorlog aan de Republiek. Het lange Rampjaar 1672 is begonnen. 

Bernard Mandeville is dan nog maar een peuter. Hij werd op 15 november 1670 geboren, het derde kind in het Rotterdamse doktersgezin van Michael de Mandeville (1639-1699) en zijn vrouw Judith Verhaer (1642-1688) Zij hadden al twee baby’s verloren. Vader Michael kwam uit Nijmegen, moeder Judith uit Schoonhoven. Ze zijn bezorgd. De troepen van de Franse koning Lodewijk XIV komen snel dichterbij. In de steden van Holland heerst grote paniek. Utrecht is al gevallen. Houdt de Hollandse Waterlinie ze tegen? 

Kapitein Barend Verhaer, de opa van Bernard, en zijn zoon luitenant Dirk Verhaer geven wat ze kunnen. Officieren in dienst van de Rotterdamse Admiraliteit. Vanaf een uitlegger, een kanonneerboot, op de Waal beschieten ze de Fransen onder leiding van de maarschalk-generaal Turenne bij Zaltbommel. Op de boot vindt een ontploffing plaats. Opa raakt ernstig gewond. Dirk, 22 jaar oud, ook gewond, zwemt naar de wal en wordt daar doodgeschoten. Tegen krijgsgebruik; oorlog is oorlog. Zaltbommel valt in Franse handen.

Gelukkig blijkt de Hollandse Waterlinie effectief te zijn en op 28 augustus wordt Groningen ontzet. Wordt nu nog ieder jaar gevierd. Onder leiding van de jonge alsnog tot stadhouder benoemde Willem III worden de invallers uit de Republiek verdreven. In 1674 wordt vrede gesloten met Keulen, Münster en Engeland, en pas in augustus 1678 met Frankrijk. De zomer van de Republiek is voorbij.

Willem III kan bij de Mandevilles niet meer stuk. Tien jaar later wordt hij ook nog koning van Engeland. Hij is de verdediger van de Republiek en Europa tegen de absolutistische Lodewijk XIV. In januari 1691 komt hij voor het eerst weer terug in Nederland. Een groots festijn. Bernard Mandeville draagt er zijn steentje aan bij. Een kort gedicht: Aan sijn koninklijke majesteyt Willem de III, ter selver overkomst uyt Engelant in Hollant. Prozaïsch van toon. Mandeville is geen lyricus. Hij is literair zeer begaafd, zijn kracht ligt in geëngageerde non-fictie. 

Schrijvers weten niet wat lezers met hun werk doen. Konden die van de evangeliën weten wat een kerk met hun verhalen zou doen? Zonder de kerk hadden ze volgens kardinaal Hosius de status van de fabels van Aesopus gehad. Mandevilles pamflet Schijnheilig Atheist werd in oktober 1690 in Rotterdam de wekroep tot het zogenaamde Costerman-oproer. Voor hem, als secondant van zijn vader die ook een stadsgeneesheer en luitenant van de Rotterdamse schutterij was, een intermezzo, want hij werkte in die tijd aan zijn medische dissertatie. In maart 1691 promoveerde hij tot doctor in de geneeskunde in Leiden. Daar was hij in 1686 aan zijn studie geneeskunde begonnen, nadat hij met lof de Latijnse school in Rotterdam had doorlopen.

Hij was dokter in praktijk van zijn vader, toen de Mandevilles in februari 1693 spoorslags uit Rotterdam moesten vertrekken. Op bevel van het stadsbestuur, dat in 1692 van kleur was verschoten. Een late reprise van de Dordtse synode van 1618-19. Er waren rechtzinnige calvinisten op het pluche gekomen, na een interventie van stadhouder-koning Willem III. Zij ontsloegen hun rekkelijke of remonstrantse tegenstanders. Enkelen werden gestraft voor hun actieve rol bij het Costerman-oproer van 1690. Onder hen vader Mandeville. De boze geest achter de stadhuisrevolutie was Pierre Jurieux, een Franse vluchteling en dominee van de Waalse kerk. Althans volgens Mandeville, die in 1720 met genoegen constateerde dat Rotterdam weer even remonstrants was als voor 1692.

In 1693 bestond het gezin Mandeville uit vader Michael, zoon Bernard en het vijfde kind, Petronella, geboren in 1684. Het vierde, een dochtertje, geboren in 1678, stierf na zes weken. Hun moeder Judith was in 1688 overleden. Ze verhuisden naar Amsterdam. Bernard reisde spoedig door naar Engeland, naar eigen zeggen om de taal te leren. Hij ging er op het juiste moment heen. Met de ‘Glorious Revolution’ was de Engelse Lente begonnen. Bernard Mandeville besloot er te blijven, als dokter.

Noch in Engeland, noch in Nederland staan dokters hoog in aanzien. Bovendien zijn er veel te veel dokters. De spoeling is dun. ‘Een die een dokter trouwt, die is al levend dood,’ klinkt het bij de toneelschrijver Pieter de la Croix. Mandeville schrijft in 1709 dat een kruier twee pence per vrachtje krijgt en een dokter ternauwernood een shilling (twaalf pence) voor een tijdrovende visite. Wat betekende geld voor Mandeville persoonlijk? Zocht hij geen rijkdom? ‘Ik ben altijd zuinig genoeg geweest om daar geen reden voor te hebben. Ik waardeer geld op dezelfde manier als de meeste mensen hun gezondheid, waaraan, weet je, zelden wordt gedacht, behalve wanneer ze gemist wordt.’

Mandeville wordt meteen op het matje geroepen. Hij werkt zonder vergunning van het Royal College of Physicians, het Engelse doktersgilde. Geen sprake van. Zou hij, afgestudeerd aan de beste universiteit in Europa, een ballotage door ouderwetse dokters moeten ondergaan? Met zijn opleiding was hij gerechtigd overal in Europa als dokter te werken. Tien jaar later zet hij ze te kijk. ‘Een hele College bende, een zwakzinnig heir; Hun arrogante dapperheid, alles pocherij, niet meer; Alle bommen die ze vuurden, ‘t was enkel donderpraat.’

‘Dokters, het zijn meest beulen of moorddadige tirannen,’ lees je bij De la Croix. Geen overdrijving. De twee belangrijkste doodsoorzaken waren ziekten en pretentieuze dokters. Mandeville beseft dat de medische kennis weinig voorstelde. Dikke boeken vol fantasie, om indruk en propaganda te maken. Hij verwacht dat de medische wetenschap pas tegen het einde van het millennium, in de 20e eeuw, wat zou kunnen gaan voorstellen. Wat nu hieraan te doen? Omdat universiteiten tekortschieten, moet iedere dokter zich specialiseren, vindt de zzp’er Mandeville.

Mandevilles specialisatie betreft mensen met hypochondrische en hysterische ziekten. Met andere woorden, depressies en angststoornissen. Van ouds hebben verstoringen van het gemoed lichamelijke namen. Zwartgalligheid, melancholie, in de vele eeuwen dat men net zo gemakkelijk over zwarte gal als een van de vier lichaamsvochten, humores, sprak als wij over genen. In de zeventiende eeuw veranderen dokters het lichamelijke etiket van deze stoornissen. Gedoe in de buik, bij mannen in de bovenbuik (hypochondrie) en bij vrouwen door de baarmoeder (hysterie). Een pot nat, volgens Mandeville. Nu nog steeds praten wij oude dokters na als we het over hypochonders, hysterici, melancholie of zenuwenlijders hebben.   

Waarom nieuwe etiketten? Een machtskwestie. Macht over mensen. Heb je iemands gemoed of geest, dan heb je hem in je greep. Gaat het individu dan niet over zijn geest of gemoed? Vergeet het maar, wij geestelijken gaan over zijn ziel. Nee, wij staatshoofden, het volk is van ons. Nee, volgens de filosofen, wij weten hoe en wat ze moeten denken. Bovendien filosofie geneest. Zieke lichamen, die mogen de dokters hebben.

De optiek van dokters is anders. Gezondheid van het individu is het hoogste goed. Lichaam en geest zijn niet te scheiden. Dokters omzeilen de klippen door fysieke namen aan psychische aandoeningen te geven. In zijn Schooloratie (1685) verschuift de jonge Mandeville de denkramen op een keurige manier. Vanzelfsprekend, filosofie betreft de geest en geneeskunde het lichaam. Maar als het lichaam niet gezond is, kan de geest dit zeker niet zijn. Filosofie heeft de geneeskunde nodig. 

Mandevilles Schooloratie is cruciaal voor een goed begrip van zijn leven en werk. Zij bevat zijn credo als arts. Wat de hoogbegaafde Mandeville, nog geen 15 jaar oud, zijn toehoorders vertelt, is niet alleen bepalend voor hoe hij met  eigen patiënten omgaat, maar vooral ook voor de reden waarom en de wijze waarop hij zich in zijn boeken manifesteert. 

De dokters van toen lijken niet op onze huisartsen. In de praktijk doen ze weinig anders dan dogmatische letterwijsheden rondstrooien. Nee, dan Hippocrates, de vader van de geneeskunst, die zat gedurende het hele ziekteverloop aan het ziekbed van zijn patiënt. Zieken zijn individuen en behandeling is individueel maatwerk. Deze hippocratische draad werd in de zeventiende eeuw in Nederland weer opgepakt. Opleiding aan het ziekbed, klinische geneeskunst, is een hoogst belangrijke stap vooruit. Eigen waarneming en onderzoek van de zieke in het concrete geval. En ziekenonderzoek, de anamnese, door vragen aan de zieke te stellen. In de praktijk komt er weinig van terecht. De vragen aan de patiënt zijn zinloos of de zieke wordt tureluurs van eindeloze ondervragingen. 

Voor Mandeville is Hippocrates het grote voorbeeld. Maar eeuwig aan een ziekbed zitten vond hij een ongezond en vermoeiend kamerarrest. Daarvan had hij geen last bij de ziekten die hij koos. Afwisselende visites, die niet zo onplezierig waren. Hij is een voorzichtige dokter. Zo min mogelijk medicijnen en, voor zover nodig, alleen die waarvan de werkzaamheid traditioneel bekend is, geen schadelijke bijwerkingen hebben en liefst thuis gemaakt kunnen worden. Onder de apothekers heeft hij een slechte naam.

Anders dan al degenen voor en in zijn tijd, en nog lang daarna, is Mandeville voor zijn patiënten een gesprekspartner die hippocratisch, dat wil zeggen zuiver cliëntgericht is. Hij past een volkomen nieuwe ‘methode’ toe, zoals blijkt uit zijn tweede boek, Een verhandeling over hypochondrische en hysterische ziekten (1711). Deze methode werd helaas niet of nauwelijks opgepikt. Pas in het laatste gedeelte van de twintigste eeuw werd zijn wiel opnieuw uitgevonden: de cliëntgerichte, cognitieve gedragstherapie. Mandeville is de eerste moderne psychiater. Zelf zou hij zich niet zo noemen. Hij is een dokter met een specialisatie, die individuen behandelt, geen psychés.

In zijn vrije tijd schreef hij, als therapeut, voor iedereen met ‘cobwebs’, muizennesten (muizenissen) in de kop; klagers, ontevredenen en angstige mensen. In Engeland, dat zich als wereldmacht begon te ontpoppen, zocht en vond Mandeville zijn zwaarmoedige klanten in de kringen van welgestelden. Veel meer vrouwen dan mannen hadden last van de bedoelde aandoeningen.  Vrouwendiscriminatie was er structureel.  Alleen mannen mochten zich met politiek en zaken doen bezighouden. Vrouwen moesten de befaamde wereld van conversatie en informatie in de koffiehuizen mijden. Mandevilles eerste boek De ontmaskerde maagd (1709) betreft deze ziekmakende discriminatie.

Toen hij dit schreef was hij al tien jaar getrouwd met de Londense Elisabeth Lawrence. Een maand na hun huwelijk was hun zoon Michael geboren en in 1706 hun dochter Penelope. Andere kinderen stierven jong. Nadat ze eerst in Londen hadden gewoond, verhuisden ze al vrij snel op verschillende adressen vlak buiten Londen. Geen koophuis. Als buitenlander kon hij geen onroerend goed kopen. Hij behield de Nederlandse nationaliteit. Als buitenstaander vergelijkt hij en verdiept hij zijn inzicht in mensen en samenlevingen. Mandeville werkte en schreef verder. In 1720 publiceerde hij Vrije gedachten over godsdienst, kerk en volksgeluk. Dit boek maakte hem internationaal bekend door vertalingen in het Frans, Nederlands en Duits.

Dan, in 1723, slaat de vlam in de pan. Van zijn al negen jaar oude Fabel van de bijen, Particuliere ondeugden, publieke weldaden (1714)komt een vernieuwde versie op de markt. Een nieuw essay haalt de grond onder de voeten van de geestelijken en hun volgelingen vandaan. Goede doelen uit mensenliefde? Nee, om zichzelf te manifesteren: zie mij eens goed doen. Ze vinden het hele boek godslasterlijk. Neem alleen al de ondertitel particuliere ondeugden, publieke weldaden. De uitgever van het boek wordt aangeklaagd. Mandeville schrijft een Rechtvaardiging. De Grand Jury van Middlesex veroordeelt de publicatie maar de rechter spreekt tot ongenoegen van de jury geen vonnis uit. Door de publiciteit wordt het boek een bestseller. Zowel De fabel van de bijen als Vrije gedachten over godsdienst, kerk en volksgeluk staan tot 1966 op de R.K. Index van verboden boeken.

De fabel van de bijen is een rapsodie, geen afgerond betoog. In een groot aantal essays schildert Mandeville antropologisch hoe het er in menselijke samenlevingen feitelijk aan toegaat en verklaart hij hoe dit het onvermijdelijke gevolg is van de natuur, de aard van de mensen. Mandevilles therapeutische bedoeling komt tot uitdrukking in de ervaring van de hypochondrische Samuel Johnson: ‘He did not puzzle me; he opened my views into real life very much.’

Mandeville floreert als hij midden vijftig is. In Engeland zijn dan de grootste politieke en kerkelijke strubbelingen voorbij. De financiële crisis door de South Sea Bubble van 1720 is achter de rug. Wat Engeland betreft zijn na drie oorlogen in de periode 1688-1720, waarvan zeven jaren zonder oorlog, de kaarten in Europa, voorlopig, tot 1740 geschud. Robert Walpole (1676-1745) is vanaf 1721 de eerste minister van het Verenigd Koninkrijk. Hij heeft voorlopig geen gevaar meer te duchten van de Tories. Zijn opponent, de exuberante Tory Henry StJohn viscount Bolingbroke (1678-1751), die in 1715 naar Frankrijk was gevlucht, mag zelfs terugkeren. Maar Bolingbroke heeft nog dezelfde kuren en organiseert drie jaar later, in 1726, de oppositie tegen Walpole. In zijn nieuwe blad, The Craftsman, maakt hij van Walpole en Mandeville een verderfelijke twee-eenheid en in een pamflet in 1727 associeert hij dokter Mandeville met zijn Fabel van de bijen met een beruchte landgenoot, de Nederlandse politieke avonturier Johan Willem Ripperda (1682-1737), die het zelfs tot eerste minister van Spanje had geschopt.

Mandevilles reactie is die van een sublieme psychiater. Het bewijs hiervan zijn de twee boeken met dialogen tussen Bolingbroke, aangeduid als Horatio, en zijn eigen alter ego Cleomenes. Ze worden in 1729 als het tweede deel van De fabel van de bijen (vertaald onder de titel Mensen spreken niet om begrepen te worden) en in 1732 als De oorsprong van de eer en het nut van christelijkheid bij oorlog gepubliceerd. Vergeleken met zijn eerder publicaties geven ze nog meer inzicht in Mandevilles zienswijzen en motieven. Tussendoor herziet hij ook nog twee eerdere boeken, zijn Verhandeling betreffende depressieve ziekten uit 1711 en Vrije gedachten over godsdienst, kerk en volksgeluk uit 1720.

De oppositie laat Mandeville verder met rust. Hij beantwoordt nog de kritiek van de geestelijke en filosoof George Berkeley (1685-1753), die net van een mislukt verblijf in Amerika was teruggekeerd. Dan is de koek op.

Zijn vrouw Elisabeth overlijdt eind maart/begin april 1732. Dokter en opa Bernard Mandeville sterft, 62 jaar oud, op 1 februari 1733 volgens de Nederlandse en huidige Gregoriaanse kalender (deze datum is 21 januari 1733 volgens de oude Engelse of Juliaanse kalender). Zij zijn beiden net als hun zo jong overleden kinderen begraven op het kerkhof van Camberwell. In Zwolle leeft Bernards zuster Petronella nog. Zij sterft in 1774, 90 jaar oud.

Nalatenschap

Mandevilles werk is over de hele wereld nog springlevend.  Modern zijn betekent bij hem: het onvoorwaardelijk erkennen en respecteren van ieders individualiteit en ieders autonome waarheidsvinding. Deze moderniteit is aan geen tijd of plaats gebonden.

Doktersboeken schreef hij, bestemd voor iedereen, met vooral dialogen. Zijn eerste boek, De ontmaskerde maagd, is het levendigst. Zijn tweede boek, Een verhandeling over hypochondrische en hysterische ziekten, is het belangrijkst en het meest autobiografisch. Door zijn derde boek, De fabel van de bijen, is Mandeville het bekendst. Zie verder Bibliografie en Afzonderlijke werken.

Mandeville is geen dorre boekengeleerde en heeft niet de kilte van de filosoof, econoom of satiricus. Hij is een diep voelende mens, die zijn patiënten en overige medemensen met zijn kennis en kunde als dokter in alle oprechtheid tracht te helpen; om van hun ziekten af te komen en om wat gelukkiger te worden. Warm empathisch, realistisch en consistent, zijn leven lang.


Friedrich A. Hayek zegt over hem in Dr. Mandeville, een meesterbrein (1966): 'Een werkelijk groot psycholoog, als dit niet een te zwakke term is voor deze kenner van de menselijke natuur'.

'Mandeville, ein ehrlicher Mann und heller Kopf.' 'Mandeville war natürlich unendlich kühner und ehrlicher als die philisterhaften Apologeten der bürgerlichen Gesellschaft.' Aldus Karl Marx in Das Kapital (1867) & Theorien über den Mehrwert.

Jacob R. Evenhuis vergelijkt, in De Gids nr. 3/4, 1982: ‘Als men mij zou vragen welke door Nederlanders geschreven boeken het zijn die in de wereld de grootste invloed hebben uitgeoefend, zou ik er vijf noemen: de Imitatio Christi van Thomas van Kempen, de Laus Stultitae van Erasmus, de Jus Belli ac Pacis van Hugo de Groot, de Ethica van Spinoza, en de Fable of the Bees van Bernard de Mandeville. Niet een van die boeken was dus oorspronkelijk in het Nederlands geschreven. Maar Mandeville, die […] in feite de actueelste van alle vijf is gebleven, heeft het in Nederland altijd met een povere roem moeten stellen. Toch was hij in de achttiende eeuw in heel Europa beroemd als geen andere Nederlander.’

'Een van de grootste Nederlanders, Mandeville. Nederlands genie', concludeert Jan Pieter Guépin in De beschaving (1983).

 
Lezingen:
23 januari 2016. UCEMS Universiteit Utrecht Publieksdag. Titel: 'Tiranniek en modern', Bernard Mandeville over mensen en hun economie-en
25 maart 2015. Rotaryclub Haarlem-Spaarne. Titel: Bernard Mandeville, Dr. Filopirio, minnaar van ervaring. Persoon en werk.
11 november 2013. Studium Generale Universiteit Utrecht, ter gelegenheid van 300 jaar De Fabel van de bijen. Titel: Mandeville in vier kenmerken

 

Arne C. Jansen,

Haarlem

www.bernard-mandeville.nl 


e-mail:

contact@ gevolgd door: bernard-mandeville.nl.

contact@ followed by: bernard-mandeville.nl.

 

 

Diversen

- Lugda, een genealogisch takje

- Arne C. Jansen, Het jaar van de azalea mollis, in Pieter Dekker en Gert van Dompseler, Van naam tot nummer, slachtoffers van de Puttense razzia (2014), blz. 474-493 

- Westerhout, buurt en buiten in Haarlem (in voorbereiding)