ARNE's VARIA

Wagnersingel, Groningen (Helpman)


Inhoud:  

 - Het jaar van de azalea mollis. Over Putten (Gld.) en de oorlog die maar niet voorbij  wil gaan.


- Westerhout aan de Wagenweg in Haarlem.

- Moffengracht of speelveldje in de Haarlemmerhout.


- Benvenuto! Welkom, in Bellingwolde! 

- De fabel van het NSB-verleden van Wedde.

- Oost-Groninger "Hildesheimers" (herenboeren).

- Zwanengebroed in het Kloostergoed Dünebroek.

- Een visum voor Westerwolde? 


- Lugda, een genealogisch reisje.



Het jaar van de azalea mollis

Over Putten en de oorlog die niet voorbij is

‘De lente van 2013 kleumt. Het is vier mei en de azalea mollis in onze tuin bloeit nog steeds niet. Ze komt oorspronkelijk uit Putten. Henk van Keulen gaf de azalea aan zijn vrouw Beb van Beekhoven, op 30 augustus 1944, de dag waarop ze vijf jaar getrouwd waren, en Henk eenendertig jaar werd. Het overvloedige, zachte oranje van de azalea is even uitbundig als de liefde in het jonge gezin aan de Hakschaer in Putten, met hun kinderen Gert en Everlien, en een derde op komst. Dat was toen, slechts een maand voor de razzia van Putten. 


Zou de azalea nog niet willen bloeien omdat ik Nico Z nog niet heb gesproken? Een onzinnige gedachtesprong, maar aan mij zal het vandaag niet liggen. Z was al in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg, toen Henk van Keulen, zijn jongere broer Klaas en hun honderden dorpsgenoten daar op zaterdag 14 oktober 1944 aankwamen.’ Nico Z werkte er voor de Duitsers.


'Het jaar van de azalea mollis' is verschenen in Pieter Dekker en Gert van Dompseler, Van naam tot nummer, slachtoffers van de Puttense razzia (2014), blz. 474-493.  Om dit artikel te lezen, tik op de titel hierboven.

Dit artikel is de bron van 'Wie kan mij inlichtingen geven?' in het boek van Wim Daniëls, De zomer van 1945 (2020), blz. 225-227.

 Westerhout aan de Wagenweg in Haarlem

Artikel over de buurtschap en buitenplaats Westerhout, gelegen op de oude (vóór 1927) grens tussen Haarlem en Heemstede. Om het te lezen, tik hierboven op de titel.


Moffengracht of speelveldje in de Haarlemmerhout

Hoe een waardevol maar weerloos speelveldje in de Haarlemmerhout ternauwernood de twintigste eeuw overleefde.


Benvenuto! Welkom, in Bellingwolde! 

Een verhaal over de laatste periode van de villa ‘Benvenuto’ in Bellingwolde (Oost-Groningen) en haar bewoners. 

Verschenen in Terra Westerwolda , Jaargang 6, nr 1, voorjaar 2017. Om het te lezen, tik hierboven op de titel.


De fabel van het NSB-verleden van Wedde

‘Wedde komt alsnog in het reine met NSB-verleden, meer dan de helft van de inwoners liep achter Mussert aan’, lezen we op gezag van een inwoner van Wedde in de Volkskrant van 18 januari 2011. En Eva Vriend haalt in haar boek   Het nieuwe land (2013) een ex-inwoner van Wedde aan, die beweert dat heel Wedde fout was in de oorlog. 

Maar was Wedde  in het Oost- Groningse Westerwolde werkelijk een reusachtig NSB-bolwerk? Was iedereen in Wedde fout in de oorlog? 

In dit artikel, eerst gepubliceerd  op de website historie-bellingwedde.realsite.nl, en iets aangepast verschenen in  Terra Westerwolda , Jaargang 9, nr 1, voorjaar 2020, worden beide beweringen behandeld.  Wat blijkt?  Met Wedde was niets bijzonders aan de hand. Maar hoe kunnen dan toch zulke beweringen in de wereld worden gebracht? 

Wedde was in politiek opzicht geen eiland in Westerwolde, maar Westerwolde maakte wel deel uit van een heel specifiek Gronings-Drents verband, dat uit de doeken wordt gedaan in het volgende artikel, over de Oost-Groninger "Hildesheimers ", herenboeren.

Oost-Groninger "Hildesheimers" (herenboeren)

In het boekje Bellingwolde in oude ansichten las ik dat de villa Benvenuto, waarin ik gewoond had, was gebouwd door Tjark Eltjo Bontkes.  Nadat ik erachter was gekomen wat voor strategisch bepalende rol  Bontkes heeft gespeeld om  Groninger en Drentse eigenerfde boeren te nazificeren,  raakte ik verzeild in een historisch onderzoek, dat me  geografisch steeds verder van huis bracht. 


Oostwaarts de grens over, eerst naar Hildesheim in de negentiende eeuw.  Daarna moest ik nog verder, de Elbe over naar wat vaak Oost-Elbië (Duits: Ostelbien) werd genoemd. In dit feodale gebied, Pruisen ten oosten van de Elbe, waren Oost-Elbische grootgrondbezitters of Junker de absolute heersers over hun eigen bezit, inclusief degenen die voor hen werkten. Bezitloze boeren en landarbeiders waren hele of halve lijfeigenen, formeel tot 1807, maar in de praktijk tot 1850. De arbeiders, Duitsers en veel Polen of anderszins Slavisch, vertrokken zo gauw ze maar konden. Emigratie naar Amerika en migratie, vooral naar de steden in het Rijnland met hun opkomende industrie. 

Het Pruisen van Otto von Bismarck, die zelf een Junker was. Het Junkerland, een Lutherse drie-eenheid van staat, leger en landbouw. Geen traditionele adel, maar de agrarische Junkermacht, die zijn positie bedreigd zag door de negentiende-eeuwse industrialisatie, de vrijhandel, globalisering, liberale vrijzinnigheid en de emancipatie van de arbeidersklasse. 


De Junkers wensten zich onder geen beding aan de veranderende omstandigheden aan te passen. Integendeel, de hakken in het zand en hoe dan ook hun Junker-wil opleggen aan de rest van Duitsland, Europa en de wereld. Hun grondidee: de hele staat moet als één grote boerenplaats worden opgevat.


Ik wist niet dat het Pruisen van Bismarck tot en met de Eerste Wereldoorlog door verscheidene Duitse historici als ‘vor-faschistisch’, als fascistisch avant la lettre wordt aangemerkt. Ook niet dat de Blut-und-Boden-ideologie van de nazi’s feitelijk een product van deze negentiende-eeuwse Junker was. En evenmin dat de nazi’s demagogische methoden gebruikten, die ze van de door Junker in 1893 opgerichte ‘Bund der Landwirte’ hadden afgekeken. De ideologie en agitatie van de Junker, waarbij namen horen als Diederich Hahn en Elard von Oldenburg-Januschau, plaveiden de weg naar Adolf Hitlers nationaalsocialisme. Diens ‘vermeende raciale elite,' las ik, 'kopieerde opzettelijk de arrogantie van de landjonkers, hun afgemeten soldatentaal en hun bereidheid geweld te gebruiken als iemand ze dwars zat. Toen de SS kadettenkampen opzette, noemden ze die SS-Junkerschule.’     


Maar wat ik vooral niet wist, is dat heel veel zonen van Oost-Groninger herenboeren, onder wie Bontkes, in de periode vanaf 1871 tot 1930 de Landwirtschaftschule in Hildesheim hebben bezocht. 'Van de ploeg naar het zwaard', was het motto van de school.  Een school voor boerenofficieren, een Junkerschule. Deze Groninger adolescenten,  naar schatting twee à driehonderd, werden als Junker gevormd. 

Oost-Groningen werd daardoor uniek. Nergens anders in Nederland vormde zich een Junker-exclave van herenboeren en de sociale kring direct om hen heen. Een ‘Junker-heerlijkheid’.  Met  machtsverhoudingen naar Oost-Elbisch voorbeeld. 


De  herinnering aan de beruchte vijandigheid tussen herenboeren en arbeiders in het Oldambt en noordelijk Westerwolde is nog actueel. Wat daar een eeuw lang zo schandelijk en schadelijk fout is gegaan, is vaak geconstateerd  en ook beschreven. Maar nog nooit verklaard. Bijvoorbeeld ook niet door Frank Westerman in zijn boek De graanrepubliek. Ook ik begreep  dit structurele  conflict, waarmee ik al op jonge leeftijd in Bellingwolde geconfronteerd was, niet. Tot ik de Oost-Groninger Hildesheimers in de smiezen kreeg. 


Mijn  verhaal, voor het eerst gepubliceerd op de website historie-bellingwedde.realsite.nl ,  is niet kort. Ik start rond 1800 bij de Korenbeurs in Groningen en eindig in 2018.  Ik zal vooral stilstaan bij vier Oost-Groninger verpersoonlijkingen van de Junkergeest:  Boelo Luitjen Tijdens, Derk Tonko Barlagen, Tjark Eltjo Bontkes en Jan Smid.

Zwanengebroed in het Kloostergoed Dünebroek

Dit artikel, voor het eerst gepubliceerd op de website historie-bellingwedde.realsite.nl , gaat over het ‘Kloostergoed Dünebroek’ in Duitsland, pal aan de grens bij de Wijmeersterbrug in Bellingwolde, tegenover de flèche en redoute van De Lethe. Het was een gemeenschappelijk landbouwbedrijf, in 1904 opgericht door vijf Oost-Groninger herenboeren.  Ze kregen te maken met de nazi’s, de NSB en de Duitse bezetting van Nederland. De oorlog leidde tot een onherstelbare breuk tussen de eigenaren. Dat het bedrijf na de Duitse capitulatie zou worden verkaveld, was onvermijdelijk.  Wanneer en hoe dit gebeurde, was al verrassend. Maar nog opmerkelijker was dat  ook  de Hildesheimer,  'Germano-maan'  en nazi Tjark Eltjo Bontkes zich er opzichtig vestigde; volkomen onaangedaan door het verloop van de Tweede Wereldoorlog.   

 

Een visum voor Westerwolde? 

'Allochtoon' in Vlagtwedde. Het geval Johannes Hommerckhuisen. 

'Vlagtwedde heeft me geroepen. Daarom vertrek ik in 1651 uit mijn geboorteplaats Bellingwolsterzijl, dat voor mij helemaal geen ‘oude schans’ is. We dienen de Vlagtwedders bijna een eeuw lang, met heel onze ziel en zaligheid. Daarna genieten we onze vergetelheid. Dan opeens, in 1995, zegt iemand: jullie zijn allochtonen! Wat aan de late kant, maar ik schrik er toch nog zo erg van, dat ik bijna vergeet me voor te stellen. Mijn naam is Johannes Hommerckhuisen, mijn beroep dominee. Omdat de Groninger genealoog Egbert G. Schrage (1916-1996) er toen in zijn artikel Allochtone families in Westerwolde  niets over heeft gezegd, vertel ik zelf maar hoe het begon.' 

Verschenen in Terra Westerwolda ,  jrg. 9, nr. 3, najaar 2020. 


Lugda, een genealogisch reisje,

dat heel onverwacht eindigde bij Ollie B. Bommel, heer van Bommelstein.

Zie eventueel ook  het artikel van Antonia Veldhuis: Willem Hendriks Lugda, 'Op den huysman geteerd', in Gruoninga, Jaarboek voor genealogie, naam- en wapenkunde, 58e jaargang 2013 (verschenen in augustus 2019!).



Share by: